Op hoop van zegen

SINDS DE EUROPESE Commissie najaar 1984 signaleerde dat de Nederlandse vissers de hand lichtten met een Europese quotaregeling, is voortdurend overlegd en is niets wezenlijks veranderd. 'Een ruim geweten biedt meer toekomst dan stikken in eigen fatsoen', is nog steeds de ooit door een van hun voormannen geformuleerde gedragslijn van de vissers. De Haagse fictie dat de werkelijkheid met behulp van ingenieuze regelingen kan worden aangepast houdt ook onveranderd stand. In Brussel blijft men doen alsof met een quotaregeling zowel de instandhouding van zeevis als van sociaal zwakkere Europese vissers kan worden bereikt.

Maandag beantwoordt minister Braks vragen in de Kamercommissie voor de visserij. De Kamerleden buigen zich dan voor de zoveelste keer over de vraag wie ervoor verantwoordelijk is dat bij deze uitvoering van Op hoop van zegen het doek maar niet wil vallen. Welk antwoord daarop ook wordt gevonden, nu al staat vast dat het visserijdrama onveranderd doorgaat. Zelfs als het tot een aftreden van minister Braks zou komen, zou dat slechts betekenen dat er halverwege het stuk een nieuwe speler voor dezelfde rol moet komen.

VOOR DE vissers gaat de zaak maar om een ding: geld. Ze incasseerden overheidssteun om steeds grotere schepen te bouwen. Ze ontduiken EG-quota om de capaciteit van die schepen te kunnen gebruiken. Of, als ze het bij kleinere schepen hebben gelaten, verlangen ze overheidssteun ter bescherming tegen grotere concurrenten. Hun bereidheid om de vissersvloot in te krimpen hangt af van de hoogte van de saneringspremie en van wat inzet van hun schepen in andere landen nog aan inkomsten oplevert.

De vissers verkeren in de comfortabele omstandigheid dat hun dagelijkse praktijk ver buiten het zicht van Den Haag ligt. Binnen de visserijwereld is nooit geheimzinnig gedaan over de trucs waarmee de quotaregeling kon worden ontdoken. Toen de eerste berichten over grijze vis Den Haag alarmeerden, kwamen directeuren van visafslagen uit het hele land gewoon in Breskens bijeen om een gezamenlijke strategie tegenover de Haagse belangstelling op te stellen. Ambtenaren van de voor visserij verantwoordelijke minister Braks weten ook wat politici verlangen: de verzekering dat regelgeving alles in goede banen leidt. Als blijkt dat de regels niet werken, moeten er meer en gedetailleerder regels komen. Controlemaatregel moet op controlemaatregel worden gestapeld.

DE KAMER toont zich verheugd als de indruk wordt gewekt dat de zaken onder controle zijn. Dit heeft tot de veronderstelling geleid dat de snelheid van het verkeer afneemt als de autowegen met duizenden gele kaasplankjes worden opgetooid. Ambtenaren van minister Braks kunnen onverholen cynisch zijn over de relatie van politici met de werkelijkheid. Toen een Kamerlid eens wilde weten of het waar was dat Nederlandse scharrelkippen in Italie alsnog in legbatterijen terecht kwamen, adviseerde een ambtenaar de minister laconiek te antwoorden dat dit in Italie niet was toegestaan.

In Brussel koestert men de illusie van een beleid dat is gebaseerd op een compromis dat ministers uit alle EG-landen thuis als een persoonlijk succes kunnen presenteren. Moet de zuivel terug, dan kan de Duitse minister inefficiente boeren op alpenweiden gerust stellen dat zij zijn ontzien. Visquota's, bedoeld om de visstand op peil te houden en de visserij op langere termijn veilig te stellen, worden zo over de landen verdeeld dat kleine vissers beschermd blijven. Alles mag, behalve concurrentie op Europese schaal waarbij de grote Nederlandse vissers een geduchte partij zouden zijn.

DE VISSERIJCHAOS verdwijnt niet met het aftreden van een minister of de invoering van nog meer controlemaatregelen. Het wordt tijd om vast te stellen dat de EG-quotaregeling nooit goed kan werken. Als oplossing rest slechts dat Brussel zich gaat beperken tot het beschermen van de visstand, vrije concurrentie tussen vissers toelaat en sociale maatregelen neemt voor wie het aflegt in de strijd. Gezien de Brusselse traditie van ontduiking oproepende Europese compromis-regelingen op alle gebieden, is hierop voorlopig echter weinig zicht.

Zolang de Tweede Kamer zich bovendien niet realiseert dat het onmogelijk is om te controleren of de vissers de huidige regeling al dan niet ontduiken, kan daarom het visserijdrama doorgaan tot iedere vis door een AID-controleur tot de bakpan wordt begeleid. Om te ontdekken wie van ontduiking van de regels op de hoogte is zijn hoorzittingen en Kamerdebatten in het vervolg overbodig. Iedereen kan op de hoogte zijn.