Claus: laat arme landen zichzelf ontwikkelen

DEN HAAG, 15 sept. Arme landen moeten meer kans krijgen zichzelf te ontwikkelen. Daarvoor zouden nationale ontwikkelingsmaatschappijen moeten worden opgericht onder leiding van de regering van het land zelf, met expertise van de Wereldbank en het VN-fonds voor ontwikkeling (UNPD) en deelneming van donorlanden. In Nederland kan dan worden volstaan met een veel kleiner apparaat om de meer dan zes miljard gulden ontwikkelingsgeld per jaar te besteden.

Dat zegt prins Claus, inspecteur-generaal van Ontwikkelingssamenwerking, in een interview met deze krant. Het gaat hem bij zijn nieuwe plan om de inzet van donorlanden nog beter te coordineren en hulpgelden bij elkaar te leggen. 'Dan kun je aan de slag gaan met projecten, die voortkomen uit een samenhangend plan of beleid, dat het betrokken land zelf heeft opgesteld, en die een enigszins gelijke weg opgaan.' Naast een ontwikkelingsmaatschappij zou er een lokaal fonds moeten komen, waarin aan het begin van het jaar door multilaterale en bilaterale donoren geld wordt gestort. Een onafhankelijke organisatie, samengesteld uit ambtenaren van het land zelf en vertegenwoordigers van de hulpgevers controleert aan het eind van het jaar de uitgaven en evalueert de projecten.

Prins Claus geeft toe dat zijn voorstel ingewikkeld klinkt, maar meent dat ontwikkelingslanden meer dan tot nu toe de kans moeten krijgen de eigen visie op ontwikkeling inhoud te geven. De regeringen van die landen vinden dat zij te weinig greep hebben op buitenlandse hulpstromen en aan te veel verlangens van donorlanden moeten voldoen, aldus prins Claus. Bestuurders en ambtenaren worden overstelpt met bezoekers uit de landen die hulp geven. In Bangladesh komen alleen al uit een van de vele donorlanden 80 missies in een jaar tijd om te evalueren, te inspecteren en te identificeren, aldus prins Claus. Ingewijden op Ontwikkelingssamenwerking verbaast het niet als het om Nederland zou gaan.

Het nieuwe plan zou moeten worden voorgelegd aan een arm land waarmee Nederland nu al een langdurige ontwikkelingsrelatie heeft en aan andere donorlanden die een vergelijkbaar ontwikkelingsbeleid kennen, zoals bijvoorbeeld de Scandinavische landen. Ook zou het in de Verenigde Naties en de Wereldbank moeten worden besproken. 'Daar geen goede opvang van middelen en hier een bestedingsdruk komt de kwaliteit van ontwikkelingssamenwerking niet ten goede, ' aldus prins Claus.

Pag.2: Pagina 2: Interview

    • Ben Knapen