Waar ooit het korps trompetterde

Het bouwen van de muziektent in het Vondelpark in Amsterdam kostte ruim 6000 gulden, de restauratie vergt drie ton. Maar tussen honderd jaar geleden en nu liggen meer verschillen. Lees hoe het dagblad De Amsterdammer op 10 augustus 1901 verslag uitbracht van de wekelijkse vrijdagavondconcerten van het muziekkorps van het zevende regiment infanterie onder leiding van de heer Zaagmans: 'Men moet ze zien, die achtenswaardige huisvaders en welgedane huismoeders, als Zaagmans ouverturen en fantaisieen van opera's speelt; het zijn kunstkenners en muziekliefhebbers, die nooit critiek zullen uitoefenen; men moet ze bewonderen, die jolige Jansjes, Kaatjes en Roosjes, als Zaagmans een walsje ten beste geeft en zij met haar Chlorissen zoo'n sleepend een-twee-drietje of 'n schuiver over den meehuppelenden grond maken; men moet ze hooren, die lachende Amsterdammertjes, als Zaagmans een potpourri speelt, waarbij ze om het hardst meetoeteren op hun manier en bij plotselinge verandering van wijsje toch nog eenige maten doortjilpen om, bij het besef dat 't weer een nieuw stukkie' is, het zevende verder te accompagneeren met ocarina's, flageoletten en twee-, vier- of zonder vingers in den mond fluitjes.

Op zoo'n concert in het Vondelpark ziet en begrijpt men dat de muziek het volk veredelt.' Dat was Amsterdam, waar iedereen rond de vijver kon samendringen. Natuurlijk lagen de verhoudingen in Den Haag anders daar stonden, bij de muziektent in het Haagse bos, speciale stoeltjes voor de haute volee en werd het gemene volk liever naar het terrein buiten de hekken verwezen. De concerten werden er vanaf 1835 gegeven door de Koninklijke Militaire Kapel; kapelmeester F. Dunkler had er zelfs het toepasselijke stuk Les delices du bois de La Haije voor geschreven. Als bij twijfelachtig weer de vraag dreigde op te komen of het concert die avond zou doorgaan, plaatste men een metalen, bruin-geel gekleurd vlaggetje in een standaardje bovenop de Haagse tram. In de betere kringen was het gebruikelijk de kinderen de straat op te sturen om te kijken of de voorbijrijdende trams getooid waren met het vlaggetje. De traditie hield, volgens een gedenkboek van de Koninklijke Militaire Kapel, stand tot de Tweede Wereldoorlog. Bij het bombardement op Den Haag sneuvelde ook de muziektent.

Die in Leeuwarden staat er nog. Hij is van 1910, een gebouw van bakstenen en wit beschilderd houtsnijwerk langs de lijst, met een meisjeskopje van Wilhelmina in het fronton. Met enige regelmaat wordt er nog geconcerteerd, ondanks de bonte, hoogst ongepaste graffiti aan binnen- en buitenzijde. Maar niet meer zo romantisch als Simon Vestdijk het in De koperen tuin beschreef: '... De ernstige blazers, de rode nekken waardoor de muziek naar buiten werd geperst, het koper en de Turkse trom, de door beteuterde ventjes bediende fluiten en klarinetten, en dit alles aangevoerd, aangevuurd, tot bezetenheid opgezweept door de energieke gebaren van de man in de geklede jas. Hij stond, wipte en zwenkte op een omgekeerde kist, gedrapeerd met een dofgroen kleed. Fier en zelfverzekerd zwaaide hij de staf; maar ook andere, zachtere machten zetelden in hem, en dat maatslaan zou, wenste hij dit, onverhoeds in handenwringen kunnen overgaan. Veel zien deed ik overigens niet op dat moment, zo onweerstaanbaar was de muziek mij in de benen gevaren, in mijn hersens, in mijn ruggegraat... '

Vestdijk was op dat moment een jongetje van acht en hij bevond zich, in de Prinsentuin van Leeuwarden, in het gezelschap van 'mensen op onafzienbare rijen stoelen, hier en daar met tafeltjes ertussen.'

Op bijna alle tafeltjes stonden onschuld van het eerste decennium van deze eeuw glazen melk.

Saamhorigheid

Zo zal het nooit meer zijn. 'Ach nee, ' verklaart G. Stuivenberg, directeur van de Koninklijke Nederlandse Federatie van Muziekverenigingen. 'Het openluchtconcert behoort vrijwel tot het verleden. De saamhorigheid in het gemeenschapsleven is veel minder geworden, men heeft nu veel meer afwisseling dan vroeger. Bovendien hebben de korpsen nu veel mensen in hun gelederen die van een echte muziekschool komen en vinden dat ze het aan hun status verplicht zijn om binnen te spelen. Ze zijn heel moeilijk nog de straat op te krijgen. Het leeft, denk ik, alleen nog bij de oudere muzikanten. Als je die erover spreekt, hoor je altijd: dat was pas gezellig!' De muziektent ontstond, volgens de naspeuringen van bouwhistoricus T. Brouwer van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, in het begin van de vorige eeuw aanvankelijk in de vorm van oprolbare of uitneembare tenten uit de uitrusting van de legeronderdelen, waarvan de korpsen de meeste concerten verzorgden.

Enkele decennia later kregen ze, naar buitenlands voorbeeld, hun vaste uitvoering. De meeste staan op het centrale plein of in het park. Er moeten er in Nederland nog minstens driehonderd staan, zegt hij. 'Ik heb geen complete inventarisatie, maar dat lijkt me de meest betrouwbare schatting. Er zijn er veel gesloopt; dan werd er gezegd: ach, dat ding staat in de weg en het wordt toch nooit meer gebruikt, ruim maar op. Pas de laatste jaren begint het besef te ontstaan dat ze toch ook een onderdeel van het straatbeeld vormen. Ook bij Monumentenzorg is nu meer aandacht ontstaan voor de kleine monumentjes, voor het karakteristieke straatmeubilair. Daar moet je zuinig op zijn.' Het waren meestal de muziekverenigingen, die het initiatief tot de bouw van een muziekkoepel namen. Een andere vaste speelplaats hadden ze niet; concertzalen bestonden nog nauwelijks, evenmin als dorpshuizen. Plaatselijke notabelen sprongen bij voor de financiering.

Op het repertoire stonden de populair-klassieke werken uit de tijd dat er nog geen scheidslijn bestond tussen populaire en klassieke muziek. Brouwer somt de paradepaardjes op: de ouvertures Donna Diana, Dichter und Bauer en Der leichte Kavallerie, Wilhelm Tell, Der Barbier von Sevilla, La Traviata en Aida, Coriolan en Egmont, de Radetzky-mars, fragmenten uit Carmen, de Notenkraker en het Zwanenmeer, walsen als Wiener Blut en An der schonen blauen Donau en uiteraard de Ouverture 1812 van Tsjaikovski, immers speciaal gecomponeerd voor een uitvoering in de buitenlucht. Bij de Koninklijke Militaire Kapel ontbrak zelden het aanstekelijke Turf in je ransel, gebaseerd op een door prinses Louise uit Potsdam meegenomen volksdeuntje waarvan ze opmerkte: 'Dat moet meneer Dunkler maar eens zien.'

De genoemde liet er in 1831 een Nederlandse tekst op maken.

Sinterklaas

De elegante vormgeving van de meeste muziekkoepels een gemetselde basis, ranke pilaren alom en een sierlijk dakje, vaak bekroond met een lier op de nok is bij de exemplaren uit de vorige eeuw min of meer standaard. Van de persoonlijke signatuur van een ontwerper is zelden sprake. De muziekkoepel in het Vondelpark wordt toegeschreven aan L. P. Zocher, maar de elementen zijn afkomstig uit het modellenboek van een ijzergieterij. 'Natuurlijk moest er wel eerst een tekening worden gemaakt om aan de aannemer te geven, ' aldus Brouwer, 'maar je kunt niet echt volhouden dat ze door een architect werden ontworpen.'

Dat geldt zelfs voor de grote, twaalfhoekige muziektent op het Munsterplein in Roermond, een van de weinige die reeds op de monumentenlijst staan. Hoewel daaraan de naam van P. J. H. Cuypers is verbonden, kwamen de zuilen en de decoraties in de overkapping ook hier gewoon uit een modellenboek. Zulke onderdelen werden gebruikt voor hekwerken, lantaarnpalen, wegwijzers en muziekkoepels. Brouwer heeft al die verschillende toepassingen in de carroussel van zijn diaprojector staan, want zijn vakantiefoto's wijken af van die van de gemiddelde Nederlander. 'Als die tent echt van Cuypers was geweest, ' stelt hij vast, 'zou hij wel neo-gothisch zijn geweest. ' Overigens fungeert het kiosk, zoals de tent in Roermond heet, nog steeds als het podium waarop Sinterklaas jaarlijks welkom wordt geheten door de burgemeester dat is ook wat waard.

De traditionele muziekkoepels waren in de hele westerse wereld eender. Brouwer vertoont, als een spoorzoeker die op een schat is gestuit, een dia van het trotse model dat hij in het Letna-park in Praag aantrof. De elementen van gietijzer komen me intussen bekend voor, de friezen zijn hier helgeel geverfd. De hedendaagse spotjes aan het plafond duiden erop, dat deze muziekkoepel nog volop in gebruik is. Die in Brussel staat er trouwens ook nog netjes bij. Maar hoe zou het zijn met de muziektent in de film Top hat uit 1935? Fred Astaire en Ginger Rogers zochten er onderdak tegen de regen en zongen het aanvallige Isn't this a lovely day to be caught in the rain van Irving Berlin lichtvoetig dansend en zwierend op het podiumpje van de muziekkoepel in het park. Gesloopt waarschijnlijk; niets meer dan een decorstuk uit de Hollywood-fabriek.

In de loop van deze eeuw is, vooral in het oosten van het land, een ander model geintroduceerd: houten pilaren en een rieten dak, enigszins vergelijkbaar met een hooiberg. Later volgde een derde, waarbij de aan alle kanten open vorm werd vervangen door een gebouwtje met drie zijmuren en een luifel, vaak uitgevoerd in beton en niet vaak mooi ongeveer zoals wachthuisjes voor de bus werden gemaakt. In de bundel Muziektenten in Gelderland van S. Laansma en T. Brouwer zijn er heel wat afgebeeld. Als ze in een bos staan, doen ze soms denken aan de uitkijkpost van een boswachter. Brouwer spreekt dan van het 'rustieke model', hoewel ook hij de voorkeur geeft aan de oervorm.

Overbodigheid

Zijn dia-carroussel geeft aan hoe ze er op dit moment bij staan. De ergste verloedering, veroorzaakt door verval, baldadigheid en overbodigheid, is een halt toegeroepen. Haaften levert daarvan een fraai voorbeeld. In september 1981 werd daar een nieuwe muziekkiosk in gebruik genomen strak en eenvoudig, maar volgens het oude model. Het bouwwerkje verrees in een plantsoentje tegenover het bejaardencentrum, op enkele honderden meters afstand van het oude op het dorpsplein. 'Het was de bedoeling het oude gelijktijdig af te breken, ' aldus de gemeentevoorlichter. 'Maar de omwonenden protesteerden. Het was bepalend voor het dorpsgezicht, zeiden ze. Die actie heeft succes gehad, we hebben de oude muziektent zelfs weer opgeknapt. Hij wordt nooit meer gebruikt, maar goed onderhouden. Terwijl in de nieuwe met veel succes een paar keer per jaar wordt geconcerteerd.' Elders luidt het verhaal anders.

De muziekkoepel in Stavoren stond op de nominatie te worden gesloopt, maar nu is een VVV-kantoortje erin gevestigd. En wie te Wolfheze naar de muziektent zoekt, dient zich bij de voliere op het terrein van het Christelijke Psychiatrische Ziekenhuis te vervoegen. Waar ooit het korps trompetterde, kwinkeleren nu exotische vogeltjes. De nieuwe functie van het oude koepeltje doet denken aan wat de akoestisch constructeur L. J. Lefebre in 1873 opmerkte over de muziektent in het Amsterdamse Vondelpark: 'Vorm en inhoud vertonen niets anders dan veroorloof mij die uitdrukking een volslagen muzikantenvogelkooi.' De concerten in het Vondelpark, tot in de jaren twintig georganiseerd door de Vereniging voor Volksmuziek in de Open Lucht, werden volgens toenmalig secretaris J. D. Hoving 'dikwijls door duizenden toehoorders bijgewoond'. Toen hij in 1962 in het Algemeen Handelsblad op die periode terugkeek, wees hij de radio aan als de grootste pretbederver: 'Met de komst van de radio begon de belangstelling sterk te verminderen, werd tenslotte vrijwel nihil.' Tegen de rechtstreekse verbinding met het Concertgebouw in Amsterdam, een van de eerste wapenfeiten van AVRO-oprichter Willem Vogt, kon de muziekkoepel niet op. Maar men zou er met gemak andere vormen van vermaak aan kunnen toevoegen: de grammofoon, die de geliefde ouvertures op elk gewenst moment ten gehore kon brengen, de bioscooporkesten, die in hun partituren veel klassieke verzoeknummers hadden verwerkt, en vele jaren later de televisie. 'Het is een samenloop van omstandigheden geweest, ' vermoedt mevrouw F. Koning, secretaris van de Algemene Nederlandse Unie van Muziekverenigingen. 'De meeste muziektenten waren intussen vrij oud geworden en vergden veel onderhoud, wat zulke plaatselijke verenigingen niet meer konden opbrengen. Ze stonden meestal middenin het dorp op pleinen die intussen parkeerterreinen waren geworden en waar het verkeer nu veel meer lawaai maakt dan die enkele paard-en-wagen van vroeger. Er zijn er veel tegen symbolische bedragen aan de gemeentes overgedragen. En die hebben vaak gedacht: wat moeten we met dat oude ding, het is een sta-in-de-weg geworden.'

Volgens tellingen van Laansma en Brouwer hebben er alleen al in Gelderland ruim 175 gestaan, waarvan nog slechts de helft over is.

Gehuurd kanon

Maar dan wijst Brouwer op het feit, dat er in het Haagse bos tijdens de zomer weer elke woensdagavond een concert wordt gegeven in een verplaatsbare muziektent. 'Het grasveld staat hardstikke vol. Een vloer op schragen, een paar stokken erop, een tentdoek eroverheen en klaar. Laatst hebben ze de Ouverture 1812 nog gespeeld, met schoten uit een gehuurd kanon en de luidende klokken van de kerk aan de Bezuidenhoutseweg. Het wordt er ieder jaar drukker. Zo zie je, zodra iemand het initiatief neemt, blijkt onmiddellijk dat er nog belangstelling voor bestaat.' Hetzelfde geldt, zegt hij, voor Gouda, waar de muziekkoepel in het Houtmansplantsoen op een eilandje in een vijver is gebouwd, net als in Zieuwent, Zaltbommel, Beek en Donk en Amsterdam. En voor veel Zeeuwse en Vlaamse gemeenten, waar de zomerse toeristen de laatste jaren een nieuw publiek hebben gevormd. Op het Wapenplein in Oostende behoort het zondagavondconcert door de politiekapel in de muziekkoepel alweer tot de vaste attracties, bekeken en beluisterd op de overvolle terrassen langs de kant. Maar neem Wassenaar: 'Een muziektent op een schitterend mooi plekje in het park. Je snapt niet dat dat ongebruikt blijft staan. Als daar gemusiceerd zou worden heerlijk!' Hij is, zo beaamt hij, optimistisch gestemd over de herontdekking van de muziekkoepel. Er zijn hoopgevende initiatieven, de oude muziekkoepels worden beter verzorgd en er gloort een nieuwe waardering voor het concert in de open lucht. Maar nooit meer zal een schrijver, zoals in De koperen tuin, kunnen schrijven dat hij als achtjarige op de tonen van de mars Stars and stripes een dansje maakte met de vier jaar oudere dochter van de dirigent en in haar de liefde van zijn leven herkende.