De vijfde colonne van het Vaticaan

De jezuieten gaan vrolijke maanden tegemoet. Het is vierhonderdvijftig jaar geleden dat hun Societeit van Jezus is opgericht, door Ignatius van Loyola, die in 1991 vijfhonderd jaar geleden werd geboren.

Daar zal de komende tijd dus menig feestelijk woord aan worden gewijd. Glaasje wijn erbij. Plus zo'n traditionele, gepoeierde, katholieke bolknak, want de toog kan niet altijd gespannen zijn.

Hoe komt 'de vijfde colonne van het Vaticaan' aan haar onmiskenbaar beroerde reputatie? Neem de Dikke van Dale (1976). Daarin wordt de jezuiet omschreven als 'iem. met geheime bedoelingen, intrigant, sluwe indringer'.

De jezuieten noemen zelf twee oorzaken van deze pejoratieve kwalificaties: 'Jezuieten hebben steeds aan de frontlijn gewerkt, en jezuieten hebben geheel vanuit Ignatius' spiritualiteit de mens steeds ernstig genomen.' Mij dunkt, als dit allemaal waar is, zou de Societeit van Jezus juist in hoge mate populair moeten zijn.

Het tegendeel is het geval. De Winkler Prins (1951) spreekt snijdend over de 'jezuietenmoraal', waarin het beginsel 'Het doel heiligt de middelen' centraal staat, een moraal die per definitie leidt tot 'goedkeuren van vorstenmoord, deelneming aan verschillende samenzweringen enz.' Dat kon de Katholieke Encyclopedie (1952) niet onweersproken laten. Hier was immers sprake van een 'al te veel aan overdrijving, veralgemening, ongemotiveerde insinuaties, onbewezen en onbewijsbare beweringen'.

Zo wordt de jezuieten bijvoorbeeld het 'kliksysteem' aangewreven, ten onrechte 'want de 'censoren' die uit de oudere leerlingen werden gekozen om orde en tucht te helpen handhaven, waren aan allen bekend en oefenden hun taak openlijk uit.'

Zoals het ook een fabeltje is dat de jezuieten zich aan onderlinge handtastelijkheden schuldig zouden maken. 'Dat een 'corrector' werd belast met het toedienen van lichamelijke straf, betekende een beperking van het ruwe tuchtsysteem uit die tijd.

'

Aldus de Katholiek Encyclopedie. Met andere woorden: Jezuieten klikken niet, maar verlinken elkaar met wederzijds goedvinden, zoals je redelijkerwijze niet meer van handtastelijk gedrag kunt spreken, omdat het er vroeger immers heel wat hardhandiger is toegegaan.

Ik kan deze ingewikkelde betoogtrant niet zo goed volgen, maar wellicht ben ik, als ongeletterde ongelovige, niet in staat mij voldoende in de mentaliteit te verplaatsen. De enige jezuiet, beter gezegd ex-jezuiet die ik ken, is Huub Oosterhuis, 's lands populairste christen-dichter die, alternatief psalmodierende, veel tot het uitroken van de Nederlandse kerkprovincie heeft bijgedragen. Zijn collega-jezuieten waren de versjes veelal te vooruitstrevend. Dus moest hij voor straf de pleeen van het retraitehuis reinigen. 'Omdat ik een dichter was, omdat ik nadacht en zo, daarom moest ik vernederd worden. Vervolgens ontdekte ik dat ik zo goed en snel plees kon doen, dat ik ontzettend veel tijd overhield. Dan schreef ik dus en las. Jezuitisch? Ja, dat zeggen ze altijd; als ik dat vertel, zegt men altijd: 'uiterst jezuitisch'.'

(Oosterhuis, in een interview.)De dichter oordeelt, lijkt mij, veel te hard over zichzelf. Ik bespeur althans in dit soort gedrag niets geniepigs of achterbaks. Het is niets anders dan een proeve van rationele tijdsindeling, met een nota bene touchant resultaat: godsdienstige poezie, ontstegen aan de stank van priesterlijke pis en Godgewijde excrementen. Het waren geen gemakkelijke jaren voor de jonge Oosterhuis. Gelukkig had hij op de momenten dat het hem allemaal te veel werd, altijd de troostende kat-met-de-zeven-staarten bij de hand. 'Dan gaf je jezelf met een van touw gevlochten zweepje vijftien slagen op je billen, over je schouder heen.' Zoals zovelen heeft Oosterhuis op een gegeven moment de Orde verlaten, om te trouwen en zich uitbundig voort te planten. Niettemin bleef 'de copywriter van de Firma Christus en Co' (zoals zijn dichtende ambtgenoot Gerrit Komrij hem liefdevol noemde) worstelen met God als Jacob met de Engel. Tot op heden is hij, uitgetreden of niet, het vleesgeworden christendom gebleven: een en al tasten, bezinnen, consensus en wankel evenwicht.

De Tijd-zaliger-nagedachtenis droeg hem een serie vraaggesprekken op met levensbeschouwelijke tobbers als Roel van Duyn, Mary Michon, Rob Tielman, Ischa Meijer en Lambert Tegenbosch. Het viel toevallig samen met een serie Alternatieve Schriftlezingen die ik onder het patronaatschap van De Groene Amsterdammer organiseerde. Vandaar dat Oosterhuis de indruk moet hebben gekregen dat ook ik met een levensbeschouwing tob, zodat hij ook mij uitnodigde mij ten behoeve van de Tijd binnenstebuiten te keren.

Gedienstig legde ik mijn interviewer uit waarom de Heilige Schrift tot mijn favoriete lectuur behoort. De Bijbel is immers politiek en cultureel een van de slagaders van de menselijke beschaving, een boek vol seks en geweld, suspense en sprookjesachtige taferelen, zij het (zei ik) dat het Nieuwe Testament onmiskenbaar minder geslaagd is dan het Oude Testament, een bekend verschijnsel na een debuut van een beginnend auteur.

Het was een ongedwongen benadering die mijn ondervrager zo te zien niet erg aansprak. Hij wilde liever van mij horen hoe ik over 'het vraagstuk van de genade' dacht. Helaas heb ik helemaal geen mening over het vraagstuk van de genade, zodat van dat hele vraaggesprek niets terecht is gekomen. Roel van Duyn, Mary Michon, Rob Tielman, Ischa Meijer en Lambert Tegenbosch hadden er echter geen enkele moeite mee en klepzeikten er kolommen lang lustig op los.

Het waren allemaal buitengewoon boeiende artikelen, die het bedreigde weekblad niettemin beter niet had kunnen publiceren, denk ik. Want zij versterkten de onuitwisbare indruk dat De Tijd toch nog steeds met de wijwaterkwast werd geschreven, met als gevolg dat ook de welwillende, niet-confessionele lezer de kerk werd uitgepreekt.

De jubilerende jezuieten hebben inmiddels een uitgebreide documentatiemap samengesteld, waarin blijmoedig de vigerende misverstanden rond de Orde het hoofd wordt geboden. Weet men eigenlijk wel dat het jezuitische missionarissen zijn geweest die de vanille en de rabarber in West-Europa hebben geintroduceerd? Realiseert men zich eigenlijk wel hoevele jezuieten het leven hebben gelaten in de strijd tegen de gehate bezetter? Na de oorlog beleefde de Orde nog een korte periode van triomfantalisme. Toen werd ook zij het slachtoffer van de culturele revolutie der jaren zestig. 'Toen zijn de jezuieten door een diep dal gegaan van vertrouwensbreuk, verslagenheid, van bijna uit elkaar vallen.'

Het heeft de modale jezuiet verinnerlijkt, verneem ik tot mijn genoegen. 'Hij gaat aandachtiger met anderen om. Het communauteitsleven krijgt grotere zorg.'

De grote retraitehuizen zijn inmiddels gesloten. Er rest nog slechts een enkel centrum voor geloofsverdieping: 'Om Vuur' te Deventer, bijvoorbeeld, en 'Op de Groei' te Arnhem. Er wordt tegenwoordig veel gedaan voor 'baanlozen, vluchtelingen, gevangenen en andere kansarmen'.

Enfin, precies waarvoor, geloof ik, het christendom tweeduizend jaar geleden is uitgevonden.

Proficiat, Societeit van Jezus! Het zou een aardig verjaardagscadeau zijn als de redactie van de Dikke van Dale zich eens kritisch zou bezinnen op de hatelijke invectieven die er tot op heden in hun naslagwerken staan.

    • Martin van Amerongen