JAREN ZESTIG

Bijna een kwart eeuw na 'de dood van hippie' (1967) lijken de jaren zestig toe aan een tweede jeugd. Popconcerten worden weer bezocht door jongeren in India-kledij, boekwinkels richten etalages in met sixties'-lectuur en het bedrijfsleven houdt zowaar seminars over 'spiritueel management'. In het koor van herdenkers klinkt af en toe een wanklank. In Amerika, waar de jaren zestig veel harder aankwamen dan hier, komt de kritiek niet alleen van vaandeldragers van de gevestigde orde, maar ook van ontnuchterde maatschappijverbeteraars zelf. Peter Collier en David Horowitz waren redacteuren van het tijdschrift Ramparts, dat naam maakte met eulogieen over de Black Panthers en de Vietcong en aanklachten tegen de 'fascistoide' regering-Nixon en de praktijken van de CIA. In hun terugblik met de provocerende titel Destructive Generation zijn de rollen precies omgekeerd. De ooit als toppunt van 'cool' aanbeden Black Panthers worden neergezet als gangsters en moordenaars, de leden van de 'stadsguerrilla' propagerende Weatherman Underground als dwazen, hun Vietnamese kameraden als cynici, die westerse studentenleiders blij maakten met 'revolutionaire' sieraden, vervaardigd uit het metaal van neergeschoten Amerikaanse bommenwerpers.

Daar is natuurlijk allemaal al eens eerder op gewezen, maar Collier en Horowitz onderscheiden zich door hun intieme kennis van de figuren die ze beschrijven, zoals de opportunistische studentenleider en politicus Tom Hayden en Panther-leider Eldridge Cleaver, voor wiens vrijlating Ramparts ijverde. Het boek draait om persoonlijke visies, belevenissen en petite histoire. Daarbij ontbreekt elk oog voor het 'ludieke' en hilarische van de jaren zestig zoals in een verontwaardigd opgeschreven anekdote over de LSD-profeet Ken Kesey die op een feestje, met glazige ogen van de drugs, een groepje Black Panthers uitnodigt voor 'een potje basketball'. Erger is dat ook een analyse van de veranderingen in de samenleving sinds de 'sixties' ontbreekt. De enige theoretische verdieping schuilt in twee ruwe essays over het failliet van de linkse ideologie en het gelijk achteraf van de communistenjagers uit de jaren vijftig. Het boek lijkt dan ook vooral bedoeld als rituele zelfreiniging voor de auteurs. Colliers bekent, zielig, dat hij zich nu ' eindelijk Amerikaan durft te voelen'.

Voor Horowitz is de wereld voortaan verdeeld in generatiegenoten die hun revolutionaire verleden hebben ingeslikt, en zij die dat weigeren - alsof het toch weer gaat om het opbiechten van allerlei 'bourgeois'-zonden in de Goelag.