Zweedse neutraliteit nu toe aan revisie; Sociaal-democratische uitgangspunten hebben hun werkzaamheid verloren

STOCKHOLM, 14 sept. De Zweedse sociaal-democraten hebben nog twaalf maanden voordat algemene verkiezingen een definitief oordeel vellen over het minderheidskabinet van premier Ingvar Carlsson. Het zullen beslissende maanden worden omdat steeds meer uitgangspunten waarmee de partij richting gaf aan het na-oorlogse Zweden in het gedrang komen. De populariteit van de partij zweeft al maanden rond een historisch dieptepunt.

De Zweedse neutraliteitspolitiek is aan revisie toe nu de Koude Oorlog aan haar einde komt en de partij een antwoord moet formuleren op de roep van de industrie om een snelle toetreding tot de EG. De vermindering van het aantal kerncentrales, een ander voornemen dat de partij al 14 jaar propageert, is gezien de gestegen olieprijs uitermate onaantrekkelijk geworden.

In hun economisch beleid houden de sociaal-democraten, ondanks toenemende economische problemen, vast aan vertrouwde principes: loon-solidariteit en nul-werkoosheid staan nog steeds hoog in het vaandel. 'Er worden veel maatregelen genomen en nog meer maatregelen besproken', zegt Bo Carlsson van de werkgeversfederatie SAF, 'maar substantieel veranderd er niets. De vraag is hoe lang nog.' Het beroemde 'Zweedse model', solidaire loonpolitiek gecombineerd met werkloosheidsbestrijding en voortreffelijke sociale voorzieningen, liep al eerder dit jaar een fikse deuk op. In februari struikelde de regering-Carlsson over pogingen een oververhitte economie tot rust te brengen met een loon- en prijsstop, vergezeld van een stakingsverbod. Alleen een gelegenheidscoalitie met de liberale oppositie hielp de sociaal-democraten weer in het zadel. Daar bij komt nu ook een verwachte neergang van de wereldeconomie waarvoor het land zeer gevoelig is omdat eenderde van het bruto nationaal produkt wordt verdiend met export. De aanhoudende stijging van de olieprijzen zal de toch al hoge inflatie, 10 procent op jaarbasis, nog verder verhogen. (De Zweedse inflatie stijgt met een half procentpunt voor iedere 10 dollar olieprijsstijging.)De internationale problemen komen op een moment dat de jarenlange zwakte van de Zweedse economie de eerste slachtoffers eist. Boegbeelden van de Zweedse industrie, zoals Volvo en Electrolux, hebben in de afgelopen weken massale ontslagen aangekondigd. Het witgoedconcern Electrolux, ondermeer ijskasten en wasmachines, wil de komende twee jaar mondiaal zelfs 15.000 mensen ontslaan, 10 procent van het totale personeel. Al ruim vijftien jaar kampt het land met een lage economische groei (1,9 procent in 1989), hoge inflatie verooorzaakt door hoge loonkosten en lage produktiviteit, die de internationale concurrentiekracht van Zweede bedrijven hebben aangetast. Aan de vooravond van het partijcongres van de sociaal-democraten en van een nieuwe harde loononderhandelingen toont minister van financien, Allan Larsson, zich uiterst optimistisch. Het toenemende besef van aanstaande economische malaise komt hem, hoe cynisch ook, goed van pas.

Larsson nam in April het roer over van Kjell-Olof Feldt, de bedenker van het pakket noodmaatregelen dat de regering fataal werd. Sindsdien voert hij een beleid gericht op het terugdringen van de vraag en het stimuleren van de produktiviteit. Een voorgenomen uitbreiding van het sociale stelsel werd uitgesteld, de groei in de uitgaven van locale overheden werd bevroren en een tijdelijke verhoging van de BTW met een procent moest de vraag temperen. Daarnaast probeert Larsson het ziekteverzuim terug te dringen door werkgevers te laten betalen voor de eerste twee weken dat een werknemer afwezig is, in de hoop dat Zweden oog in oog met hun werkgever minder ziektes zullen simuleren dan ten overstaan van ambtelijke controleurs.

De eerste reactie op de maatregelen van Larsson was positief: de rente begon te dalen en hield dat vol totdat de stijgende olieprijs de neergaande lijn weer omboog. De echte vuurproef voor Larsson komt echter pas dit najaar als de looneisen in de hand moeten worden gehouden. Looneisen tot 35 procent en daaropvolgende stakingen waren in februari aanleiding voor de ernstigste naoorlogse politieke crisis. Larsson hoopt dat de veel geroemde solidariteit tussen werknemers en werkgevers, die critici begin dit jaar ten grave hebben gedragen toen de banken twee weken dicht bleven ten gevolge van een staking, dit najaar weer zijn werk zal doen. Het onderhandelingsproces zal volgens het traditionele patroon verlopen. Nieuw is in praktisch opzicht alleen een door de regering ingestelde commissie van zes wijze mannen die bonden en werkgevers tot matiging moet aansporen. 'Het uitgangspunt is nu veel gunstiger dan vorig jaar. De belastinghervorming die op 1 januari van kracht wordt zal tot meer koopkracht leiden. Bovendien kan niemand dit jaar zeggen dat hij meer moet krijgen omdat zijn loonontwikkeling achter is gebleven bij andere werknemers. Over de afgelopen drie jaar bezien heeft iedereen evenveel gehad. 'Belangrijk is ook dat het besef groeit dat de Zweedse industrie niet met nog meer kosten opgezadeld kan worden. Er is geen atmosfeer meer waarin stakingen kunnen gedijen omdat iedereen het aantal vacatures ziet dalen, dat is het eerste teken dat de markt verandert.' Volgens Larsson kunnen bonden en werkgevers dit jaar een beheerste loonontwikkeling overeenkomen omdat de industrie erop gebrand is de kosten laag te houden en de bonden hun loonsverhoging verwezenlijken via de belastinghervorming, waardoor 85 procent van de werknemers hun belastingdruk zien dalen van 40 a 50 procent tot 30 procent. Bovendien moet de belastingverlaging het chronische tekort op de arbeidsmarkt verminderen omdat meer mensen bereid zullen zijn te werken als ze meer overhouden. De ambtenaren van Larsson hopen dat het aanbod van arbeidskrachten met 4 procent zal toenemen.

Niet iedereen heeft zoveel vertrouwen in de loononderhandelingen. Carlsson, van de werkgeversfederatie SAF, vreest dat de bonden geen genoegen zullen nemen met de harde lijn die de werkgevers ongetwijfeld zullen volgen nu hun winsten onder druk staan. 'Het risico van arbeidsconflicten is nog steeds duidelijk aanwezig', waarschuwt Carlsson. De belastingherziening kan volgens hem niet volledig verhinderen dat de bonden compensatie zullen zoeken voor de prijsstijgingen. Officieel streven de sociaal-democraten nog steeds naar volledige werkgelegenheid, maar zeggen critici als Carlsson, de ambtenaren op Larsson's ministerie houden steeds serieuzer rekening met een bescheiden stijging van de officiele werkloosheid. Een bewijs daarvoor zien zij in de economische modellen die het ministerie in haar lange-termijn visie heeft opgenomen. Daarin stijgt de werkloosheid matig (tot 2,3 procent in 1992) en dalen de loonsverhogingen dramatisch, van 10,2 procent vorig jaar tot 3,5 procent in 1992. De stijgende werkloosheid zorgt voor een ruimer arbeidsaanbod waardoor de loonkosten minder snel stijgen en is dus een instrument om de vermaledijde inflatie te temperen, zo interpreteert Carlsson het mechanisme achter het model. Larsson zelf bestrijdt die interpretatie. 'Het model geeft alleen maar aan hoe belangrijk het is de loonkosten in de hand te houden. Hogere werkloosheid is voor ons geen middel om de kostenstijgingen te beperken', aldus de minister.

Tijdens de zomermaanden kroop de populariteit van de partij in het kiezersonderzoek van 32 naar 33,5 procent, dat is nog ruim 11 procent te weinig voor een stabiele regering en 6,5 procent onder het interne streven van de partij.

De overlevingsstrategie van de sociaal-democraten is gedeeltelijk gebouwd op een stabilisering van de prijzen. 'Inflatie heeft onder de kiezers een gevoel van onbehagen gecreerd. De belastinghervorming, stabilisering van de economie en inflatiebestrijding vormen de basis om kiezers terug te winnen', zegt Larsson.

    • Michel Kerres