Nood maakt baggeraars creatief en cooperatief

DE COCKSDORP, 15 sept. De overcapaciteit in de baggerwereld maakt creatief. Bij het opspuiten van zand op Texel maakt de voor dit project gevormde aannemerscombinatie gebruik van een hefeiland, dat nadelige effecten van slecht weer moet minimaliseren. Misschien komt het project daardoor op tijd af, en misschien wordt er geen geld op toegelegd.

Op het hefeiland staan, twaalf meter boven zee, twee grote motoren die sinds midden augustus het vermogen leveren om tonnen zand kilometers ver door een leiding naar het strand te persen. Bij vergelijkbare projecten werd altijd gebruik gemaakt van een drijvend eiland, dat bij ruw weer moest wijken naar een haven. Zoiets levert veel vertraging op. Kosten, in dit geval: twee ton per dag.

Het eiland op poten is een miljoen gulden duurder dan een drijvend tussenstation. 'Als we in mei waren begonnen, had ik wel een drijvend eiland gekozen', zegt projectleider J. J. C. A. van Kuyk. 'Maar in de herfst heb je ander weer.' Van Kuyk denkt door de keuze voor de unieke 'stormproof' constructie al vier dagen te hebben gewonnen.

Toch ligt hij nu door een technisch mankement en slecht weer twee weken achter op schema. En dat op een werk dat tien weken zou moeten duren. De zwakste schakel blijkt nu de koppeling tussen de sleephopperzuigers die het zand aanvoeren en de pijpleiding. Bij windkracht zes wordt die koppeling, deels handwerk, gevaarlijk. 'Nog drie stormen hier en we hebben een fikse tegenvaller', zegt ir. W. Vegter, directeur van de Hollandsche Aanneming Maatschappij (HAM), een onderdeel van het bouwconcern HBG. Van Oord-Werkendam, dochter van baggeraar HAM, vormt samen met de Utrechtse aannemer Van Oord en baggeraar Volker Stevin de Kombinatie Texel. Deze groep verwierf enkele maanden terug de opdracht van Rijkswaterstaat om vijf kilometer strand aan de noordwest-kant van Texel, sterk afgekalfd tijdens de februaristorm, met 2,5 miljoen kuub zand op te hogen.

De aanneemsom bedraagt ruim 21 miljoen gulden; gelijkelijk te verdelen onder de drie partners. Dat zo broederlijk wordt samengewerkt tussen met name Volker Stevin en HBG-dochter HAM is opmerkelijk, gegeven de animositeit wegens het door Volker afgewezen huwelijksaanzoek van HBG. Maar de nood dwingt hiertoe.

Samen konden ze al het voor dit project vereiste materieel ter plekke krijgen; individueel zou bovendien het risico te groot zijn geweest. Al jarenlang zijn meer baggeraars op de wereldmarkt actief dan waarvoor werk is. De snelle groei van de markt in de jaren zestig en zeventig is verdwenen; oorzaken daarvan zijn onder meer de afgenomen behoefte aan nieuwe havens, de voltooiing van veel grote infrastructurele projecten en bezuinigende overheden.

Ondanks enkele grote fusies en een vermindering van de capaciteit kan van een grondige sanering in de baggerwereld niet worden gesproken. Dus proberen alle betrokkenen hun bestaan zo lang mogelijk te rekken, vaak ten koste van hun marges.

Rijkswaterstaat zou een dief van haar eigen portemonnaie zijn als zij niet een zo scherp mogelijke offerte zou vragen. Want ook deze overheidsinstelling moet woekeren met beschikbare middelen. Zij was dan ook niet ongelukkig met de felle stormen begin 1990, omdat die de minister aanleiding gaven extra geld voor 'strandsuppletie' uit te trekken.

Volgens functionarissen van de Directie Noord-Holland van Rijkswaterstaat had het project eigenlijk al in 1988 moeten worden uitgevoerd. 'Het plan ervoor lag klaar. Die storm was nuttig om het door te drukken.'

De strandafslag in Texel is namelijk fors. Bunkers die in 1945 op de duinen lagen, liggen nu 500 meter uit de vloedlijn in zee. Strandsuppleties gebeurden al in 1979 en 1985. Sindsdien is weer 3 miljoen kubieke meter zand de Noordzee ingespoeld.

Hoezeer de natuur 's lands baggeraars ook ter wille is, HAM-directeur Vegter beschouwt middelgrote projecten als dat op Texel als 'incidenteel'. Hij heeft er de sleephopperzuiger HAM 310 voor laten overkomen uit Australie, maar dit loont eigenlijk pas de moeite als het schip ook nog kan worden ingezet voor andere werken in Nederland. En daarover bestaat nog geen zekerheid.

Vegter, die bij HAM overigens nog steeds een positief bedrijfsresultaat (mede door activiteiten buiten baggeren) weet te behalen, zou zich prettiger voelen als de baggermarkt een structurele verbetering onderging door verkleining van de mondiale baggervloot.

Het prijsniveau is nu gewoon te mager, oordeelt hij. 'Ik heb onvoldoende mogelijkheden om me in te dekken tegen risico's. Eventualiteiten zijn niet geheel in de prijs te verwerken. In dit geval denk ik: leuk, we hebben het spul weer aan de gang gehad. Maar je kan er alleen aan verdienen als je geluk hebt en het meer dan honderd procent perfect loopt.'