Spaanse vakbonden dreigen regering met staking

MADRID, 15 sept. De Spaanse vakbonden zijn op geen enkele manier van plan mee te werken aan het door de regering voorgestelde matigingsbeleid ter bestrijding van de gevolgen van de crisis in de Golf. 'Het wordt een hete herfst', zo voorspelde Nicolas Redondo, de invloedrijke voorzitter van de sociaal-democratische vakcentrale UGT deze week.

De communistische Comisiones Obreras hebben alvast de stakingsbereidheid onder de arbeidende bevolking gepeild: die ligt op bijna zestig procent, inclusief niet georganiseerde werknemers. De twee organisaties hebben de afgelopen dagen nadrukkelijk laten weten dat een herhaling van de historische algemene staking van 14 december 1988, toen heel Spanje werd lamgelegd, tot de mogelijkheden behoort.

Minister Carlos Solchaga van economische zaken wil, net als zijn collega's in de meeste andere Europese landen, de gestegen olieprijzen in de eerste plaats op de consument verhalen en daarbij inflatie voorkomen met een politiek van salarismatiging en krap geld. Hij heeft werkgevers en werknemers opgeroepen voor 1991 salarisverhogingen tot maximaal vijf procent te beperken. De Spaanse overheid heeft haar ambtenaren inmiddels al ditzelfde bod gedaan dat met een verwachte inflatie van zeven procent in 1991 een koopkrachtvermindering van minstens twee procent betekent. Minister Solchaga waarschuwt voor 'bedrijfssluitingen en een veel grotere werkloosheid' als zijn plannen niet worden uitgevoerd.

Spanje is verhoudingsgewijs gevoeliger voor het stijgen van de olieprijzen dan andere Europese landen doordat het land sinds de crisis van 1973 niet minder maar juist meer energie per produkteenheid is gaan gebruiken. Vierenvijftig procent van het totale energieverbruik komt uit olie. Volgens de regering zorgen de gestegen olieprijzen er al dit jaar voor dat de economische groei 3,5 procent zal bedragen in plaats van 4 procent. Volgend jaar zou de groei 2,6 procent bedragen tegen de verwachte 3,6 procent.

Volgens de vakbonden gebruikt de overheid de oliecrisis slechts als voorwendsel om haar conservatieve economische beleid nog wat te verharden. Ze leggen de schuld van alle problemen bij de kredietbeperkende maatregelen van minister Solchaga en de rem op de groei van de geldhoeveelheid. Geld werd schaarser waardoor de rente steeg, wat de koers van de peseta opdreef. Volgens vakbondsvoorzitter Redondo zorgde de hoge rente voor een terugval van produktie en consumptie. Tegelijkertijd bevorderde de koersstijging van de peseta het handelstekort omdat ingevoerde produkten goedkoper werden en de inkomsten uit toerisme afnamen.

De vakbonden vinden dat de Spaanse overheid eerst de basis van haar economische politiek moet veranderen voor zij een beroep op de werkende bevolking doet.

Steun kreeg het standpunt van de bonden vorige week uit een tamelijk onverwachte hoek toen de prominente bankier Mario Conde gelijksoortige kritiek leverde op het regeringsbeleid. Conde zei dat de kredietbeperking niet zozeer de consumptie, en daarmee de inflatie, remt maar vooral noodzakelijke investeringen tegenhoudt. Een dreigende recessie zou daardoor verhevigd worden.

Hij keerde zich voorts tegen het 'kunstmatig hooghouden' van de peseta, waardoor de Spaanse export wordt belemmerd. Naar zijn smaak biedt het Europese Monetaire Stelsel (EMS) genoeg ruimte om de koers van de peseta aanmerkelijk te laten zakken en zo de nationale economie voor een toekomstige crisis te behoeden.

Net als de grootste oppositiepartij van rechts, de Partido Popular, en de Spaanse werkgeversorganisatie pleitte bankman Conde voor het bouwen van nieuwe kerncentrales om het land minder afhankelijk te maken van energie uit het buitenland. De regering heeft echter een moratorium op de bouw van nieuwe centrales afgekondigd en, gezien de grote weerstand tegen kernenergie in de regerende sociaal-democratische partij (PSOE), is een spoedige wijziging van het standpunt onwaarschijnlijk.

Minister Solchaga houdt vol dat algemene zuinigheid de enige manier is om een crisis af te wenden. Uit regeringskringen wordt zelfs vernomen dat zijn ambtenaren druk bezig zijn nieuwe maatregelen te verzinnen, zoals een verhoging van sommige BTW-tarieven en een maximum aan het bedrag dat particulieren maandelijks met hun credit card mogen opnemen.

De ministerraad is het er inmiddels over eens geworden dat ook de overheid haar aandeel in het matigingsbeleid zal moeten leveren. Voor 1991 wordt een groei van de uitgaven van slechts 5,8 procent voorzien (minder dus dan de geschatte inflatie) en hoopt men op een twee keer zo grote stijging van de inkomsten met 11,8 procent, onder meer door een efficientere inning van belastingen.

Volgens minister Solchaga kan op alle sectoren worden bezuinigd, behalve op openbare werken die van belang zijn voor de economische infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg, pensioenen en op 'de festiviteiten die voor 1992 zijn gepland: de Olympische Spelen van Barcelona, de Wereldtentoonstelling van Sevilla en het uitroepen van Madrid tot culturele hoofdstad van Europa.'

Want al vatte het gezaghebbende weekblad Cambio 16 de toekomst van de Spaanse economie deze week samen onder de kop 'Het Feest is Voorbij', de bereidheid om daar vergaande conclusies uit trekken is nog verre van algemeen.