Iran voor dilemma: Grote of Kleine Satan

AMSTERDAM, 15 sept. Als de Grote Satan (Amerika) en de Kleine Satan (Irak) elkaar op leven en dood gaan bestrijden, wiens kant moet je dan kiezen? Voor die keus staat thans de Islamitische Republiek Iran. De discussie wordt zoals gebruikelijk in Teheran deels publiekelijk, deels achter de schermen gevoerd. En de uitkomst staat nog allerminst vast. Tot dusver bevindt Iran zich in de positie van de engelachtige vrouw naar wier gunsten beide Satans dingen. Maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat de begeerde dame aarzelend en zeker niet definitief ertoe neigt haar voorkeur aan de Kleine Satan te geven, ondanks de mededeling van het invloedrijke blad Tehran Times dat berichten over Iraanse bereidheid om het VN-embargo tegen Irak te breken 'volledig ongegerond zijn'. Maandag sloot de Iraakse minister van buitenlandse zaken, Tareq Aziz, een tweedaags bezoek aan Teheran af. Een van de opmerkelijkste leden van de Iraakse delegatie was de minister van oliezaken, Issam Abdul Rahim Chalabi, die zich de afgelopen weken het vuur uit de sloffen liep om het VN-embargo tegen Irak te breken, met name wat betreft de olie-export. Na afloop werd gemeld dat beide partijen over 'de gevolgen op lange termijn' van de Golfcrisis hadden gesproken. Direct daarop vertelden Arabische en Amerikaanse functionarissen in de olie-industrie dat Iran in strijd met het VN-embargo 200.000 ton geraffineerde olie per dag van Irak zal afnemen voor eigen consumptie.

Bovendien is Iran bereid de noodzakelijke levensmiddelen en medicijnen aan Irak te leveren. Volgens hardnekkige, maar onbevestigde berichten zal Irak de geraffineerde olie zelfs gratis leveren.

Reeds eind vorige week werd vanuit Jordanie gemeld dat Iran voedsel en medicijnen naar Irak had gestuurd 'als een stap om de vrede tussen de twee moslim buurstaten te consolideren en als antwoord op de plannen om Irak uit te hongeren'.

En een Iraanse oppositiegroep in ballingschap maakte melding van de levering van meer dan een miljoen schapen door Iraanse stamleden aan de grens. Zij zouden daarvoor door Irak in goud zijn betaald. Als slechts een deel van al deze berichten waar is, heeft de Iraakse president Saddam Hussein diverse vliegen in een klap geslagen: .

Hij voldoet onzichtbaar aan een oude Iraakse eis tot schadevergoeding voor de door Iran geleden schade in de Golfoorlog, waardoor vrijwel niets meer een vrede tussen Irak en Iran in de weg staat.

Door aldus zijn doodsvijand van nog maar twee jaar geleden aan zich te binden, doorbreekt hij op effektieve wijze het door de Veiligheidsraad van de VN gedekreteerde embargo.

Hij stelt zijn hele oostgrens veilig (meer dan 1200 kilometer, de langste grens van Irak) en hij kan zijn troepen, zoals hij reeds gedaan heeft, naar meer bedreigde plaatsen dirigeren.

Hij kan, met de zegen van de Iraanse geestelijkheid en dus geloofwaardiger dan tot dusver, zijn strijd tegen het Westen en de Arabische bondgenoten van het Westen in een islamitische jas hullen.

Olieklant

Het was geen toeval dat Irans geestelijke leider, ayatollah Ali Khamenei, twee dagen na het bezoek van de Iraakse delegatie in de scherpst mogelijke bewoordingen de politiek veroordeelde van zowel de Verenigde Staten als van de door Irak bedreigde Arabische Golfstaten, Saoedi-Arabie in het bijzonder.

Khamenei betoogde dat alleen de landen van de regio de verantwoordelijkheid hebben voor de veiligheid van het gebied. De Amerikanen zijn alleen 'een klant' die van de landen in het gebied olie afneemt. Khamenei vroeg de gelovigen: 'Is het goed als een regering van de andere kant van de aardbol komt (...) en zegt: 'Ik moet hier de veiligheid herstellen omdat ik klant ben'?' Hij noemde het een schande dat er volken en regeringen zijn 'die de agresssor Amerika toestaan om hier voor hun eigen belangen te komen en een veiligheidssysteem in het gebied op te richten'.

Khamenei's argumenten hadden regelrecht uit Bagdad kunnen komen; ze waren een kopie van hetgeen Saddam Hussein voortdurend stelt. De Iraakse leider werpt zich namelijk nu op als de bewaker van het anti-imperialistische en islamitische erfgoed van wijlen imam Khomeiny, de man die hij op leven en dood bestreed. Het is een pretentie die de mollahs van de Islamitische Republiek Iran onder geen beding kunnen accepteren.

Vandaar, dat Khamenei tevens zei dat de Islamitische Republiek bereid is met alle landen in de regio samen te werken 'om de handen af te snijden van hen die agressie bedrijven tegen de rechten van anderen' een duidelijke verwijzing naar de Iraakse overname van Koeweit die door Teheran scherp is veroordeeld. Op 24 augustus verklaarde president Rafsanjani van de Islamitische Republiek er geen probleem mee heeft als buitenlandse troepen de Irakezen uit Koeweit verdrijven. En vorige week zei hij dat Iran geen veranderingen in de politieke aardrijkskunde van het gebied zal toestaan. 'Misverstand'Maar toen kwam de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, met ideeen over de mogelijkheid van een langdurige, zo niet permanente aanwezigheid van de Amerikaanse strijdkrachten in de Golf in het kader van een regionaal veiligheidssysteem, lang nadat de Golfcrisis bezworen zou zijn. Deze vaag geformuleerde plannen zetten in Teheran alle lampen op rood. De mededeling van het State Department van gisteren dat er in Teheran een 'misverstand' zou bestaan over de Amerikaanse bedoelingen, kwam te laat en kon de Iraanse zorgen allerminst wegnemen. Dezelfde Rafsanjani waarschuwde dat de islamitische wereld de Amerikanen uit het gebied van de Perzische Golf zou 'wegjagen' als zij van plan waren daar te blijven.

De Islamitische Republiek Iran heeft zich namelijk sinds haar geboorte gekeerd tegen de Amerikaanse overheersing van Iran en van de Golf. De in Teheran regerende mollahs zouden hun meest fundamentele geloofsbelijdenis en daarmee hun legitimiteit verraden als zij nu met die overheersing wel genoegen zouden nemen. Ayatollah Khamenei deed in feite niet anders dan die zorg te verwoorden. 'In een gebied waar wij aanwezig zijn en invloed hebben', aldus Khamenei, 'zullen wij niet toestaan dat Amerika voor zichzelf een vast steunpunt inricht, de Perzische Golf binnen zijn invloedssfeer brengt en de kracht krijgt om de zaken van de moslims te beheren. (...) Moslim naties zullen niet toestaan dat Amerikaanse strijdkrachten in de regio blijven'. Zijn verklaring was echter voorlopig alleen nog maar een waarschuwing, geen oorlogsverklaring. Khamenei riep niet nog niet op tot de heilige oorlog. 'De strijd tegen de Amerikaanse plannen om de Perzische Golf in hun greep te krijgen, wordt als een heilige oorlog beschouwd'.

Met deze fijne nuance gaf hij te kennen dat de Iraanse machthebbers geen definitieve beslissing hebben genomen en waarschijnlijk ook niet willen nemen over de te volgen koers. Moeten zij het aanbod te accepteren van Tareq Aziz om met Irak een niet aggressie-verdrag en een verdrag van vriendschap en samenwerking te sluiten of dienen zij zich voorlopig neutraal in de Golfcrisis op te stellen? Het antwoord werd in de vorm van een vraag een paar dagen geleden gegeven door Ahmed Khomeiny, de zoon van de gestorven imam: 'Veel mensen vragen: Is niet Amerika onze vijand nummer een? Hoe komt het dat Iran niets doet, terwijl Amerika troepen naar de Perzische Golf heeft gestuurd?' Bondgenootschap Sheikh Sadeq Khalkali, de vroegere scherprechter die wereldfaam bereikte met zijn razendsnel gevelde doodvonnissen en thans een invloedrijk man in het Iraanse parlement, weet wat Iran te doen staat. Hij riep dinsdag op tot 'een breed militair bondgenootschap' tussen Teheran en Bagdad om gezamenlijk de VS en Israel te bestrijden. 'Dat is de wens van alle moslim volkeren in het Midden-Oosten.' Of dat werkelijk de wens is van alle Iraanse moslims, is de grote vraag. Hoe problematisch de voorlopige keus ten gunste van Irak is, bleek al uit de commentaren van het Iraanse persagentschap IRNA en de krant Jomhuri Islami. Zij gaven toe dat veel families van de tijdens de Golfoorlog gesneuvelde Iraniers woedend waren over het bezoek van de Iraakse delegatie. Maar schreven zij de Iraanse overheidsdienaren deden wat het best is voor de nationale belangen van Iran, toen zij akkoord gingen met de komst van de Irakezen.

De tegenstanders van een kortstondige verbintenis met Saddam Hussein gaan niet alleen uit van emoties. Zij realiseren zich dat een al te nauwe samenwerking met Irak de zo noodzakelijke technologische samenwerking met het Westen uitsluit. Maar in een tijd van oplopende spanningen, waarin de Arabische partijen aan weerszijden van de scheidslijn elkaar bestoken met islamitische argumenten en contra-argumenten, kunnen zij dat niet openlijk zeggen omdat zij dan hun revolutionair-islamitische geloofwaardigheid zouden verliezen. In werkelijkheid kan Iran zelfs als het dat zou willen zijn buurman Irak onmogelijk van voldoende voedsel voorzien. Iran importeert zelf immers meer dan zestig procent van zijn benodigde levensmiddelen, het merendeel via derde landen uit de VS. Supermogendheid Maar hoe het debat in Teheran ook moge verlopen, alle Iraanse deelnemers gaan er, zonder een uitzondering, van uit dat Iran uiteindelijk een regionale supermogendheid zal zijn. Daarom wil de Islamitische Republiek met zo veel mogelijk partijen in de Golfcrisis van gedachten wisselen en, zo mogelijk, zaken doen. Want Iran fundamentalistisch of realistisch, radicaal of gematigd heeft er in wezen helemaal geen belang bij om echt partij te kiezen.

Kayhan International vertolkte eergisteren de Iraanse wens om op twee stoelen tegelijkertijd te zitten. Volgens deze krant bieden de goede relaties die Iran thans met zowel Bagdad als Koeweit heeft, de mogelijkheid om de Golfcrisis vreedzaam te regelen. 'Het staat vast dat de politieke samenwerking tussen Teheran en Bagdad ertoe dient om rust in de regio te garanderen en tevens de invloed, alsmede de heerschappij te verhinderen van buitenlandse strijdkrachten in de Perzische Golf'.

Daarmee gaf het blad wel impliciet aan dat de wens om de Amerikaanse machtsconcentratie te bestrijden groter is dan de begeerte Irak mores te leren.

Als Iran met succes de sancties doorbreekt, zal het de grote genoegdoening mogen smaken dat de VS uiteindelijk wraak zullen nemen en Saddam Hussein militair zullen verpletteren. Dan heeft de Grote Satan met de Kleine Satan afgerekend, waarna de gelovigen in de gehele wereld zich eensgezind tegen Amerika zullen keren. Zei niet imam Khomeiny altijd al dat Irans gerechte strijd tegen de Kleine Satan slechts een surrogaat was voor de werkelijke strijd tegen de Grote Satan?

    • Michael Stein