ITALIE; Top 10

Je kan in Italie geen boekwinkel binnenlopen of daar staart het boek je aan: een simpele saai-grijze kaft, achthonderd pagina's dik, opgetast in stapels die hoger torenen dan die van Umberto Eco's De slinger van Foucault vorig jaar. Het boek heet Inschiallah, of eigenlijk Oriana Fallaci, want de naam van de auteur is een paar korpsen groter dan die van de titel. Inschiallah, de Italiaanse spelling voor Insh-allah, zo Allah het wil, is veruit het best-verkochte boek van de afgelopen maand, en de verwachting is dat het zijn toppositie maar moeilijk zal afstaan. Vijf jaar heeft deze wereldberoemde journaliste, die haar sluier afdeed voor Khomeiny, gedaan over deze roman over leven en dood in Beiroet, haar romanpersonages in de gaten houdend via een groot schoolbord waarop zij bijhield wie er al dood was en wie er nog moest sterven. Een enkeling heeft de roman al vergeleken met de Ilias, maar het koor der critici heeft Fallaci snel gevonnist. Voor sommigen was het een damesroman, anderen zeiden dat Fallaci de subtiliteit van een slager heeft. Ook in Italie heeft dat weer tot beschuldigingen geleid dat alles wat boven het maaiveld uitsteekt, weg moet. Het publiek heeft in ieder geval, lekker gemaakt door een van de grootste publiciteitscampagnes van de afgelopen jaren, het officiele vonnis in de wind geslagen en het boek met tienduizenden tegelijk uit de winkel gehaald. Fallaci komt daarom op de gemengde bestsellerlijst nog boven Marcello D'Orta, de schoolmeester uit de omgeving van Napels die rijk is geworden van de opstellen van zijn leerlingen. De korte, onverbloemde en vaak geestige schetsen van de misdaad, de armoede, de hoop en de ellende van deze kinderen trekken al maandenlang kopers, en het totale verkoopcijfer sinds februari begint het miljoen te benaderen. Op de toptien voor non fictie boeken die de Corriere della Sera afgelopen weekeinde publiceerde, stond Laten we hopen dat ik het red dan ook nog steeds bovenaan. De volledige top tien was als volgt:

1. Marcella D'Orta: Io speriamo che me la cavo. Mondadori 2. Vittorio Sgarbi: Il pensiero segreto. Rizzoli. 3. Vittorio Sgarbi: Davanti all'immagine. Rizzoli. 4. Leoluca Orlando: Palermo. Mondadori. 5. Willy Pasini: Intimita. Mondadori. 6. Enzo Biago: Noi c'eravamo. Rizzoli. 7. Oliver Sacks: Veder voci. Adelphi. 8. Douglas Hofstadter: Godel, Escher, Bach. Adelphi. 9. Gaspare Barbiellini Amidei: Ragazzo dove vai? Mondadori. 10. Nando Dalla Chiesa: Storie. Einaudi.

Vittorio Sgarbi bevestigt met de tweede en derde plaats voor zijn twee meest recente boeken dat hij de kunstpaus van Italie aan het worden is. Sgarbi is een veelgevraagde gast in praatprogramma's voor de tv, nu eens als een bezadigde bebrilde professor zijn kunstkennis etalerend, dan weer als een verhitte artiest een rel trappend. Ondanks zijn vele optredens en zijn warme belangstelling voor het mondaine circuit produceert hij met een grote regelmaat een nieuw boek. Problemen met zijn werk heeft hij nauwelijks, want Sgarbi is ambtenaar en dat geeft in Italie veel ruimte. Zijn collega's in Venetie hebben onlangs geklaagd dat Sgarbi jarenlang niet op zijn werk is geweest, maar tot veel meer dan wat schouderophalen leidde dat niet. In zijn jongste boek, De geheime gedachte, vertelt de schrijver over zijn reizen en de schoonheid die hij daar ontmoet. Het wat oudere Voor het beeld is een verzameling observaties en gedachten over favoriete kunstwerken. Erg serieus worden zijn boeken niet genomen, daarvoor is Sgarbi teveel alleen maar mediapersoonlijkheid en daarvoor gebruikt hij teveel de eerste persoon enkelvoud.

Maar zijn commerciele succes laat zien dat er in Italie een goede markt is voor boeken over kunst, al kosten ze tegen de vijftig gulden. Het boek van de voormalige burgemeester van Palermo, de christen-democraat Leoluca Orlando, staat al een paar maanden op de bestsellerlijst. Het boek geeft een beeld van de 'Palermitaanse lente', de periode tussen 1985 en 1990 toen Orlando de strijd aanbond tegen de Mafia en een soort culturele revolutie probeerde te bewerkstelligen. Bij de gewone burgers had hij een enorm succes: bij de lokale verkiezingen van mei kreeg Orlando het record van ruim zeventigduizend voorkeurstemmen. Maar de politieke logica in Italie heeft zijn eigen wetten. Orlando moest wijken voor de oude garde van christen-democraten, die vond dat hij overdreef. Hij houdt nu overal in het land spreekbeurten, loerend op een kans om terug te komen en getroost door de verkoopcijfers van zijn voorlopige testament, die aangeven hoe groot de sympathie voor hem is. Hoe lang de weg is die Orlando moet afleggen, tegen hoeveel vijanden hij moet vechten, wordt ook duidelijk uit het boek Verhalen van een sympathisant, Nando Dalla Chiesa, de zoon van de prefect van Palermo die in 1982 werd vermoord omdat hij de maffiabestrijding ernstig nam. Het zijn korte hoofdstukken over peetvaders en processen, ministers en Mafia. Veel nieuws staat er niet in, maar door hun gedetailleerdheid bieden ze wel een onthutsend beeld. De journalist Biagi is met zijn opgetekende oorlogsherinneringen onder de titel Wij waren erbij eveneens een oudgediende. Behalve de bekende Hofstadter, in een nieuwe uitgave, en Sacks, staan er nog twee wegwijzers voor het persoonlijke leven op de lijst. In Kind, waar ga je heen? probeert de pedagoog Barbiellini Amidei een antwoord te geven op vragen waar ouders met opgroeiende kinderen mee te maken krijgen. En in Intimiteit doorspekt de seksuoloog en psychiater Pasini suggesties voor het zieleheil met sociologische schetsen over menselijke relaties in het aids-tijdperk.

    • Marc Leijendekker