Intrigerend spelletje gezondheidszorg

WIJK BIJ DUURSTEDE, 17 sept. 'Dat patienten dood gaan en verpleegkundigen ongelukkig zijn zal ons een zorg zijn. Het enige waar het ons om gaat is de poen.'

L. Janssen, in het dagelijks leven organisatie-adviseur in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, bedoelt het niet kwaad. Hij probeert zich in te leven in zijn rol als directeur van een op winst belust uitzendbureau voor verplegend personeel. Dat gaat hem goed af. Rent-a-Nurse ('Care without a curse') loopt als een lier.

Janssen is een van de deelnemers aan de laatste try-out van een 'levensecht' spel voor managers in de gezondheidszorg. De stichting Samenwerkende Organisaties in de Volksgezondheid ten behoeve van het Onderwijs voor de Verplegende en verzorgende beroepen (SOVOV) heeft dit spel laten ontwikkelen voor het lustrumsymposium in november. Dan krijgen acht groepen van 33 managers de kans om te proberen voortdurend voldoende verpleegkundigen in de ziekenhuizen te halen met de juiste kwalificaties om aan de behoefte van de patienten tegemoet te komen.

Tegen tien uur 's morgens worden de deelnemers aan de try-out verdeeld over vier ziekenhuizen, drie scholen, twee vakbonden, een uitzendbureau en een beleidsraad. Dat zijn de partijen die in onderlinge samenwerking en concurrentie het leven en welzijn van de patienten en het plezier in het werk van de verplegenden moeten waarborgen. Het spel wordt gespeeld in verscheidene ronden. Aan het begin van elke ronde hangt de spelleiding een schema op met de behoefte aan specifieke zorg van de patienten in de vier ziekenhuizen en het aanbod aan verplegenden verzorgenden met bepaalde vaardigheden. Vanaf het begin van het spel gaapt er een kloof tussen zorgvraag en zorgaanbod: er is een tekort aan verpleegkundigen met specialistische praktische vaardigheden.

Drie ronden later hebben de deelnemers duizend en een afspraken gemaakt, convenanten gesloten, onderhandelingen geopend en nog zo wat, maar het tekort aan personeel blijft groeien. Intussen liggen de patienten en masse te sterven. Men begint de greep op de ontwikkelingen te verliezen. 'Al onze gediplomeerden zijn de burn-out ingegaan, ik snap niet hoe dat kan', verzucht een van de vertegenwoordigers van het universiteitsziekenhuis. Het burn-out syndroom: dat krijg je ervan als de capaciteiten van de ingezette verpleegkundigen onvoldoende worden benut. Hierdoor neemt de discrepantie tussen vraag en aanbod verder toe. 'We kunnen er best op gokken dat je met vier perforaties ook aan het werk kan', suggereert zijn teamgenoot B. Fintelman, hoofd opleidingen in de psychiatrie. Er circuleert namelijk een gerucht dat de beleidsraad wil voorstellen de minimumeis van zes kwalificaties weergegeven door gaatjes in een knipkaart voor verpleegkundigen die als gediplomeerden werken te verlagen naar vier, opdat ziekenhuizen hun personeel flexibeler kunnen inzetten. Eisen verlagen, flexibiliseren, dereguleren, maar vooral haast, haast, haast. Aan de tafel van de beleidsraad verschijnen voortdurend lobbyisten van alle partijen. Aller klacht luidt dat er teveel regels zijn die hen in hun handelen beperken. Kan daar niets worden gedaan? Jawel, dat kan. Na de derde ronde wordt een beleidsconferentie gehouden waar de deelnemers volgens het principe 'one man one vote' de zeventien vigerende beleidsregels kunnen veranderen.

In het vooroverleg tussen beleidsraad en lobbyisten leek een beperkte deregulering op algemene instemming te mogen rekenen. Ter vergadering komt daar niets van terecht. Tegen bijna elk voorstel werden particuliere deelbelangen opgeworpen. Iedereen wil wel regels afschaffen, maar niet die waar hij of zij zelf belang bij heeft. 'Ziekenhuizen willen alleen maar hebben, doet er niet toe wat', zegt mevrouw B. Nieuwland-Besselink, vandaag vakbondsbons, doorgaans hoofd opleidingen van het streekziekenhuis in Hengelo over de vraag naar verpleegkundigen: 'Door de chaos neig je ertoe alleen nog maar te doen, niet meer te denken. Je wilt eigenlijk nieuwe mensen opleiden, maar je patienten gaan dood.'

De inmiddels gefuseerde bonden pogen een slaatje te slaan uit het personeelstekort en schroeven de looneisen flink op. Paniek bij de ziekenhuizen. De Patienten-in-leven index daalt angstwekkend snel naar de vijftig procent, het punt waarop een afdeling van hogerhand wordt gesloten.

Op dat moment grijpt de spelleiding in. Werkgevers en werknemers krijgen nog vijf minuten om overeenstemming te bereiken over de lonen, anders verliezen de bonden hun budget voor twee ronden. Dat helpt. De ziekenhuizen weten voor het eerst op een lijn te komen. Janssen doet met zijn uitzendbureau ondertussen goede zaken. Al zijn uitzendkrachten worden onmiddellijk aan het werk gezet. Geen mens heeft aandacht voor de vraag- en aanbodtabel op het prikbord. Spelleider Ans Grotendorst: 'Ik snap steeds beter hoe het in het echt werkt. Er heerst een volstrekt gebrek aan planning bij de ziekenhuizen.' Na de vierde ronde is er opnieuw een beleidsconferentie. Slechts een ziekenhuis is erin geslaagd het percentage patienten in leven op te krikken. Van de gediplomeerde verpleegkundigen zijn er nu 61 aan een burn-out bezweken en verdwenen in een kartonnen doos. Dat is meer dan twee keer zoveel als in de vorige try-out. Elk spel verloopt volkomen anders.

Na een kwartier discussie ligt er een voorstel op tafel voor een gezamenlijk beleidsplan: er komt tien procent extra loonruimte beschikbaar voor scholing en herplaatsing van dertig burn-outs. De deelnemers krijgen nog een minuut om tot een besluit te komen. Halverwege die minuut stelt iemand voor om alle beleidsregels maar af te schaffen. Totale deregulering, chaos, ook in de vergadering. Het voorstel, waarover geen seconde is gediscussieerd, wordt bij acclamatie aangenomen. Ivo Wenzler, assistent van spelontwerper Richard Duke: 'Regels afschaffen is de weg van de minste weerstand. Daarmee los je de problemen niet op. Ze moeten verstandige dingen bedenken.' De afwezigheid van regels blijkt de creativiteit sterk te bevorderen. Er worden deeltijdwerkers ingevoerd, waartegen zich overigens geen enkele regel verzette, vrijwilligers, zelfs fictieve vrijwilligers. De uitkomsten van de vijfde ronde zijn op het eerste gezicht verbijsterend: vrijwel alle indexen lopen in alle ziekenhuizen omhoog. Steeds meer patienten overleven en voelen zich goed. Ook de verpleegkundigen verkeren in een stralend humeur (de happy-nurse-index stijgt). Dat kan helemaal niet, meent Wenzler. Er is waarschijnlijk gefraudeerd, maar de administratieve wanorde is zo groot geworden dat niemand kan nagaan waar. De kloof tussen vraag en aanbod zal de volgende ronde groter zijn dan ooit. Karin Oliemans, gewoonlijk opleidings- en managementadviseur, maar vandaag schooldirecteur: 'Ik verdien mijn geld aan deze chaos. Ik schaam me dood.' Het is inmiddels bijna negen uur 's avonds. Als de spelleiding niet had ingegrepen was iedereen tot diep in de nacht doorgegaan. Met een korte bespreking van door elk team bedachte oplossingen voor de ontstane problemen in de Nederlandse context wordt het spel besloten. Duke, hoogleraar aan de universiteit van Michigan in Ann Arbor en ontwerper van vele honderden van dit soort spellen: 'Probeer ze maar eens zo lang te boeien met lezingen. Dat lukt nooit. Nu praten ze over van alles, maar niet over vissen of over het weer. We scheppen een omgeving waar ze fouten kunnen maken zonder dat ze zich hoeven schamen, en hopen dat ze dan met ideeen komen waarmee ze in het echt iets kunnen.'