Lusteloze obligatiemarkt wacht op nieuwe impulsen

UTRECHT, 15 sept. De obligatiemarkt lag er deze week wat lusteloos bij. De nieuwsfeiten waren niet van dien aard dat een duidelijke richting werd ingeslagen. Donderdag was nog de zwakste dag, als nasleep wellicht van de Iraanse oproep tot de heilige oorlog tegen de Amerikanen. De afgiftekoers van de 9 procent toonbanklening werd die dag in twee stappen verlaagd van 99,25 naar 99,05. Gisterochtend werd de prijs op 99,00 procent vastgesteld, hetgeen een effectief rendement van 9,16 procent inhoudt.

Bestaande concurrerende leningen rendeerden tezelfdertijd circa 9,12 procent zodat eenzelfde basispuntenverschil als vorige week becijferd kan worden. Ook ditmaal vonden er enige ruilingen plaats. Tot en met donderdag is inmiddels voor fl.3 miljard op de lening ingeschreven. De economische nieuwsfeiten bevatten hoofzakelijk bevestigingen van vermoedens omtrent de hoge financieringslasten van de Duitse eenheid. De komende 5 jaar zal het immense bedrag van D-mark 1200 miljard in Oost-Duitsland geinvesteerd moeten worden. Voorts zou het officiele aantal werkozen in Oost-Duitsland tot 400.000 zijn opgelopen, terwijl officieuze schattingen meer richting 1 miljoen gaan. Ondanks deze ontwikkelingen blijft de D-mark zowel binen het EMS als tegenover de dollar een hoge mate van stabiliteit vertonen. De tarieven op de geldmarkt gaven zowel in West-Duitsland als in ons land geen beweging te zien. In beide landen worden de banken indien nodig voorzien van speciale beleningen met een tarief van (rond) 8 procent. Dat De Nederlandsche Bank de markt nauwgezet in de gaten houdt mag onder meer blijken uit het feit dat woensdag de Kasreserveverplichting weer werd ingesteld, en wel voor dezelfde 8 luttele dagen als waarvoor de nieuwe speciale beleningsmogelijkheid geldt. Dit betekent dat de markt een ruime dag de gelegenheid krijgt de inhoud van de Miljoenennota (de officiele) en de Troonrede van aanstaande dinsdag op hun merites te beoordelen. Het lijkt intussen waarschijnlijker dat de financiele markten meer belangstelling tonen voor hetgeen zich buiten onze landgrenzen afspeelt. Het wel en wee van de Amerikaanse begrotingsbesprekingen is er daar, afgezien van de Golfcrisis, slechts een van.

Eurokapitaalmarkt

Het einde van de eerste helft van het Japanse fiscale jaar werpt zijn schaduw vooruit. Door de geleden verliezen op binnenlandse beleggingen zien Japanse bedrijven zich genoodzaakt hun buitenlandse portefeuilles te gelde te maken, het zogenaamde window-dressing. Het doel hiervan is het oppoetsen van de balansen voor 1 oktober, wanneer de tweede helft van het Japanse fiscale jaar van start gaat. Door omvangrijke buitenlandse acquisities van Japanse institutionele beleggers leidde dit deze week tot omvangrijke Yen-aankopen. De resulterende koersstijging van de Yen werd echter niet weerspiegeld in de Japanse obligatiemarkt, die zelfs een rentestijging moest incasseren van circa 10 basispunten. Een ontwikkeling die eveneens het gevolg is van de verliezen op binnenlandse portefeuilles, is het opkrikken van solvabiliteitsratio's door Japanse banken. Dit geschiedt door middel van de uitgifte van achtergestelde leningen, die bij de berekening van de ratio's tot het risico-dragend vermogen van de banken worden gerekend. Sinds het Japanse Ministerie van Financien vorige week toestemming verleende om deze leningen op de Eurokapitaalmarkt uit te brengen, werd voor meer dan 3 miljard dollar geemitteerd. Van een ordelijk verloop, waarop het Ministerie van Financien had gehoopt, is zodoende nauwelijks meer sprake. De Japanse institutionele beleggers, traditioneel belangrijke afnemers van Japanse Euro-emissies, waren net met window-dressing begonnen en waren dan ook niet bijzonder gecharmeerd van de dollarleningen. Ondanks dit emissiegeweld was er voldoende belangstelling voor de derde wereldwijde obligatielening van de Wereldbank.

Deze voor institutionele beleggers bedoelde 2 miljard dollar grote lening werd uitgebracht in het 5-jaarssegment. De coupon van 8 5/8 procent en de uitgiftekoers van 99,54 procent vertegenwoordigden een effectief rendement van 8,74 procent. Voornamelijk door belangstelling van Amerikaanse zijde kon de lening worden geplaatst; met een rendementsspread van 30 basispunten ten opzichte van de binnenlandse treasuries. Deze laatsten beleefden, in afwachting van gisteren bekend gemaakte inflatiecijfers, een rustige week.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek