Bezetting van 'Zetten' wekt wrevel van directeur; 'We wordennog steeds geslagen en getrapt'

ZETTEN, 15 sept. 'Zetten' is bezet. Door het raampje in de voordeur ontspint zich een discussie tussen Annie, ex-pupil en een van de elf bezetters van het kantoor van de Heldringstichtingen in Zetten, en twee pupillen. 'We worden nu nog vaak geslagen en getrapt', zeggen zij.

De Arnhemse officier van justitie mr. N. Leeman, aanwezig 'in funktie en als bemiddelaar', is dan even buitenshuis met het bestuur aan het praten. Binnen een half uur is hij terug. 'Aan uw eis om een gesprek met het bestuur wordt voldaan. Op 18 september te 19-nul-nul-uur in de brandweerkazerne. De zes door u genoemde agendapunten zullen dan worden behandeld.' Of ze het zwart op wit kunnen krijgen? 'Neen, jullie zullen het met mijn woord moeten doen.'

Na een kort beraad gaan de bezetters, aangesloten bij het Steunpunt Zetten, akkoord. Aan de actie van ruim drie uur is een einde gekomen.

In het gesprek moet het bestuur, zoals in een van de agendapunten wordt gezegd, 'publiekelijk afstand nemen van de praktijken, zoals seksueel misbruik van ex-bewoners en bewoners, gepleegd door de voormalige directeur en psychiater F., het gebruik van de isoleercel, het geexperimenteer met medicijnen en het platspuiten.'

F. was directeur van het orthopedagogisch en jeugdpsychiatrisch centrum Otto Gerard Heldring. De rechtbank in Arnhem veroordeelde hem in mei tot zes jaar cel wegens seksueel misbruik van pupillen. Zijn hoger beroep dient op 30 en 31 oktober.

Om half elf gisterochtend meldden de elf zich aan voordeur. Hugo: 'Mochten er misverstanden over rijzen: we zijn binnengelaten. Daarna hebben we alle kasten en laden afgesloten en de sleutels keurig netjes aan mijnheer Leeman overgedragen, zodat men nooit zal kunnen zeggen dat we in de dossiers hebben geneusd.' Directeur N. Kampstra: 'Ze hebben me in mijn kantoor in mijn kraag gegrepen en me als een beest de gang op gemieterd. Een medewerkster werd letterlijk van de trap afgeschopt. Als dit tegenwoordig allemaal in een rechtstaat mogelijk is, dan zeg ik: jonge, wat zijn we ver afgegleden.'

Men is, vult hij nog aan, bezig met het formuleren van een klacht wegens huisvredebreuk en/of mishandeling.

Dat er, zoals de twee pupillen zeggen, in een van de zogenoemde leefgroepen in het centrum door een met name genoemde leider nog altijd geslagen en getrapt wordt, acht Kampstra 'zeer onwaarschijnlijk.'

Hij meent dat de pupillen gebruik hebben gemaakt van de publiciteit rond de bezetting om met deze beschuldiging te komen. Hij wijst erop dat er sinds 1 januari een klachtencommissie bestaat. 'Ik vraag me af waarom ze zich niet tot de commissie hebben gewend.' Of hij wellicht toch enig begrip kan opbrengen voor de actie wegens het leed dat ex-pupillen, van wie een aantal aan de bezetting deelnam, hebben geleden? 'Daar heb ik niks mee te maken. Sinds 1978 wordt hier een totaal ander beleid gevoerd. De mensen die nu de leiding hebben, kun je niet aanwrijven wat er destijds is gebeurd. Maar dat schrijven de kranten liever niet. Dan is de jeu er immers af.'