Sarabande: feest van een complexe eenvoud

Jiri Kylian heeft zijn laatste seizoen als artistiek leider van het Nederlands Danstheater met een uitroepteken ingezet. Zodra het doek opengaat voor zijn nieuwste ballet Sarabande imponeert het toneelbeeld: vijf majestueuze zwarte japonnen verspreid in de ruimte, smal in de taille en de cirkelvormige rokken stijf uitstaand een beeld dat het Spaanse hofleven uit vroeger eeuwen oproept. Vijf figuren zonder gezicht staan gereed om een ceremoniele dans uit te voeren. Maar zover komt het niet. Het licht gaat uit om een seconde later vijf mannen in simpele hemden en broeken ieder in een eigen heldere lichtbundel te vangen. Boven hen hangen de kostuums als lampekappen. Het statig omhulsel heeft zijn kwetsbare inhoud prijsgegeven. Flarden van Bachs elektronisch bewerkte Partita klinken en de mannen voeren unisono messcherpe, afgebroken bewegingen uit. Soms is het alleen maar een hand of een schouder, vaak zijn het sterke, bijna agressieve impulsen die het lichaam op de grond werpen, doen draaien, de lucht instoten en dan als verkrampt doen verstillen. Veel bewegingen worden begeleid door versterkte geluiden die de dansers lijken voort te brengen: een felle ademstoot, trommelende vingers, een kletsende hand, een lange zucht, maar ook zijn er geluiden die de speelse kwaliteit van de geisoleerde bewegingen volgen. Dat brengt regelmatig humoristische effecten teweeg, die banaal zouden zijn als ze niet zoveel raffinement hadden. Sarabande kan als een vervolg gezien worden op Kylians laatste balletten No more play, Fallen Angels en Sweet Dreams. Het heeft dezelfde surrealistische, prikkelende sfeer en het bewegingsmateriaal is ook hier van een fascinerende gecompliceerde simpelheid, die je op je punt van je stoel doet zitten en de tijd doet vergeten.