Schaken

Vorig jaar november stierf Georgi Ilivitski, die in 1921 geboren was. Ik las het deze week, in het Amerikaanse tijdschrift Inside Chess, dat het bericht had overgenomen uit het aprilnummer van het Russische Sjachmatnij Bulletin. Men heeft zich niet gehaast om het nieuws te melden.

Ilivitski is een bijna vergeten schaker. Slechte gezondheid en eenmiserabel pensioen van iets meer dan honderd roebel per maand werdenopgegeven als reden voor zijn zelfmoord. Honderd roebel. In Moskou is dat nu vijf dollar. Het is een pijnlijke gedachte dat het pensioen van deze oude schaker verdubbeld had kunnen worden als de internationale schaakwereld tien gulden per maand bijeen had kunnen brengen.

Ilivitski leefde in de verkeerde tijd. Hij was sterk, maar net niet sterk genoeg. Hij won korte matches van Boleslavski, Suetin en Pachman. Zijn beste jaar was 1955. Gedeeld derde in een ijzersterk sovjet-kampioenschap, achter Geller en Smislov en gelijk met drie wereldkampioenen, Botwinnik, Petrosian en Spasski. In hetzelfde jaar plaatste hij zich net niet voor het kandidatentoernooi. Hij werd eerste reserve, als iemand zich had teruggetrokken had hij in Amsterdam 1956 met de wereldkampioenskandidaten meegespeeld. Daarna werd van Ilivitski minder vernomen. Hij werkte als ingenieur en speelde op zijn verre post in de Kaukasus correspondentiepartijen. In de bloemlezingen van prachtpartijen is zijn naam zelden te vinden. Ik keek na wat mr. E. Straat, die in 1955 verslaggever was bij het interzonetoernooi in Gotenburg, over hem schreef. ' Een taaie speler met een zware stijl, tegen wie moeilijk te winnen is.'

Kotov noemt hem in zijn boek over de sovjet-schaakschool een uitstekende positionele speler, hardnekkig en vindingrijk in de verdediging. Een harde werker, die gestaag vooruitgang boekt. Erg enthousiast klinkt het allemaal niet. Bij de allergrootsten hoorde Ilivitski zeker niet, maar een Rus die nu de schaakkracht zou hebben die hij in 1955 had, zou van de nieuwe vrijheid van reizen gebruik maken om toernooien in het westen te spelen, hij zou er zeker af en toe een winnen en dan zou hij een prijs verdienen waarmee het miserabele pensioen van Ilivitski voor tientallen jaren betaald zou kunnen worden.

Zie diagram 1. Dit is de stelling na de 17de zet van zwart in Smislov-Ilivitski, kampioenschap van de Sovjet-Unie 1955. Wits dame en toren staan op de h-lijn geheel misplaatst, hij is positioneel overspeeld, iets dat Smislov maar zelden overkwam.18. Pb3-d2 Pe4xd2 19. Le3xd2 Pe7-g8 20. c3-c4 Een wanhoopsactie in slechte stelling. Na 20. Dxh7 Pf6 21. Dh4 Th8 staat zwart ook heel goed. 20... Ta8-c8 21. c4xd5 Dc7xc1+ 22. Ld2xc1 Tc8xc1+ 23. Kg1-f2 Lg7xd4+ 24. Kf2-f3 e6xd5 25. Dh4xh7+ Ld4-g7 Materieel is de stand ongeveer in evenwicht, maar de witte strijdmacht is ongecoordineerd. Nu offert Smislov een volle toren, volgens Kotov. 26. Th3-g3 Dit lijkt me eigenlijk eerder een blunder. 26... Pg8-e7 27. Tg3xg6 Pe7xg6 28. Dh7-h5 Lg7xb2 29. Le2-d3 Kf7-g7 30. g2-g3 Tc1-c3 31. Kf3-e2 Tc3-c6 32. h2-h4 Tf8-e8+ 33. Ke2-f1 Te8-e3 34. Dh5xf5 Pg6-e7 35. Df5-h7+ Kg7-f8 36. g3-g4 Lb2-g7 37. Kf1-f2 d5-d4 38. g4-g5 Tc6-c3 39. Ld3-e2 Tc3-c5 40. h4-h5 Tc5-f5 41. h5-h6 Tf5xf4+ 42. Kf2-e1 Lg7-e5 Wit gaf op.

Grappig was het om in het verslag van Straat te lezen dat de Russen in Gotenburg in 1955 hoog opgaven van een zekere Jartzef, een zevenjarig wonderkind dat iedereen versloeg. Zou het werkelijk een groot speler worden? Botwinnik zei wijs dat in het schaken niets zeker was en hij had gelijk. We hebben nooit meer iets van Jartzef gehoord.

De kleine Kamsky zal nog vele jaren bij ons zijn. De jaloerse Amerikaanse topspelers hadden voorspeld dat hij in het Interpolistoernooi in mootjes gehakt zou worden. Zo dacht ik er ook over. Hoe is het toch mogelijk dat iemand die zo saai speelt steeds zoveel punten kan behalen. Het lijkt wel of hij zijn tegenstanders behekst. Gelfand verrekende zich, Nikolic gaf een stuk weg, Short ook, al kwam hij nog net met de schrik vrij, en Kamsky pakte alles simpel weg. Hoe kan zo'n jongen van Jan Timman winnen en nog wel met zwart? Dat ging zo.

Zie diagram 2. Timman-Kamsky, na de 22ste zet van zwart. Alle witte aanvalsplannen zijn door Kamsky zeer bekwaam ontkracht en nu staat zwart zelfs iets beter, want de witte pionnenketen e5-f4-g4 is kwetsbaar. Waarschijnlijk had wit 23. g5 moeten spelen, om g7-g5 voorgoed te verhinderen, maar zo'n zet, die de mobiliteit van de eigen pionnenstelling vermindert, doet niemand met plezier. 23. Lg2-f3 Pc5-d7 24. Pc3-e2 24. Dxb6 Pxb6 25. g5 d4 26. Lxc6 dxc3 zou ook niet helemaal pluis zijn. 24... Db6xd4 25. Pe2xd4 g7-g5! Maar nu is het ook mis. De witte pionnenstelling wordt fataal aangetast. 26. f4xg5 Pd7xe5 27. Th1-e1 Pe5-g6 28. c2-c4 Th8-g8 29. Te1-e3 Pg6-e7 30. Pd4xc6+ b7xc6 31. c4xd5 c6xd5 32. Td1-c1 Td8-d7 33. Lf3-e2 Tg8xg5 Zwart heeft een pion veroverd en won na harde strijd, 75 zetten. Mooi werk. Donderdag liet zelfs Andersson zich beetnemen. In een orkaan blijft hij ongebroken, maar tegen het bescheiden spel van Kamsky ging hij ten onder. Je gelooft je ogen niet. Kamsky is onderschat natuurlijk, iedereen wilde van hem winnen. In de tweede helft zullen ze hem knarsetandend als gelijkwaardige moeten behandelen.

    • Hans Ree