Uitbreiding van Nederlandse hulp in Golf niet aan de orde

DEN HAAG, 15 sept. Met het zenden van twee fregatten en het bevoorradingsschip Zuiderkruis is de militaire bijdrage van Nederland aan de beheersing van het conflict in de Golf voorlopig uitgeput.

Er bestaan geen plannen voor uitbreiding van de Nederlandse militaire deelname, noch bij voortduring van de huidige situatie van belegering van Irak noch in het geval van een gewapend conflict tussen Irak aan de ene en de Verenigde Staten en Engeland aan de andere kant.

Dit blijkt uit informatie binnen de ministeries van defensie en van buitenlandse zaken. In kringen van Defensie geldt: tot hier en niet verder. Over het verzoek van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker aan de Europese landen grondtroepen te zenden wordt binnen het ministerie niet gediscussieerd, evenmin als over de in Nederland gedane suggestie een squadron F-16 vliegtuigen naar de Golf te sturen.

Bij beide ministeries zijn voldoende mensen die een verdere militaire betrokkenheid van Nederland willen bevorderen. Maar, zoals een hoge ambtenaar bij Buitenlandse Zaken het uitdrukt: 'In de Nederlandse politieke situatie van het moment is dat onhaalbaar'.

Ambtenaren bij beide ministeries beseffen dat ze niet met dergelijke voorstellen bij hun ministers hoeven aan te komen: in het kabinet zou geen meerderheid te vinden zijn voor het sturen van grondtroepen of vliegtuigen.

Hoogstens zou Nederland transportfaciliteiten aan de Amerikanen ter beschikking kunnen stellen, maar ook dat ligt in politieke kring uiterst gevoelig. Ook dat zou Nederland namelijk kunnen betrekken bij een gewapend conflict tussen Amerika en Irak, waarvan men bij Defensie en Buitenlandse Zaken de waarschijnlijkheid met de dag ziet groeien. Overigens wordt het bij Buitenlandse Zaken nog steeds mogelijk geacht, dat Sadam Hussein plotseling toegeeft en zich uit Koeweit terugtrekt. Midden Oosten-deskundigen achten hem tot een dergelijke handelwijze in staat.

Minister Van den Broek gaf eerder deze week in een eerste reactie op Bakers voorstel aan dat Nederland verdere maatregelen alleen in het kader van de Verenigde Naties zou overwegen. Binnen Van den Broeks ministerie wordt er echter sterk aan getwijfeld of de Veiligheidsraad bereid zou zijn verder te gaan dan hij in de betreffende Resolutie 665 heeft gedaan. 'Bovendien is het dan wellicht al te laat', aldus een ambtenaar.

Bij vele direct bij deze kwestie betrokken ambtenaren, aldus bronnen binnen het departement van buitenlandse zaken, groeit inmiddels het 'onrustige gevoel dat Amerika de kastanjes uit het vuur haalt, terwijl het net zo goed onze kastanjes zijn en het bovendien niet alleen om economische belangen gaat, maar net zo goed om morele waarden'. Bij Buitenlandse Zaken had men toe nu toe waargenomen, dat Washington tevreden was over de bijdrage van Nederland aan de gezamenlijke actie. Of dat echter zo blijft nu er niet gereageerd zal worden op het verzoek van minister Baker om grondtroepen en logistieke steun is twijfelachtig.

Afgezien van het sturen van de drie schepen draagt Nederland bij met het zenden van 50.000 beschermende pakken tegen chemische wapens aan Turkije (de oorspronkelijke kosten ervan waren 38 miljoen gulden), ter waarde van circa 5 miljoen gulden aan geneesmiddelen voor de bestrijding van gasvergiftiging en 5 miljoen gulden aan noodhulp door het ministerie van ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast zal Nederland zeer waarschijnlijk een financiele bijdrage moeten leveren aan de vermoedelijk 1 tot 2 miljard dollar, die de Europese Gemeenschap tussen nu en eind 1991 zal betalen aan de meest door de crisis getroffen landen Jordanie, Egypte en Turkije. Daarover zullen de ministers van buitenlandse zaken maandag in Brussel nadere beslissingen nemen.

    • Rob Meines