WVC wil instituut voor vormgeving oprichten

DEN HAAG, 14 sept. Het ministerie van WVC wil een nieuw Vormgevingsinstituut oprichten. De eerste twee jaar zou dat 1,4 miljoen gulden subsidie per jaar ontvangen. Dit blijkt uit een nota die minister d'Ancona (WVC) vandaag heeft gezonden aan de Raad voor de Kunst en aan de Tweede Kamer.

WVC verwacht dat het ministerie van economische zaken 'een gelijkwaardige bijdrage' aan het nieuwe instituut levert, maar daarover wordt nog onderhandeld. Ook de gemeente waar het instituut wordt gevestigd zou 'een substantiele bijdrage' moeten leveren.

Behalve industriele en grafische vormgeving moet het nieuwe instituut ook mode, ruimtelijke vormgeving en toegepaste kunst omvatten. Tot de taken van het nieuwe instituut behoort volgens de nota onder meer het functioneren als documentatiecentrum, het verrichten van onderzoek, het 'actief benaderen van de markt', het verzorgen van programma's voor buitenlandse gasten en het geven van advies over de ontwikkeling van nieuwe produkten, in samenwerking met de zogeheten innovatiecentra van EZ. Subsidies geeft het instituut niet; dat blijft een taak van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst. Het instituut zal publikaties verzorgen en tentoonstellingen organiseren, maar geen eigen collectie opbouwen. Het ministerie wil volgens de nota volgend jaar tevens een nieuwe vormgevingsprijs in het leven roepen, waaraan een bedrag van vijftigduizend gulden en een tentoonstelling in het nieuwe instituut zijn verbonden.

Straatmeubilair

In totaal geeft de overheid per jaar tien miljoen gulden aan vormgeving uit. Het voor instellingen beschikbare budget van acht ton wordt ten behoeve van het instituut verhoogd tot 1,4 miljoen gulden. Uit het oude budget wordt nog tot en met dit jaar de Stichting ioN (industrieel ontwerpen Nederland) gefinancierd. Volgend jaar staakt ioN die in staat van ontbinding verkeert haar activiteiten. Wanneer het vormgevingsbudget alsnog ontoereikend blijkt, houdt de nota rekening met een verhoging van de hiervoor gereserveerde post in het Kunstenplan 1993-1996 de vierjaarlijkse 'overheidsstrategie' voor de kunsten , eventueel door minder te besteden aan de individuele subsidies voor vormgevers (nu 3,5 miljoen gulden per jaar). Volgend jaar moet worden besloten waar het instituut wordt gevestigd. Amsterdam stelt hiervoor de Beurs van Berlage beschikbaar, waar het instituut een kantoor en een bescheiden expositieruimte zou hebben. Het zou ook regelmatig de grote beurszaal kunnen gebruiken. Ondanks de vestiging van het Nederlands Philharmonisch Orkest en het grand cafe in de Beurs, zou het ministerie het gebouw aan het Damrak 'tamelijk gesloten' vinden. De gemeente wil de gevel van de Beurs echter gaan verlichten en het Damrak gaan 'herinrichten' met nieuw straatmeubilair. De Rotterdamse Kunststichting (RKS) heeft de gemeente Rotterdam in maart van dit jaar samen met museum Boymans-van Beuningen om zes ton extra gevraagd voor activiteiten op het gebied van de vormgeving. Rotterdam biedt nog geen locatie voor het instituut aan, maar stelt een aantal activiteiten voor bijvoorbeeld het instellen van een 'design-triennale' en werkplaatsen voor vormgevers die voorlopig onder de paraplu van de RKS kunnen plaatsvinden en later naar het Vormgevingsinstituut worden overgeheveld.

Onafhankelijk

Volgens Matty Veldkamp, hoofd van de in 1988 opgerichte afdeling vormgeving van WVC en auteur van de beleidsnota, moet het nieuwe instituut de 'vele verspreide activiteiten' op vormgevingsgebied coordineren, vanuit een onafhankelijke positie. 'Er is bijvoorbeeld nog steeds een grote kloof tussen wat afgestudeerde vormgevers kunnen en waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft', aldus Veldkamp.

Het is niet de eerste keer dat in Nederland een dergelijk instituut wordt opgericht. In 1945 werd de 'Commissie voor den Industrielen Vorm' opgericht, en in 1947 de 'Stichting Centraal Adviesbureau voor de Gebonden Kunsten en de Industriele Vormgeving'. Tussen 1948 en 1984 financierde EZ het 'Centraal Orgaan voor het Scheppend Ambacht'. Tussen 1949 en 1970 was in de Beurs van Berlage het Instituut voor Industriele Vormgeving (IIV) gevestigd, een initiatief van de ministeries van OKW en EZ. De ioN werd opgericht in 1984. WVC heeft zich zojuist teruggetrokken uit de Stichting ioN; is een nieuw instituut dan levensvatbaar? Veldkamp:'In de eerste plaats is de benadering van het vakgebied breder. Bovendien wordt dit instituut anders gefinancierd. De gang van zaken bij de ioN was tragisch, maar we konden de problemen daar niet laten doorsudderen totdat de ioN in het nieuwe instituut zou opgaan.' Dat er nog geen overeemstemming bestaat over de bijdrage van EZ geeft volgens Veldkamp 'te denken'.

Volgens haar worden vormgevingsinstituten in het buitenland 'grotendeels of zelfs uitsluitend' gefinancierd door ministeries van economische zaken. 'Maar heeft op dit gebied weinig traditie. Je moet je eigen beperkingen kennen.'