Wijn drinken uit een schedel

Tijdens een schrijverscongres in Canada, vorig jaar september, heb ik een bezoek gebracht aan een eiland in het Noordpoolgebied, waar Eskimo's woonden. Vanaf Toronto moesten we nog acht uur naar het noorden vliegen om er te komen. Ik was de eerste Chinees die voet zette op dat eiland. In april van dit jaar, toen ik op uitnodiging van een Amerikaanse instantie een rondreis van een maand door Amerika maakte, stelde ik voor om een gebied te bezoeken dat door Indianen bewoond werd. Zo kwam ik in New Mexico.

Ik logeerde bij een blanke Amerikaanse dokter. Hij werkte al twintig jaar in een ziekenhuis voor Indianen. Hij had twee dochters. Een van de twee was een Indiaans meisje, dat hij geadopteerd had. Ze was al negentien jaar bij hem en zat inmiddels op de universiteit. 'Waarom wilde je een Indiaans meisje adopteren?' vroeg ik. (Een typisch Chinese vraag, Chinezen hechten in extreme mate aan bloedverwantschap.) De dokter antwoordde onomwonden: 'Omdat ik van New Mexico hou, en van de Indianen. We hadden al een dochtertje en we wilden er nog een, maar we wilden de wereldbevolking ook niet nog verder laten toenemen, dus heb ik een Indiaans buitenechtelijk kind geadopteerd. Ze houdt erg veel van me en ik ook van haar. Toch zal er een moment komen dat ze haar natuurlijke moeder wil gaan zoeken. Dat verlangen zal ik moeten inwilligen... ' De levensomstandigheden van de Indianen in New Mexico waren al even modern als die van de Eskimo's in Canada. Ik was teleurgesteld, want ik wilde zien hoe ze oorspronkelijk leefden. 'Jammer, maar dan ben je twintig jaar te laat, ' zei de dokter. De Indianenreservaten van twintig jaar geleden hadden nog geen stromend water. Heel wat mensen werden ziek door het drinken van water uit putten. Tegenwoordig rijden de Indianen in auto's, hebben ze gasfornuizen en stromend water en is er, behalve in enkele bergdorpen, overal elektriciteit. Al pratend schonk hij een kopje thee voor me in. 'Wil je melk?' 'Natuurlijk.' 'Goh, drinken Chinezen ook melk in hun thee?' Ik vond het een moeilijke vraag. 'De mensen in Tibet, Xinjang en Binnen-Mongolie drinken allemaal thee met melk. Officieel zijn dat allemaal Chinezen. 'Minderheidsvolken' worden ze genoemd. De 'echte' Chinezen gebruiken geen melk in de thee. Ik drink het alleen maar omdat ik heel vaak in die streken geweest ben.'

'In Amerika behoor jij nu ook tot de minderheden, ' zei de dokter. Daarna vertelde hij het volgende: veertig jaar geleden was er in Amerika een beeldhouwer die in een berg een gigantisch groot beeld wilde uithakken, net zo mooi als het monument voor de eerste presidenten. Het moest een afbeelding worden van een Indiaanse held, die tijdens een slag in 1876 het Amerikaanse leger had verslagen. Toen de beeldhouwer in 1982 stierf, was het monument nog steeds niet af. Acht van zijn tien kinderen zetten het werk op de berg voort en voltooiden een 563 voet hoog beeld van een Indiaanse held.

Ik zei in stilte tegen mezelf: ooit zal er ook in China zo'n monument gemaakt worden, om het verleden om vergiffenis te vragen en de volkeren met elkaar te verzoenen.

Wijnbeker

Ik moest vooral denken aan Tibet: Lhasa, de 'stad van de zon', zo genoemd omdat het de dichtst bij de zon gelegen stad is (3600 meter boven zeeniveau); het imposante Potala-paleis, dat negenhonderd jaar geleden op de berg gebouwd werd; het eenvoudige en beminnelijke Tibetaanse volk, de vrouwen en kinderen met manden op hun rug, die zodra ze een claxon horen meteen wegduiken langs de kant van de weg en vandaar verlegen naar de mensen in de auto wuiven en glimlachen... Het was in oktober 1987. Ik arriveerde als journalist in Lhasa, nadat demonstraties van de Tibetanen voor onafhankelijkheid met geweld waren onderdrukt. Het was tevens mijn eerste bezoek aan Tibet. Tot die tijd was al mijn kennis omtrent Tibet afkomstig geweest uit officiele propaganda. Reeds in de vijftiger jaren, toen ik een jaar of acht, negen was, had ik een tentoonstelling over 'de onderdrukking van de Tibetaanse opstand' gezien. Ik vond het toen vreselijk eng. Het enige wat ik me herinner is de wijnbeker van een Tibetaanse slavenbezitter, gemaakt van de schedel van een van zijn slaven. Zodra het over Tibet gaat, gelooft de meerderheid van de Han-Chinezen de officiele propaganda; de Communistische Partij heeft er miljoenen slaven bevrijd en is het Tibetaanse volk voorgegaan in de overgang van een slavenmaatschappij naar het socialisme. De centrale Chinese regering heeft de opbouw van Tibet in gang gezet, wegen aangelegd en goederen aangevoerd en er de moderne beschaving verbreid.

Voordat ik in 1987 in Tibet aankwam, was ik echter al in het woongebied van de Kampa-Tibetanen in de provincie Sichuan geweest. Daar had een Tibetaans kaderlid van de Partij me verteld dat in een groot aantal dorpen in die regio geen mannen van tussen de zestien en de zestig jaar waren. Die waren allemaal in 1959 omgekomen. Er zijn in 1959 zo'n anderhalf miljoen Tibetanen gedood.

Ik herinner me die man nog goed. De haat stond in zijn ogen te lezen. Juist daarom kwam ik vervuld van sympathie voor het Tibetaanse volk in Lhasa aan, alleen maar om te ontdekken dat ik mij reeds in een uiterst troosteloze situatie bevond. Het waren de 200.000 Han-Chinezen in Lhasa geweest, die, sidderend van angst voor de demonstraties van de Tibetanen, bescherming van het leger hadden geeist. Als Han-Chinees was het voor mij nu onmogelijk om met Tibetanen in contact te komen. De tegenstellingen waren reeds te groot. Ik was gedwongen om het gezelschap te zoeken van een paar uit Peking afkomstige journalisten. Die stelden me met de dingen die ze allemaal zeiden diep teleur: het beleid van de Communistische Partij ten aanzien van Tibet zou het allerslechtste uit de hele geschiedenis van het Chinese rijk zijn. Op momenten dat een zachte aanpak vereist was, gebruikten ze geweld en als geweld nodig was, waren ze juist veel te mild. Het afslachten van een miljoen Tibetanen in 1959 was juist geweest. Daarna hadden ze zich ten minste dertig jaar lang netjes gedragen. Maar dat Hu Yaobang aan Tibet zelfbestuur verleend had en de godsdienstvrijheid hersteld had, was een grote blunder geweest. We waren te lief voor Tibet, we moesten ze weer eens hard aanpakken en er nog een miljoen neerknallen!Normaal gesproken zijn die journalisten er als de kippen bij om de tekortkomingen van het communistische bewind te bekritiseren. Hoe kwam het dan dat ze, nu het over minderhedenproblemen ging, de Partij juist van advies wilden dienen? Ik vroeg hun wat het Tibetaanse volk dan eigenlijk met de Culturele Revolutie te maken had gehad. Waarom moesten de Han-Chinezen die waanzinnige ramp ook over Tibet afroepen? Waarom moesten de Tibetanen in naam van de klassestrijd hun eigen tempels vernielen en hun geloof te gronde richten? Trouwens, waar haalden wij het recht vandaan om de economische ontwikkeling van Tibet te bepalen? Hadden we het zelf dan zo goed gedaan? Als de politiek en economie van het Chinese rijk tegenwoordig een grote chaos zijn, dan mag het Tibetaanse volk toch zeker wel zijn eigen weg zoeken? We kunnen het nog steeds niet verdragen dat de Japanners zoveel Chinezen hebben afgeslacht. Waarom mogen de Chinezen dan wel Tibetanen afslachten?

Historische kwestie

Een van de journalisten zei: 'Je moet een onderscheid maken tussen het begrip 'staat' en het begrip 'volk'.'

Met het Tibetaanse volk hebben wij ook medelijden, maar Tibet heeft al meer dan duizend jaar tot China behoord. Dat is een historische kwestie, een staatsaangelegenheid, die niet alleen het probleem van de Communistische Partij is. Tibet is een deel van China en mag zich niet afscheiden. Wat dat betreft hebben westerse landen ook niet het recht om de Chinese regering te bekritiseren. De blanken in Amerika hebben de Indianen uitgemoord, in Canada hebben ze de Eskimo's afgeslacht en in Australie de Aborigines. De geschiedenis van de vorming van een staat is altijd ook een geschiedenis van het uitroeien van minderheden. Begrijp je wel? Ik antwoordde: 'Dat is allang verleden tijd. Tegenwoordig wordt dat nergens ter wereld meer gedaan.' De journalist zei: 'O ja? Ben je wel eens in Amerika geweest? Dan moet je daar toch eens gaan kijken. In de politieke realiteit is geen plaats voor menslievendheid. Ga anders nu maar eens buiten op straat je preek staan afsteken, dan zullen we eens zien of de Tibetanen je niet afmaken!' Terwijl we zo midden in de nacht in ons hotel in Lhasa zaten te praten, weerklonken buiten de geluiden van geweerschoten en politiewagens. Ik voelde me vreselijk eenzaam. Ik kon met geen mogelijkheid het standpunt van de Han-Chinezen delen, maar ik kon ook niet met het Tibetaanse volk communiceren. Ik geloofde niet in wat de westerse kranten zeiden, maar nog minder in de kreten van de Partij. Tien jaar geleden vertelde een vriend van me, die soldaat is, over een voorval dat hij zelf had meegemaakt: in 1975 had de centrale overheid 200.000 soldaten een twintigtal districten van het Hui-volk in de provincie Yunnan laten omsingelen. De Huis, die de islam aanhangen, eisten het herstel van de godsdienstvrijheid. Het dorpje Shadian, waar 8000 Huis woonden, werd door artilleriebeschietingen met de grond gelijk gemaakt.

Sinds enkele jaren zijn Chinese geleerden in discussies verwikkeld over onafhankelijkheid voor de verschillende volkeren en de oprichting van een bondsstaat. Zolang China vasthoudt aan machtscentralisatie en de daaruit voorkomende 'eenheidsgedachte', zullen noch de democratie, noch de markteconomie ooit van de grond komen. De zaken liggen in China anders dan in de Sovjet-Unie. Negentig procent van de Chinese bevolking behoort tot het Han-volk, meer dan vijftig procent van de oppervlakte van het land bestaat uit minderhedengebieden. Als er een bondssysteem wordt ingevoerd, zullen de Han-Chinezen dan het feit kunnen accepteren dat hun staat afbrokkelt? Ik ben ook in Xinjiang geweest. Daar bevinden zich meer dan drie miljoen Han-Chinezen die deel uitmaken van paramilitaire 'opbouwcommando's'. Zodra de minderheden daar met geweld in opstand komen, binden die Han-Chinezen de strijd met ze aan, niet voor de regering, maar voor hun eigen lijfsbehoud. Het Chinese volk heeft een eeuw lang te lijden gehad van felle westerse agressie. De volksgeest en het nationale bewustzijn zijn daardoor zeer sterk geworden. Het communistische bewind heeft het Chinese volk waarschijnlijk de meeste voldoening geschonken door een militair sterke eenheidsstaat te stichten. Als Han-Chinees moet ik wel iets over die volksaard zeggen. Het enige wat ik kan zeggen is, dat dit volk uiterst bekrompen is en andere volkeren discrimineert. De discriminatie ten aanzien van negers en andere rassen gaat veel verder dan die van blanken. Als China op dit moment het rijkste en machtigste land ter wereld zou zijn, dan zou het Chinese volk, denk ik, alle andere rassen, inclusief het blanke, discrimineren en hen 'beesten' noemen!

Hapje vlees

In 1985 bracht ik vier dagen door met een zoologisch onderzoeksteam in het bergachtige natuurgebied van het district Shennongjia in de provincie Hubei. Gewapend met geweren waren we op zoek gegaan naar de wereldberoemde 'Shennongjia-beesten'. De 'beesten' zijn naar verluidt twee meter groot en hebben rood haar. Heel lang geleden kwamen ze vaak in de boerendorpen in de omgeving. Ze waren erg gesteld op mensen. Af en toe namen ze een meisje uit de omgeving op hun rug mee de bergen in om een paar kinderen te verwekken. Als ze mensen zagen, begonnen ze altijd breed te lachen, om hun goede bedoelingen te tonen. Enkele tientallen jaren geleden hebben de boeren eens zo'n 'beest' gevangen. Ze boeiden hem met ijzeren kettingen en sleepten hem de straten door om hem aan het volk te tonen. Hij toonde geen enkele intentie om mensen kwaad te doen en deed niets anders dan naar ze lachen. Maar hij had dan ook geen benul van het lot dat hem te wachten stond: de boeren bonden hem vast op een bank en slachtten hem op de manier waarop je een varken slacht. Zijn vlees werd gekookt en iedereen mocht een hapje ervan eten. De mensen daar hadden alles al weleens gegeten, maar geen 'beestevlees', dus dat wilden ze weleens proeven! Er zijn heden ten dage alleen nog een paar rode haren van het 'beest' over, die worden bewaard in een plaatselijk museum... In New Mexico ontmoette ik op een feestje een jong, blank Amerikaans echtpaar met Aziatisch uitziend kindje (kennelijk was het ook geadopteerd). Om beurten gaven de man en de vrouw haar kusjes op haar gezichtje...

    • Machtigste Land ter Wereld Was
    • Zou het Chinese Volk Alle Andere Ra