Directeur A. Langbroek van uitgeverij Querido; Gestagewerker, geen flierefluiter

In zijn omgeving wordt hij een evenwichtig en zuinig mens genoemd. Zelf zegt directeur Ary Langbroek van uitgeverij Querido: 'Je moet in dit vak veel gaten stoppen met de winstjes die je maakt op andere boeken.'

De literaire uitgeverij Querido bestaat 75 jaar en maakt onder Langbroek, die als boektypograaf bij de uitgeverij begon, een periode van groei door. Maar hij geeft geen boek uit waar hij niet volledig achter staat. Een collega-uitgever: 'Als er over een paar jaar nog maar vijf literaire uitgevers over zijn, is Querido daar zeker bij.'

Schrijver Theun de Vries is wel eens teleurgesteld door de ingetogenheid van Langbroek. Maar: 'Bij Querido is alles wel punctueel in orde. En dat heb ik toch liever dan een uitgever die je bedondert maar die heel joviaal is.' Ary Langbroek: 'Een goede uitgever? Dat is iemand die er voor zorgt genoeg middelen te hebben om zijn eigen smaak te kunnen volgen.'

Naar zijn eigen normen moet Ary Langbroek (49) zichzelf als een zeer goede uitgever beschouwen. Het deze week jubilerende Querido, de uitgeverij waarvan Langbroek sinds 1979 directeur is, verkeert de laatste jaren in een gezonde financiele situatie, en Langbroek geeft dan ook geen boek uit dat hij niet mooi vindt. Alles wat in de krappe behuizing aan het Singel in Amsterdam wordt geproduceerd, is door de directeur persoonlijk gelezen en goedgekeurd. Boeken die alleen worden uitgegeven om geld te verdienen, kent Querido niet. Langbroek: 'Wanneer ik een manuscript onder ogen krijg, heb ik geen idee of het verkoopt, ik weet alleen: dit vind ik mooi of dit vind ik niet mooi.'

Een matige verkoop-prognose is geen belemmering. 'Van een dichtbundel laat ik meestal 750 exemplaren drukken, en dan worden er misschien tweehonderd van verkocht.' Langbroek is de enige uitgever in Nederland die volledig in eigen huis is 'gemaakt'. Zijn voorgangers, Reinold Kuipers en Tine van Buul, hebben hem opgevoed. Kuipers: 'We hebben hem indertijd gekozen om zijn werk en om zijn persoon. Hij had met iedereen een uitstekende relatie de mensen van de drukkerij vlogen voor hem. Op een ontspannen manier zorgde hij ervoor dat alles liep zoals het moest. Na een paar jaar lieten we hem manuscripten mee-lezen, we waren het met ons drieen heel vaak eens over wat wel en wat niet moest worden uitgegeven. Het was voor ons vanzelfsprekend dat Ary ons zou opvolgen.' Onder alle uitgevers is Langbroek ook de enige die nog alle facetten van het bedrijf beheerst. Hij heeft de leiding binnen het bedrijf, maar hij is ook op de hoogte met de produktiekant en de vormgeving. Regelmatig blijft hij een dag thuis om alle binnengekomen manuscripten te beoordelen. Hij rekent uit wat een boek moet gaan kosten en hij denkt erover na hoe een boek zo goed mogelijk onder de aandacht kan worden gebracht. Toen de auteur A. F. Th van der Heijden enkele jaren geleden een nieuw boek had geschreven, kwam Langbroek met het idee er vijf edities van te maken: een gebonden en vier goedkope pocket-edities met vier verschillende omslagen. Het werkte: iedereen had van het boek gehoord en in vier weken tijd werden er 50.000 exemplaren van verkocht.

Ary Langbroek wist al vroeg dat hij 'iets' met boeken wilde doen. Toen hij jong was, verscheen voor de deur van zijn woning in Zutphen regelmatig een jongen met een bakfiets beladen met boeken, waaruit zijn vader een keuze maakte. Al jong ontwikkelde Ary een grote voorliefde voor het werk van Belcampo en Louis Paul Boon. Tijdens zijn opleiding tot boekverzorger en illustrator in Enschede kwam daar Nescio bij: 'Philip Kouwen, onze leraar grafiek, las een paar keer voor uit 'Boven het dal' van Nescio. Dan ben je verkocht.' Na zijn eindexamen in 1962 kreeg Langbroek een beurs voor een studie in Antwerpen. Daar maakte hij voor het eerst kennis met het 'grote stadsleven.' De jazzcafe's van Antwerpen kenden geen sluitingstijd en regelmatig keerde hij bij het krieken van de dag pas huiswaarts. Maar: 'Ik zorgde er altijd voor dat ik om een uur 's middags weer op de academie was.' Met een map vol werk liep hij na zijn militaire diensttijd, in 1965, de uitgeverijen af. Zonder succes. Hij solliciteerde bij uitgeverij Querido waar hij, 23 jaar oud, als boektypograaf in dienst trad. 'Ik kwam in het huis van mijn dromen. Wat is mooier dan bij de uitgeverij te werken die jouw favoriete auteurs uitgeeft? Wat mij natuurlijk ook aantrok, was de traditie van goede vormgeving.' Het uitgevershuis Querido dateert van 10 augustus 1915 toen boekhandelaar Em. Querido zijn relaties liet weten dat hij zich als zelfstandig uitgever in Amsterdam had gevestigd. Met Alice van Nahuys, zij werd in 1931 in de directie opgenomen, legde hij de basis voor een uitgeverij die zich op den duur zou onderscheiden door een bewuste keuze voor Nederlandstalige literatuur.

Bij Querido wordt gewerkt volgens het adagium: 'Wij geven geen boeken uit maar schrijvers.'

Uitgever Rob van Gennep: 'F. Springer is een goed voorbeeld van iemand die ze zijn blijven uitgeven hoewel hij aanvankelijk nauwelijks verkocht. Die trouw is te prijzen. En het heeft ook succes. Dat heeft Springer wel bewezen.'

Schrijver K. Schippers: 'Ze staan voor hun auteurs zonder dat daar ingewikkeld over gedaan wordt.' Langbroek: 'Ik ben niet op zoek naar een bestseller maar naar het mooiste boek. We hebben zelden eendagsvliegen, wij onthouden ons van de waan van de dag.'

Querido kiest z'n auteurs op de toon. Schippers: 'Er wordt gestreefd naar helderheid en dat is belangrijk tegenover alle literaire flauwekul.' Oud-medewerker Alje Olthof: 'De Querido-auteur is de gestage werker in de wijngaard, niet een flierefluiter die zo nu en dan een geniale inval heeft.' Die karakteristiek is ook van toepassing op de directeur. Langbroek eet tussen de middag zijn meegebrachte boterhammen 'uit een zakje' achter zijn bureau. 'Ik heb geen tijd om naar buiten te gaan. Ik wil wel volgen wat er gebeurt, maar hoef dat niet te doen in het cafe waar ook de Haagse Post zit.'

Ook na zijn werk mijdt hij cafe's, hij gaat naar zijn gezin in het Gooi. In de weekenden is hij op zijn boot. Langbroek heeft de naam zuinig en puriteins te zijn. De schrijfster Mensje van Keulen, die zowel bij Querido als bij de in hetzelfde pand gevestigde uitgeverij De Arbeiderspers op de fondslijst staat: 'Als je die ene deur doorgaat, is het alsof je van de katholieke in de hervormde kerk terecht komt. Het geluid van de stemmen is bij Querido al anders. Bij De Arbeiderspers wordt meteen een fles opgetrokken als je binnenkomt, bij Querido krijg je hoogstens een kopje thee.' Theun de Vries: 'Ary is geen exuberant mens, hij is terughoudend, dat stelt je als schrijver weleens teleur. Andere uitgevers kunnen lyrisch zijn. Hij enthousiasmeert niet. Dat is een groot verschil met de vroegere directrice Alice van Nahuys, die kon uitbundig zijn. Ary zegt: je moet schrijven wat je zelf leuk vindt. Bij Querido is alles altijd wel punctueel in orde. En dat heb ik toch liever dan een uitgever die je bedondert maar heel joviaal is.' Langbroek herkent de distantie waarmee hij de wereld bekijkt in de Barbarber-auteurs Bernlef en Schippers. Toen hij in 1965 tijdens de bouwvakkersrellen een pilsje dronk bij cafe Scheltema, werd hij alleen maar gefascineerd door het schouwspel. 'Wat zaten de agenten mooi op hun paard, en dan die prachtige lange jassen..' Langbroek is een evenwichtig man. 'Ik probeer altijd de andere kant van een zaak te bekijken. Dat is voor mensen soms lastig. Soms rekent iemand die ruzie heeft op mijn steun, en die krijgt hij dan niet.'

Sommigen noemen hem saai: 'Querido is een grote familie maar wel een domineesfamilie.'

Langbroek geeft toe dat Querido een familie is waar niet iedereen in past. Voor hij besluit een auteur te gaan uitgeven, wil hij ook eerst met hem kennismaken. 'Dat is een heel aftastend gesprek.'

Als de auteur hem niet aanstaat, ziet hij af van een uitgave. 'Je moet er toch niet aan denken steeds weer met zo iemand te maken te krijgen.'

Een enkele keer wordt de samenwerking later opgezegd. 'Voor het prozawerk van Andreas Burnier hadden wij de grootste waardering. Maar met haar laatste essayistisch werk hadden wij geen enkel contact meer.' Langbroek vindt het noodzakelijk zuinig te zijn: 'Veel boeken zijn echt risicodragend. Als we alleen maar op safe zouden spelen, zouden we driekwart van wat we doen moeten stopzetten. Je moet in dit vak veel gaten stoppen met de kleine winstjes die je maakt op andere boeken.'

Kenmerkend voor Langbroeks perfectionisme is zijn verfijning van de verloting van reisbeurzen. Bij Querido worden onder de auteurs jaarlijks drie reisbeurzen verloot, maar sommige auteurs vielen steeds buiten de prijzen. Hij regelde dat iemand die vijf jaar vergeefs meelootte, twee lootjes kreeg. Wie tien jaar vergeefs meedeed, kreeg er drie.

In de jaren dat Ary Langbroek bij Querido werkte, heeft het kinderboekenfonds, onder leiding van de vroegere directrice Tine van Buul, een steeds belangrijker plaats gekregen binnen de uitgeverij. Tegelijkertijd is er meer nadruk gekomen op de moderne Nederlandse literatuur. Langbroek vraagt zich af hoe lang de huidige familiesfeer in stand zal blijven. Alleen al het afgelopen jaar nam de omzet met twintig procent toe. Nu nog is hij 'de spin in het web', maar bij twintig boeken per jaar meer, zal dat voorbij zijn. Toch kiest hij op langere termijn voor een lichte groei, hoewel het unieke karakter daarmee in gevaar kan komen. Niemand betwijfelt dat de uitgeverij voor de Nederlandse literatuur van belang blijft. Collega-uitgever Vic van de Reijt: 'Als er over een paar jaar nog maar vijf literaire uitgevers over zijn, is Querido daar bij.'

    • Reinjan Mulder
    • Anneke Visser