DE OVERWINNING VAN HET MATCHPLAY

Matchplay is zo oud als de golfsport zelf, maar door de jaren heen bijna geheel verdrongen door strokeplay, de spelvorm waarin voor alle deelnemers alle slagen over een of meer ronden tellen. Op de baan van Golf en Country Club Geysteren werd de eerstejaars prof Joost Steenkamer bij verrassing nationaal kampioen voor professionals. Hij was in de finale met drie en twee de meerdere van Willem Swart. De manier waaarop Steenkamers zege tot stand kwam, is tevens een overwinning voor de spelvorm matchplay. In matchplay spelen twee spelers tegen elkaar, waarbij het gaat om het aantal gewonnen holes. De winnaar gaat over naar de volgende ronde. In matchplay moet de speler het van aanvallend en taktisch spel hebben omdat hij rechtstreeks tegen een ander speelt. Bovendien moet hij zich technisch aanpassen aan de situatie en de gok nemen om bijvoorbeeld een lage bal onder takken door te slaan als de ander zijn bal al in de buurt van de hole heeft geslagen.

Matchplay vereist inventiviteit en durf, terwijl in strokeplay meer defensief spel wordt gevraagd om de schade te beperken. Als een hole slecht wordt gespeeld bestaat het gevaar niet nog een hoge score te maken. Bij matchplay is iedere hole een nieuwe hole met nieuwe kansen. In de dagen dat het amateurgolf hoogtij vierde, werd er meer matchplay gespeeld dan strokeplay.

De televisie is voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de ontwikkeling die de golfsport doormaakt, maar tegelijkertijd is datzelfde medium schuldig aan de teloorgang van matchplay. De duur van een ronde strokeplay is vrij nauwkeurig te bepalen, maar bij matchplay is dat niet te voorspellen. Het programma van de rest van de dag zou dan in de war kunnen lopen. Bovendien was golf in de beginjaren van de tv voor matchplay te duur omdat te veel kabels en camera's nodig waren. Bij strokeplay kunnen vaste camera's worden gebruikt. Het was de tijd van Arnold Palmer en Jack Nicklaus. Sinds golf op tv komt, geven de professionals het voorbeeld en nemen amateurs en clubgolfers gaandeweg het strokeplay over.

Dank zij vooral de successen van het Europese Ryder Cup-team, dat iedere twee jaar matchplay speelt tegen de beste Amerikanen, gaan weer stemmen op om vaker matchplay te spelen. In ons land begonnen de professionals daarom vorig jaar met een Nationaal Matchplay Kampioenschap.

Joost Steenkamer speelde in de tweede editie typisch matchplay. Op weg naar de finale won hij drie spannende partijen op de laatste hole. Tegen Alex Loesberg stond hij 4 up na 9 holes. Hij verloor zijn concentratie en was op de zeventiende hole 1 down. Hij wist zijn zenuwen echter in bedwang te houden en won de laatste 2 holes. De finale tegen Willem Swart was in de eerste fase niet van al te hoog niveau. Steenkamer was halverwege 1 hole achter, maar sloeg toen toe op een wijze die we alleen van de hele groten kennen. Hij maakte 6 birdies in de volgende 7 holes, waarop Swart na 16 holes met 3 en 2 het nakijken had.

Steenkamers overwinning is opmerkelijk, omdat hij in zijn eerste jaar als professional in dit toernooi niet alleen overeind bleef in een sterk veld, maar ook over het instinct bleek te beschikken om op belangrijke momenten datgene te doen waarin kampioenen zich onderscheiden van de rest. Vorige zomer al speelde Steenkamer met de gedachte om professional te worden. Om erachter te komen of hij daarvoor wel goed genoeg zou zijn, stelde hij zich ten doel om eerst als amateur een internationale titel te winnen. Prompt won hij het Duitse Open voor amateurs met onder meer een baanrecord van 65. De professional was geboren.

Omdat zijn vader altijd in het buitenland heeft gewerkt, heeft Steenkamer tot dusver ook als golfer een nomadenbestaan geleid. De nieuwe kampioen: 'Ik ben tien jaar geleden begonnen op Spaarnwoude, maar na een half jaar vertrokken we naar Hongkong waar het heel moeilijk was om lid te worden van een club. Om toch feeling te houden met het spel heb ik iedere dag honderden ballen geslagen in een visnet dat ik in de patio had opgehangen. Na drie jaar kon ik eindelijk lid worden van een club, maar om er te komen moest ik vier verschillende bussen nemen. Dat had ik er graag voor over. Mijn handicap ging in korte tijd van 24 naar 6. De kans om op de universiteit in San Diego economie te gaan studeren heb ik met beide handen aangegrepen, omdat golf er bijna net zo belangrijk was. Na mijn studie ben ik teruggegaan naar Nederland en ging ik de golfsport pas echt serieus nemen.' Afgelopen winter deed hij in zijn nieuwe status veel ervaring op in toernooien in Afrika en Azie. 'Ik heb er geen cent gewonnen, maar zoiets moet je puur zien als investering in de toekomst.'

Na Ruud Bos is Steenkamer de eerste ex-amateur die meteen in zijn eerste jaar als professional een toernooi wint. Op de nationale ranglijst neemt hij de zesde plaats in beslag. De eerste vier komen in aanmerking voor een startbewijs in het kwalificatietoernooi in Montpellier, waar de beste vijftig spelers hun diploma krijgen uitgereikt voor de Europese Tour, de droom van iedere jonge professional. Zij die zich daarvoor niet weten te plaatsen, hebben nog een kans in een voorkwalificatie toernooi in Valencia.

Steenkamer: 'We hebben nog een toernooi in Nederland. Natuurlijk hoop ik op een plaats bij de eerste vier of anders via de voorkwalificatie in Valencia. Mocht ik mijn Tourkaart daarna niet halen, dan hoop ik in ieder geval zo hoog te eindigen dat ik in de categorie kom die mij in staat stelt de Challenge Tour te spelen, zeg maar de eerste divisie.' Steenkamer, die zich financieel gesteund weet door twee sponsors, won met zijn titel vijfduizend gulden. De nummer 52 van het KLM Open toucheerde in juli hetzelfde bedrag. Op de vraag of hij dat weinig vindt, komt toch nog de amateur in de professional boven: 'Ach, dat weet ik niet. Ik heb gewonnen en daar gaat het toch om?'

    • Jan Ebbinge