Fusie HP/De Tijd op economische gronden gearrangeerd; Ingewikkelde verhouding

Dick Koger (48) is directeur van de SDU (voorheen Staatsdrukkerij en Uitgeverij) en van de kersverse B. V. HP/De Tijd. Deze laatste onderneming geeft het nieuwe weekblad HP/De Tijd uit. Het eerste dat Koger doet is uitleggen hoe SDU en het nieuwe weekblad zich verhouden en dat blijkt niet eenvoudig.

HP/De Tijd is voor bijna tweederde eigendom van de Hollandse Pers Unie (HPU), het bedrijf dat Hans van Brussel indertijd oprichtte om de HP van de ondergang te redden. De SDU bezit eenderde van de aandelen van HPU, de rest is van anderen.

In de vennootschap HP/De Tijd neemt ook de VNU deel (eenderde van de aandelen), terwijl vier procent in het bezit is van de Stichting HP/De Tijd die van de redactie is. Waarom het zo ingewikkeld moet zijn, weet Koger ook niet. Het is nu eenmaal zo en echt hinderlijk is het nu ook weer niet. Feit is dat de SDU niet de uitgever is van de nieuwste verschijning op de markt voor opinieweekbladen. Dat Koger zijn werkende leven vanaf nu verdeeld over SDU en HP/De Tijd is geenszins bedoeld om de indruk te wekken dat de voormalige Staatsuitgeverij een grotere vinger in de pap heeft dan de formele tweetraps verhouding aangeeft.

HP/De Tijd is een op economische gronden gearrangeerd huwelijk tussen twee weekbladen. Het ging met beide bladen niet goed, al viel de HP als 'trendy underdog' (zegt Koger) wel goed in de reclamewereld, De Tijd viel minder goed. VNU, de voormalige uitgever van De Tijd, heeft het blad echter zonder schulden in de nieuwe BV gebracht. De HP was ondanks al het succes iets minder gelukkig en bracht wel een schuld mee, te voldoen aan het Bedrijfsfonds voor de Pers, groot 1,1 miljoen gulden. Om het nieuwe bedrijf niet met deze last op te zadelen, bleef de oorspronkelijk B. V. De Haagse Post bestaan. Die krijgt royalties uitbetaald en zal daarmee binnen tien jaar het Bedrijfsfonds genoeg doen. Ter voorkoming van misverstanden: ook De Tijd ontving financiele hulp van het Bedrijfsfonds, maar dat was in een periode dat dit fonds voor noodlijdende persorganen ook opinieweekbladen wel eens geld schonk. HP klopte aan ook al weer jaren geleden toen de giften waren vervangen door leningen.

Koger's eerste kennismaking met het produkt opinieweekblad dateert ook van jaren her. Hij was toen directeur van de Weekbladpers, de uitgever van Vrij Nederland, alwaar de HP aanklopte om hulp. De nood was groot, slechts 20.000 mensen wilden het blad nog lezen en geen uitgever wilde het hebben, behalve dan De Weekbladpers waar Koger werd bevorderd tot directeur van de HP. Dat de geschiedenis zich herhaalt is daarmee niet echt gezegd, want het driejarenplan dat toen voor de noodlijdende HP werd opgesteld had tot doel het aantal lezers op te vijzelen tot 50.000. 'En dat is geslaagd', zegt Koger. 'HP/De Tijd', zegt Koger, 'is geen speeltje voor mij. De SDU wil zich nadrukkelijk zowel grafisch als inhoudelijk op de bovenlaag richten en in dat streven pas natuurlijk het opinieweekblad. Wij de SDU hebben dan ook het voornemen op den duur meer aandelen van de HPU over te nemen.' Wat is de taak van de directeur van het weekblad HP/De Tijd? 'Directie en commissarissen hebben de redactionele formule van het nieuwe blad vastgesteld. Dat kan als je met een nieuw blad begint. Later kan je alleen nog wat tegen de hoofdredacteur zeggen als hij zich niet aan de formule houdt. Maar verder heb je weinig invloed op het blad.' Het ging al jaren niet goed met HP, zou dat voor u reden zijn geweest om de redactie tot orde te roepen? 'Hans van Brussel, de directeur van de oude HP, is tweemaal bij ons de SDU geweest.

De eerste keer had hij liquiditeitsproblemen, de tweede keer kwam hij met een formule waarin een aantal nieuwe terreinen waren opgenomen die de redactie voordien niet gecovered had. De nieuwe rubriek voor zaken en economie die daarbij hoorde, kwam niet van de grond. Dat is zo'n moment waarop een directeur zegt: dit is zwart op wit afgesproken en jullie doen het niet. Als dat 'niet doen' spoort met de lezersmarkt, zeg je natuurlijk niets. Maar als het gevolg is dat het aantal lezers kleiner wordt, moet je mijns inziens bijsturen.' Heeft de hoofdredacteur op zijn beurt invloed op het commerciele beleid van de directeur? 'Ik zal geen werving of advertentie de deur uitdoen als Ad 's-Gravesande die niet heeft gezien. Hoofdredacteur en directeur hebben veel met elkaar te maken. Ik kan het goed met hem vinden, Ad 's-Gravesande was mijn keus.' Zal het publiek dat een opinieweekblad wil de komende jaren nog verder afnemen, of moeten wij aannemen dat de fusie tussen HP en De Tijd en de nieuwe jas van Vrij Nederland dit tij zullen keren? 'Er is in elk geval weer aandacht voor de opiniepers en die moeten wij zien vast te houden, zowel redactioneel als commercieel. Over een jaar zal wel blijken of die markt echt zo moeilijk is. De laatste tien, vijf jaar hebben de opiniebladen niets van zich laten horen. Alle grote wervingsacties waren gestopt. Maar elk normaal produkt moet aan de weg timmeren, wij ook. Daarnaast hebben de opiniebladen hebben tot nu toe de schuld nooit bij zichzelf gezocht. Alle schuld lag in de buitenwereld, in de bijlagen van de grote kranten. Zo lang je dat blijft zeggen, gebeurt er niets. De redactie moet zich ervan bewust zijn dat ze de absolute top van de journalistiek is en het beste blad van Nederland moet maken. Wanneer de maatschappij en de mensen veranderen, moeten kranten en tijdschriften ook veranderen. VN en HP/De Tijd beginnen dat nu te begrijpen.'

    • Wilma Cornelisse