Premier Ozal wil munt slaan uit Golfcrisis

ISTANBUL, 15 sept. In een cynisch commentaar verwoordde de liberale Turkse krant Milliyet onlangs op nogal boude wijze de reacties van velen op de eigenzinnige politiek van de Turkse president Turgut Ozal, die harerzijds ook niet van boude bestanddelen is verstoken:

'De show van een maand is voorbij. En het is nog steeds vrede (...) Het eind van de (Koeweitse) familie Al Sabah en dat van de (Saoedische) Fahds zal zo'n beetje hetzelfde zijn als dat van de (Iraanse) sjah. Wat de honderdduizend Amerikaanse militairen aangaat, die wachten in de woestijnen van Saoedi-Arabie, hun eind zal puur alcoholisme zijn. Ze hebben niets te doen, dus zullen ze zich naar hun einde drinken. Wat Turkije betreft, we zijn niet zo rijk of zo stom dat we de markt met Irak voor onze ogen zullen laten verdampen. In de ogen van het Westen is Turkije een braaf land dat de juiste gebaren maakte op het juiste ogenblik. Maar in de ogen van datzelfde Westen is Turkije nog altijd hetzelfde Turkije'. Ozals recente afdwingen van een parlementaire machtiging tot het zenden van troepen naar het buitenland verbaasde vorige week zelfs zijn eigen ministerie van buitenlandse zaken, de legerleiding en zijn voorganger, generaal buiten dienst Evren, bedrijver van de staatsgreep van tien jaar geleden.

Ozals politiek wordt beheerst door de verwachting dat de landkaart van het Midden-Oosten na de Koeweitcrisis nooit meer zal worden als zij is geweest, en dat Turkije er in dat proces 'bij moet zijn'.

In zijn rede bij de opening van de nieuwe zitting van het parlement sprak hij van 'gelegenheden die zich slechts eens in de 150 of 200 jaar voordoen'.

In een uitvoerig vraaggesprek met het dagblad Sabah trok hij een vergelijking met Turkije's deelname aan de oorlog in Korea (waar van de vijfduizend gestuurde soldaten er duizend sneuvelden). Daar had het land zich zo onderscheiden, en zo veel respect verworven in het Westen, dat het in 1952 het lidmaatschap van de NAVO verwierf, waar het enorm veel voordelen aan ontleende, zo zei hij.

Ataturk

In hetzelfde vraaggesprek verwees hij naar Ataturk, de stichter van de republiek, die weliswaar tegen expansionisme was maar die er toch ook niet voor terugdeinsde, in 1938 het gebied Hatay (bij de Syrische grens) met Turkije te incorporeren toen de gelegenheid zich daartoe voordeed. Ataturks opvolger Inonu daarentegen maakte van het non-expansionisme een dogma en voerde tijdens de Tweede Wereldoorlog een overdreven behoedzame politiek, aldus Ozal.

Hij zei het niet met zoveel woorden, maar vele anderen verduidelijken wat hij bedoelde: als Inonu's politiek 'dynamischer' was geweest, had Turkije na de oorlog de, voorheen Italiaanse, Dodekanesus kunnen bemachtigen (Rhodos en elf andere eilanden), die nu de Grieken ten deel vielen. En zo moeten wij deze keer de kans niet laten schieten, de mede door Turks sprekenden bewoonde, olierijke gebieden rond Mosul en Kirkuk te bemachtigen, als Irak ooit verdeeld wordt.

De vele voorstanders van Inonu's 'passieve neutraliteit' wijzen er op hun beurt op dat deze talloze jonge Turken in leven heeft gehouden en herinneren aan de zinloze expedities in de woestijn tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin het onverantwoordelijke driemanschap der Jong Turken het land aan Duitse zijde meesleepte.

Voortvarend

Ozal kan als president natuurlijk niet reppen over Dodekanesus en Kirkuk. Maar hij duidt er in meer algemene termen op dat Turkije zich door een correcte en voortvarende opstelling in de Koeweitcrisis weer bemind kan maken in het Westen, juist in de periode dat het daar sympathie en belangstelling leek te verliezen ten gunste van het 'nieuwe Griekenland' onder de conservatieve, pro-Westerse premier Mitsotakis. De pompeuze wijze waarop de Grieks-orthodoxe Oecumenische Patriarch Dimitrios, die in Istanbul zetelt, in de Verenigde Staten en op het Witte Huis werd ontvangen heeft hier velen aan het denken gezet.

Ozal gaat volgende week ook weer naar de Verenigde Staten en hoopt op 25 september door Bush, na talloze telefoongesprekken, op z'n minst joyeus te worden ontvangen. De import-quota van Turkse textiel in de Verenigde Staten moeten worden verdubbeld, het moet uit zijn met al die verklaringen en resoluties over de volkerenmoord op de Armeniers waar ook Bush zelf zich schuldig aan maakte, en ook met de verhouding zeven op tien die door Washington jaar in jaar uit wordt aangehouden aangaande de militaire hulp aan respectievelijk Griekenland en Turkije. De Turken hebben nu toch zeker bewezen dat zij militair meer dan anderhalf maal zoveel waard zijn als de Grieken? Een zelfde wending verwacht de Turkse president binnen de EG na alle uitingen van Turkse solidariteit. Maar de cynische commentator in de Milliyet is zeker geen uitzondering en een ander dagblad, Gunesh, kwam gisteren met de kop: 'Europa trekt zich niets van Ankara aan'. De uitlatingen van president Bush en minister Baker over een mogelijke permanente defensie-organisatie in het Midden-Oosten na de crisis hebben er ook niet toe bijgedragen, meer bijval te wekken voor Ozals streven 'zich beminder te maken in het Westen'.

Onvermijdelijk komen bij wat oudere Turken herinneringen boven aan het weinig populaire Bagdadpact dat, na de val het Iraakse koningsregime in 1958, nog jaren vanuit Ankara een vegetatief bestaan leidde totdat ook Iran afviel.

    • Frans van Hasselt