Nieuw systeem voor ijken en onderhouden gasdetectoren

Lekkende gasleidingen zijn op te sporen door ze in te smeren met zeepsop en dan, om de belletjes in de slecht verlichte kruipruimte te kunnen zien, een lucifer aan te strijken. Na een klap weten de nabestaanden dat er inderdaad een lek was.

Een betere methode is het gebruik van gasdetectie-apparatuur, een apparaat dat de hoeveelheid gas in de lucht meet en alarm slaat als een ingestelde drempelwaarde wordt overschreden.

Betrouwbaar meten kan alleen met een goed geijkt instrument. Als er geen gas is, moet de meter nul aanwijzen. Als er 20 procent gas in de lucht zit, moet de meter op 20 staan. Alle gasdetectoren moeten zeker eenmaal per jaar opnieuw gecalibreerd (geijkt) worden. Er zijn vele detectoren op de markt en in Nederland zijn heel wat van die merken bij gasbedrijven in gebruikt. In Engeland en Frankrijk niet. Daar zwaaien British Gas en Gaz de France de scepters en alle monteurs gebruiken meters van Gas Measurement Instruments Ltd (GMI), gevestigd in het Schotse Renfrew. In Nederland bepalen de ruim 80 zelfstandige gasbedrijven zelf welke merken gasdetectoren er in gebruik zijn en zo is ons land, ondanks haar geringe omvang, een interessante markt voor menig fabrikant. Volgens een woordvoerder van GMI-importeur Wigersma en Sikkema wordt onderhoud en herijking van de gasdetectoren in Nederland nog al eens verwaarloosd. En in Engeland zijn, volgens een verkoopmanagar van GMI, 600 mensen continu bezig met onderhoud en ijken van de meters.

Bij het VEG-Gasinstituut in Apeldoorn denkt men er anders over. Ir. J. M. Jansen van de afdeling gasmeet- en regeltechniek: 'Wij doen hier voor een aantal gasbedrijven het onderhoud van de detectiemeters. Van andere is bekend dat ze bij de fabrikant of de leverancier het onderhoud laten doen. Ik heb er nooit iets fout mee zien gaan.'

Een fors gasbedrijf bezit een veertigtal van die meters. Het VEG-Gasinsituut, bemand door adviseurs en onderzoekers voor de Nederlandse gasbedrijven, krijgt jaarlijks 440 apparaten ter controle. Allemaal gaan ze na reiniging en ijking voorzien van een testrapport weer naar de gebruiker. Die kan een archief aanleggen van iedere apparaat.

De gasdetectoren van GMI werken, net als de meeste andere gasmeters, op basis van katalytische verbranding van het ingevoerde gas. Meestal is er ingesteld op een mengsel van methaan, propaan en butaan. Katalytische verbranding wil in dit geval zeggen dat de koolwaterstofverbindingen zonder vuur worden omgezet in water en koolstofdyoxide. De plaats waar dat gebeurt wordt heet en door die hitte wordt een elektrische weerstand verandert die in een zogenaamde brug van Wheatstone is geschakeld. Dat is een schakeling met twee vaste, een onbekende en een regelbare weerstand. De mate waarin de regelbare weerstand moet worden bijgesteld om dezelfde stroomsterkte te behouden zegt in dit geval iets over de verbrande hoeveelheid gas.

Oude gasdetectoren moesten bij een onderhoudsbeurt allemaal opengeschroefd, waarna met de hand de weerstanden in de brug van Wheatstone opnieuw moesten worden ingesteld. In de nieuwere generatie van GMI, de gasdetector heet daar Gascoseeker MK2, is dat al verleden tijd: drie infraroodogen verzorgen het contact met de buitenwereld. De kast is hermetisch gesloten en kan dat ook heel lang blijven. De toestand van het apparaat kan worden opgevraagd door signalen naar binnen te sturen. Interne elektronica verwerkt ze en stuurt infraroodpulsen terug. De toestand van het apparaat is dus van buitenaf te bepalen en herijkingen worden ook zo uitgevoerd.

Een volgende stap is de volledige automatisering van het onderhoud. Dat past volledig in het idee van automatische kwaliteitsbewaking van apparatuur die op het ogenblik in veel bedrijfstakken in opkomst is. Gasdetectorfabrikant GMI heeft onlangs een geautomatiseerd Instrument Management System op de markt gebracht. Het aantal calibratiemedewerkers van British Gas kan na introductie met 400 afnemen de resterende 200 kunnen het werk makkelijk aan, aldus de verkoopmanager van GMI. Het Instrument Management System bestaat in twee uitvoeringen. Beide versies gebruiken dezelfde interface tussen gasdetector en automatische ijker: een kastje waar de gasmeter ingeklikt wordt zodat de drie infraroodogen contact maken met drie optische sein- en leescellen. Aan het kastje zijn een aantal gascilinders gekoppeld waar de ijkgassen (lucht, zuurstof, methaan) uit worden betrokken. Het onderscheid tussen beide uitvoeringen zit hem in de verwerkende apparatuur. In de werkplaatsuitvoering is de computer die het allemaal moet doen verpakt in een kast die aan de muur hangt waar alleen wat controlelampjes opzitten die aangeven in welke fase van de test het apparaat verkeert. Aan het eind van de test wordt eenvoudig gemeld of de beproefde gasmeter wel of niet OK is, zodat de monteur weet of hij ermee op pad kan gaan. Alle testresultaten kunnen over een telefoonlijn naar een centrale computer die van iedere geteste gasmeter de historische gegevens bewaart. Dat is handig omdat het na een ontploffing goed is om te weten of er voor de knal met de betreffende monteur of met zijn meter iets mis was.

De andere uitvoering is bedoeld voor kleinere ondernemers of speciale tooepassingen. De interface wordt daarbij gekoppeld aan een gewone IBM-compatible AT-computer. Via het toetsenbord zijn uitgebreidere manipulaties mogelijk waardoor van standaardinstellingen kan worden afgeweken.

Het voordeel van het Instrument Management System is dat het ook andere meters van hetzelfde bedrijf, met drie infraroodogen op de juiste plaats, kan ijken en administreren. Een goede klantenbinder dus.

    • Wim Köhler