Toenemende aanwijzingen dat blanken onderlinge zwarte rellen provoceren; Verdacht patroon bij geweld Z-Afrika

JOHANNESBURG, 15 sept. De slachtpartij in een forensentrein tussen Johannesburg en Soweto van donderdagavond is tot nu toe de duidelijkste aanwijzing dat er een organisatie zit achter de afschuwelijke oorlog in de zwarte woonoorden, waarbij in zes weken meer dan 700 doden zijn gevallen. Dit was geen spontane uitbarsting van geweld. De bloedige aanval was nauwkeurig gepland en werd volgens plan uitgevoerd. De zes aanvallers stapten in trein 9436 op het Jeppe Station in Johannesburg in. Zij hielden hun wapens verborgen en deden niets totdat de trein de eerste keer was gestopt op het George Goch station, waarna nummer 9436 twee andere stations passeerde voordat hij op Benrose stopte.

Dat gaf de aanvallers tien minuten de tijd om amok te maken. Ze renden door de wagon, terwijl ze schoten en op passagiers inhakten, tientallen mensen werden uit de deuren gesmeten en vielen in de diepte langs de spoorrails. In Benrose stond er een andere bende op het perron te wachten. Toen de deuren opengingen en de in paniek geraakte menigte naar buiten stormde, viel de tweede bende aan werd er geschoten en met grote zware pangas (kapmessen) op de mensen ingehakt.

Het is duidelijk dat een dergelijke operatie van te voren moet zijn beraamd. Het doel was ook duidelijk: het creeren van een politiek klimaat van woede, agressie en reactie in de zwarte gemeenschap. Hierdoor zou het onderhandelingsproces tussen de regering van president F. W. de Klerk en het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) in de war gestuurd kunnen worden.

De vraag is: wie zit er achter het aanwakkeren van dit geweld? Er komen steeds meer aanwijzingen dat het blanken zijn.

Tientallen ooggetuigen hebben gezegd dat zij blanken met zwart gemaakte gezichten of met bivakmutsen op hebben gezien, die groepen gewapende zwarte rooidoeke Zulu gastarbeiders, waarschijnlijk aanhangers van de Inkatha-beweging van Chief Mangosuthu Buthelezi, die ter herkenning rode haarbanden dragen naar de plaats van de aanvallen brengen en soms ook zelf deelnemen aan het geweld.

Er wordt ook algemeen beweerd dat de politie Inkatha bij de gevechten steunt. De politie ontkent dit krachtig. Het zou kunnen zijn dat dit komt door het beeld dat men door de jaren heen in de zwarte woonoorden heeft gekregen van de politie als wrede onderdrukker. Maar er zijn te veel beschuldigingen om ze zomaar van de hand te wijzen.

Het is zeker mogelijk dat blanken achter een dergelijke campagne om de onderhandelingen te dwarsbomen zitten. De enige mensen die daar immers profijt van hebben zijn de blanke extremisten van de Conservatieve Partij van dr. Andries Treurnicht en andere nog rechtsere groeperingen, zoals bij voorbeeld de Afrikaner Weerstandsbeweging, die de onderhandelingen zien als een uitverkoop van De Klerk van het Afrikaner volk en die dolgraag willen dat deze besprekingen zouden mislukken.

Deze rechtse extremisten maken geen geheim van hun grote aanhang binnen de politie en de veiligheidsmacht. Sommige vooraanstaande figuren beweren dat binnen de politie 70 procent aan hun kant staat.

Veel wijst op betrokenheid van elementen uit de veiligheidsdienst uit de schimmige onderwereld van doodseskaders, eenheden voor smerige streken en spionnen van het Burgerlijke Samenwerkingsbureau (CCB). De activiteiten van deze groepen zijn gedeeltelijk aan het licht gebracht door het moedige Afrikaanse 'Vrye Weekblad' en een onderzoekscommissie onder leiding van de rechter Louis Harms.

Deze onderwereld ontstond tijdens de regering van president P. W. Botha die de blanke minderheidsregering in Zuid-Afrika probeerde te redden door een combinatie van aan de ene kant politieke hervormingen en aan de andere kant een enorm veiligheidsapparaat, dat bedoeld was om het verzet in het land neer te slaan en ieder naburig land te destabiliseren dat een mogelijke springplank zou zijn voor de zwarte liberaliseringsbewegingen.

Botha heeft een uitgebreid militair veiligheidsnetwerk opgebouwd, dat werd geleid door zogenoemde 'securocraten' naar wie de president luisterde en die het burgerlijke bestuur domineerden, waardoor Zuid-Afrika in feite een militaire dictatuur werd. Onder hen floreerde de onderwereld.

Het systeem was gevormd op basis van theorieen van een contrarevolutionaire strategie, maar in de praktijk ontaardde het in operaties van Rambo-types die door hun geheime missies en een aparte bevelstructuur eigen rechter konden spelen. Dit monster van Frankenstein bleef ook bijna zeker steun geven aan de Renamo-rebellen in Mozambique, nadat Botha in 1984 een non-agressiepact met Samora Machel had getekend. Hun specialiteit is ontwrichten en zoals getuigen stelden voor de commissie-Harms trainden deze rechtse haviken vaak zwarte gangsters en politieke gevangenen die bij verhoren waren 'gehersenspoeld' Askaris genaamd om moorden te plegen en smerige opdrachten uit te voeren.

Een grote tegenslag voor hen was de vervanging van president Botha door De Klerk. De Klerk is een partijman en hij beperkte onmiddellijk de rol van het militaire veiligheidsapparaat en herstelde de rol van de regerende Nationale Partij. Maar hoewel de securocraten aangeslagen waren, gaven zij zich niet gewonnen. De Klerk is niet sterk genoeg om ze geheel te elimineren. De securocraten lijken de laatste tijd een comeback te hebben gemaakt. Geen van de belangrijke figuren van wie de namen door het Vrye Weekblad en de commissie-Harms zijn onthuld, zijn gerechtelijk vervolgd of ontslagen. Zij blijven hun werk doen, ook al hebben zij geen invloed meer.

Deze mensen zijn volgens het ANC de aanstichters van de gruwelijkheden in de woonoorden, en volgens Mandela ziet De Klerk dit nu ook in. Een belangrijk facet dat wijst op de betrokkenheid van de veiligheidsdienst is de overeenkomst tussen de tactiek die nu is gebruikt en die werd toegepast door de regering-Botha tijdens de onderdrukking van de zwarte opstand in het midden van de jaren tachtig.

In die tijd gebruikte de veiligheidsdienst zwarte handlangers om de opstand neer te slaan. Zij deden dit door de politieke rivaliteit binnen de zwarte gemeenschap uit te buiten en via politieke manipulatie groepen tegen elkaar op te zetten tot steeds terugkerend onderling zwart geweld.

In de meest bekende operatie voerden groepen conservatieve burgerwachten, witdoeke genaamd wegens witte haarbanden die ze droegen ter herkenning, een aantal aanvallen uit op kampen in de buurt van de oude illegale nederzettingen bij Kaapstad die bekend stonden als UDF- en ANC-bastions. Vier van deze satelliet-kampen werden met de grond gelijk gemaakt. Zo'n 70.000 mensen werden uit hun huizen gejaagd en honderden gedood, terwijl de veiligheidstroepen erbij stonden en toekeken.

Bij het recente geweld in de woonoorden van Witwatersrand is een soortgelijk patroon gevolgd. Deze keer is de rivaliteit uitgebuit tussen Inkatha en het ANC. Weer zijn er haarbanden gebruikt rood deze keer om de conservatieve burgerwachten van Inkatha te onderscheiden, en weer meldden ooggetuigen dat de veiligheidstroepen er bij stonden. Het ANC en de kerkelijke leiders hebben reeksen onder ede afgelegde verklaringen over deze beweringen aan de regering voorgelegd, die ze categorisch heeft ontkend. Maar de moordpartij in de trein van donderdag heeft dit standpunt nu wellicht gewijzigd.

    • Allister Sparks