Vrouwen hebben parels nodig; De rusteloosheid van Vladimir Petsjerin

Hij komt voor in de Geschiedenis van de Russische literatuur, Vladimir Petsjerin. Hij lijkt een verzinsel van Karel van het Reve. Petsjerin: een schrijver uit de vorige eeuw die weigerde zich aan het Russische regime van tsaren te onderwerpen, kriskras door Europa reisde om zich het westerse gedachtengoed eigen te maken, Belgie, Zwitserland, Schotland, Ierland en zelfs Nederland (het klooster van Wittem in Zuid-Limburg) aandeed, toetrad tot de katholieke kerk, jezuiet werd en weer afscheid nam van zijn bestaan als monnik. Toch is Petsjerin (1807-1885) geen fictief auteur. Zijn geschrift Van over het graf is een springlevende autobiografie, brutaal en meespelend verteld, met snelle overgangen en decorwisselingen zodat in relatief kort bestek het West-Europa van de vorige eeuw tot leven komt.

In zijn jeugd, schrijft Petsjerin, had hij een 'duister verlangen om een ander, menselijker leefmilieu op te zoeken'. Urenlang boog hij zich over kaarten van Europa om zich alle steden, graafschappen en departementen voor de geest te halen. Hij las de tragedies van Racine en speelde die voor zichzelf op een denkbeeldig toneel. De metafoor van het toneel speelt een belangrijke rol in zijn autobiografie; voortdurend refereert hij aan deze kunst die hem, samen met de literatuur, heeft geinspireerd tot een 'trek naar hoogontwikkelde landen'. Rusland betekende niets dan beklemming en treurnis, een vaderland dat hij haatte. 'Wat is de groei van de plant 'mens' een mysterie! Waarom heeft dit zaad wortel geschoten en dit, en niet een ander resultaat opgeleverd? Waarom is het niet breder en weelderiger uitgegroeid? Waarom zulke bleke bloemen, zulke minne vruchten? Er was toch zo'n sterke stuwing van de sappen, zo'n ontwikkelingsdrang! Misschien was er niet genoeg lucht, zon en weldadige regen. De Russische winter heeft alles bij de wortel afgeknepen... Jij die deze regels leest, bedenk dat ze met het bloed van mijn hart geschreven zijn!' De stijl van Petsjerin is de uitdrukking van een openhartige persoonlijkheid die geen nederigheid betoont. Van over het graf is zo zeldzaam direct van toon, zo rechtstreeks tot de lezer gericht dat het boek boeit vanaf de eerste regels. Feitelijk was Petsjerins terugblik op zijn leven nooit voor publikatie bestemd en schrijft hij zijn memoires in de vorm van brieven aan twee geadresseerden, een neef en een oude studievriend. Beiden willen de faits divers van dit veelbewogen leven leren kennen. Naar de vorm is Van over het graf een originele mengeling van brievenboek, zelfbekentenis en analyse van een tijdperk. Daarbij voeg ik graag nog het element van karakter: Petsjerin heeft niets uit te staan met de trage dadenloosheid van het Russische volk, zoals we dat uitentreuren maar onvergelijkelijk kennen uit de werken van Tsjechov. Hij verzet zich ertegen, hij weigert zijn dagen te slijten met een fles wokda in de hand en met uitzicht op een leeg landschap waarin alle illusies verloren zijn gegaan. Zijn boek behoort tot de werken waarvan lezing je kracht geeft; je slaat het ten slotte dicht, veert op uit de stoel en bent ervan overtuigd het leven weer aan te kunnen. Alleen omdat een schrijver je heeft verteld te geloven in individuele kracht.

Petsjerin begint zijn boek met een korte, mooie uiteenzetting van de verbondenheid tussen iemands lotgevallen en zijn innerlijke geschiedenis: 'Het lijkt niet zo'n toer om vluchtig de hoofdfeiten van mijn leven te schetsen, maar hoe beschrijf je de geleidelijke, langzame, gecompliceerde ontplooiing van je innerlijk leven? Hoe rafel je de dunne, tere gedachtendraden uiteen die door de onverbiddelijke logica van het leven zo stevig verstrengeld zijn? Dat is bijna zo iets als een hele geschiedenis der filosofie schrijven.'

De gepassioneerde analyse van de verwevenheid van die draden maakt de memoires spannend, te meer daar Petsjerins verteltrant sprongsgewijs is. Zijn leven is als het boek; grillig en vurig, met een onoverwinnelijk verlangen naar rusteloosheid, zowel geestelijk als fysiek.

Petsjerin was emigre, weigerde net als Alexander Herzen, Michail Bakoenin en de schrijver Ivan Toergenjev een trouw onderdaan te zijn. Maar in tegenstelling tot Herzen, wiens memoires verschenen onder de titel Feiten en gedachten, bewoog hij zich niet in de hoogste politieke en culturele kringen, maar in de lage klasse van armoedzaaiers, oplichters, kleinburgers. Wildernis, woestenij en vrijheid zijn hem het dierbaarst. In de wereld langs landwegen en in herbergen en kloosters die Petsjerin beschrijft, leiden de mensen en hun verlangens een verborgen bestaan. 'Een eenzame arme sloeber met niet veel meer dan vodden aan zijn lijf kan beter maar niet over vrouwen denken. Vrouwen zijn allerliefste wezens, maar de gedachte aan hen verbind je onwillekeurig met het begrip luxe: ze hebben verse bloemen nodig, zijde en fluweel, diamanten en parels, en 'liefde in een boerenhut' is niets meer dan een verlate droom uit de vorige eeuw.'

Encyclopedie

In al haar compactheid vormt de autobiografie een soort encyclopedie van de negentiende eeuw. Communisme, saint-simonisme, vrijmetselarij, revolutie en liberalisme komen aan de orde. Petsjerin is voortdurend in strijd gewikkeld met de machtigen boven hem, te beginnen met zijn vader, vervolgens de leraren, de ambtenaren, de tsaar, al die tallozen die hem van zijn bewegingsvrijheid en vrijheid van geest beroven. Hij revolteert en pleit zichzelf vrij, hij beschouwt toneel en literatuur als bronnen van kennis: 'Ik moet hier opmerken dat niets mij spoorloos is voorbijgegaan. Een of ander boekje, wat verzen, twee of drie woorden die ik toevallig opving, konden een heel sterke indruk op me maken en bepaalden soms hele perioden van mijn leven.' Petsjerins memoires zijn eenmaal in Rusland uitgegeven, in 1932. Deze vertaling in trefzeker Nederlands door Tom Eekman is de eerste publikatie in het buitenland. Het is een gouden vondst. Angst voor middelmatigheid en bekommernis om geestelijk te versterven dreven Vladimir Petsjerin uit Rusland, en hoewel hij werd overmand door wanhoop brengt hij toch bij het afscheid de moed op te denken en te schrijven: 'Ik sloot me op in mijn eigen binnenste, ik koos mijzelf een vriendin die even duister, even grimmig was als ikzelf; die vriendin was de haat! Ja, ik zwoer dat ik mijn hele omgeving eeuwig en onverzoenlijk zou haten.'

    • Nr. 165. Uitg. de Arbeiderspers
    • Vannawoord Voorzien Door Tom Eekman. Prive-Domein
    • van over het Graf. uit het Russisch Vertaald
    • Kester Freriks Vladimir Petsjerin