'De geschiedenis zet alles weer op zijn plaats'

Drie Sovjet-thema's bood gisteravond Diogenes, onder eindredactie van Jan Blokker: Steven de Winter toog naar de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent om er het oprukkende islamitische fundamentalisme in beeld te brengen, Maarten Schmidt en Thomas Doebele filmden het verdwenen Aralmeer en Lex Runderkamp was getuige van de terugkeer van een in 1977 geemigreerde Russin.

Tasjkent: veel zon, verweerde Aziatische koppen, rode leuzen. Na zeventig jaar mag de islam zich weer ten volle ontplooien en de commentaren van de plaatselijke islamitische leiders logen er niet om: de Socialistische Sovjet-Republiek Oezbekistan moet een Islamitische Republiek Oezbekistan worden. Het communisme is voorbij, en als straks de shari'a wordt ingevoerd wordt alles beter, zo riepen de assistent-moefti van Centraal-Azie en een plaatselijke imam, die trots de opknapbeurt van zijn moskee gadesloeg. Ze gaven hoog op van de financiele en materiele steun uit Saoedi-Arabie en andere Arabische landen en de hoofdredacteur van het blad 'Licht van de Islam' probeert al even trots in zijn nog bescheiden periodiek 'de weg naar het ware geloof' te wijzen.

Commentaren van plaatselijke autoriteiten op die opleving van de islam zouden in deze te korte impressie niet hebben misstaan: wat vindt de partijleider van Oezbekistan van die oprukkende islam? Wat vindt de burgemeester van Tasjkent ervan? Wat zegt de hoofdredacteur van het Oezbeekse partijblad van de islamitische concurrentie op de republikeinse mediamarkt? Helaas dat kwam de kijker niet te weten. In plaats daarvan kwam Gennadi Gerasimov aan het woord, de woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken in Moskou, en werd, een beetje onlogisch, een beetje gewild, overgeschakeld op de grote wereldpolitiek, de Golfcrisis. Gerasimov had geen kind aan Steven de Winter: nee, rivaliteit met de Amerikanen is er niet meer, de kaarten liggen nu op tafel, Moskou is uit op samenwerking. Wat de moslims in Centraal-Azie betreft, zij baren geen zorgen, want de separatisten zijn hooguit een kleine minderheid. Als ze moskeeen willen, kunnen ze die krijgen en als u zegt dat ze de shari'a willen invoeren, is dat niet waar. Voor doorzichtige vragen als 'Laat de Sovjet-Unie zich niet voor het karretje van de Amerikanen spannen?' was Gennadi Gerasimov net iets te clever. Wellicht had de reportage uit Tasjkent aan kracht en diepte gewonnen als De Winter de omweg naar Moskou en de Golfcrisis achterwege had gelaten en in Tasjkent zijn onderwerp dieper had uitgewerkt.

Het tweede onderwerp, het verdwijnende Aralmeer, gaf de tragiek weer van de mislukte planeconomie: ooit, in 1920 al, was centraal bepaald dat de landbouw in de omgeving van het meer en de belangrijkste rivier, de Amoe-Darja, prioriteit genoot, en dus heeft men het decennia lang op een zeer driftig irrigeren gezet. De landbouw kwam tot ontwikkeling ten koste van het meer, dat, ooit een voedselbron voor miljoenen, vanaf 1960 steeds kleiner werd. Sinds 1980 wordt er in het meer niet meer gevist, schepen liggen nu midden in een woestijn van zand en zout, het klimaat is veranderd, de winters zijn kouder en de zomers heter geworden, de gezondheid van de bewoners is aangetast, bloedarmoede, gastritis en dehydratie tieren welig: een ecologische ramp van wereldformaat. 'Vroeger was 't prachtig, nu is het water weg, ' zegt een ex-visser, op zijn boot in het zand. Waarom? ' Tsja, 't is weg.' Doebele en Schmidt toonden het faillissement in een notedop: de beslissingen vallen elders, ze worden in dit geval zowaar uitgevoerd, en het resultaat is misere en machteloosheid. De visverwerkingsfabriek werkt met vis uit de Oostzee en de Noordelijke IJszee en lijdt uiteraard verlies, maar kan niet dicht met het oog op de werkgelegenheid. Een Oezbeekse huisvader: 'Veel kinderen, weinig geld, geen gas, geen water. Verandering? Nee, het is zoals het was, en zo blijft het. Perestrojka? Gorbatsjov weet zelf niet hoe het verder moet. Democratie? Wat democratie? We moeten water hebben.'

En er is geen speld tussen te krijgen.

Het derde onderwerp van Diogenes was het mooiste, niet om de beelden, maar om de manier waarop een gepensioneerde officier, die in 1977 zijn dochters naar Amerika zag emigreren, dertien jaar later op zijn leven terugkijkt. Indertijd had hij, in het leger politiek commissaris dus verantwoordelijk voor ideologisch onderwijs binnen het leger zijn dochters verstoten toen ze vertrokken, hij was, vertelt een van hen, wit weggetrokken toen ze hem vertelden van hun vertrek, 'ik dacht dat hij me zou vermoorden.' Hij had alle contact verbroken, geen brieven, geen telefoontjes: 'Jullie zijn mijn dochters niet meer, ' had hij gezegd.

Dertien jaar later sluit hij ze toch weer in de armen: een ander mens. 'De geschiedenis zet alles weer op zijn plaats jammer alleen dat het zijn stempel drukt op de familie-verhoudingen.' 'De evolutie van de officier is', zei hij, in een prachtige dialoog met zijn dochter in de tuin, 'een langzaam proces geweest, er was vroeger die vreselijke propaganda, het hoorde zo, als Stalin me had bevolen bepaalde dingen te doen had ik ze ook gedaan, zelfs als het weerzinwekkende dingen waren geweest, ik heb ook levens gebroken, tot op zekere hoogte waren we allemaal fanatici.' Nu nu is het anders, nu moet het oude systeem tegen de grond, en nu verdedigt de gepensioneerde politiek commissaris zelfs het vertrek van jongeren: 'Ze willen rondkijken, vergelijken. De mensen zijn te vaak bedrogen. We zijn dom gehouden.'

Een vergooid leven? 'Je kunt je leven niet overdoen. Maar je kunt wel leren.'

En nu, dertien jaar nadat hij zijn dochters verstootte, wil hij hun zelfs zijn oude parade-uniform cadeau geven, een uniform vol rinkelende medailles, van de revers tot de onderste zoom, medailles die ooit zijn leven inhoud moeten hebben gegeven.

    • Peter Michielsen