Veel minder vluchtelingen naar Jordanie

AMMAN, 14 sept. Jordanie heeft het grootste en meest overbevolkte van de drie vluchtelingenkampen in het niemandsland tussen de Jordaanse en Iraakse grens gisteren gesloten. Dat hebben de Jordaanse autoriteiten bekendgemaakt. In het kamp, Shaalan I geheten, wachtten vorige week nog 60.000 uit Koeweit en Irak gevluchte Aziaten onder erbarmelijke omstandigheden op repatriering. Zij zijn nu deels gerepatrieerd, deels ondergebracht in andere kampen in Jordanie of in het niemandsland. Het verlaten kamp zal nog slechts gebruikt worden als registratiepost. De stroom vluchtelingen is de afgelopen dagen sterk afgenomen. Kwamen dinsdag nog 14.000 ontheemden vanuit Irak Jordanie binnen, gisteren waren dat er minder dan 1.000, terwijl er 7.000 werden gerepatrieerd. In totaal zouden in Jordanie nu nog ruim 40.000 vluchtelingen zijn, het laagste aantal in weken. Sinds het begin van de crisis zijn 600.000 vluchtelingen uit Irak en Koeweit naar Jordanie ontkomen, een land met een bevolking van ruim 2 miljoen mensen.

De VN-organisatie voor hulp bij rampen, UNDRO, wijst erop dat naar schatting nog 2 miljoen buitenlanders in Irak en Koeweit verblijven die mogelijk naar hun vaderland willen terugkeren. Jordanie zegt op korte termijn rekening te houden met de komst van nog honderdduizenden vluchtelingen. In het niemandsland (265 kilometer ten oosten van Amman) zijn nu nog twee kampen, net als bij de stad Azraq, op zo'n 80 kilometer ten oosten van Amman. Verder zijn op veel plaatsen in de hoofdstad vluchtelingen ondergebracht, varierend van tentenkampen tot tentoonstellingshallen, kerken, moskeeen, de Britse Club en ambassadeterreinen. Een medewerker van de Middenoosterse Raad van Kerken omschreef het bijna verlaten Shaalan I gistren als een kerkhof. 'De wind had vrij spel in de achtergebleven rotzooi. Nog slechts vijftig tot honderd mensen stonden met hun bagage te wachten tot ook zij met een bus zouden worden opgehaald.'

De Raad beheert een ander kamp in het niemandsland (El-Rahme of Genadekamp geheten) een tiental kilometers dichter bij de Jordaanse grens dan Shalaan I. In lange rijen staan daar, keurig geordend, honderden legergroene en enkele witte tenten, waarin 8.000 Bengalen, uitsluitend mannen, wachten op toestemming Jordanie in te reizen. Die toestemming krijgen ze pas als ze meteen kunnen worden gerepatrieerd. Hoewel dit kamp in dezelfde stoffige en warme woestijn staat als Shalaan I, zijn de hygienische omstandigheden duidelijk beter. Er zijn voldoende tenten en latrines en per persoon is dagelijks vier liter water beschikbaar. Een groep Bengalen die gistermiddag in het kamp aankwam vertelde zonder enige moeite de Iraakse grens te hebben kunnen passeren. Een van hen had eerst geprobeerd Irak te verlaten via de grens met Turkije, maar was, toen dat onmogelijk bleek, naar Jordanie gekomen. Een ander was woensdagmiddag om vier uur per bus uit Koeweit vertrokken en in 24 uur in Jordanie aangekomen. Een groep Filippino's bevestigde vanmorgen het bestaan van een kamp in Irak, waarover onbevestigde berichten de ronde doen. Zij hadden er 11 dagen moeten wachten op toestemming door te reizen. De situatie in Koeweit is de afgelopen weken steeds slechter geworden, volgens deze vluchtelingen. De Iraakse militairen vallen steeds vaker huizen binnen en er zijn nog steeds gewelddadigheden. Vluchtelingen die in Irak hebben gewoond beklaagden zich over de steeds slechtere behandeling die Aziaten ten deel viel, het uitblijven van salarisbetalingen en net als in Koeweit de rijen voor de winkels. Van honger was volgens deze vluchtelingen geen sprake. Tot zover onze redacteur.

Turkije

Onze correspondent in Turkije voegt hieraan toe: de Turkse president Turgut Ozal is gisteren met zijn ambtgenoot van Bangladesh, Mohammed Ershad, na een kort officieel bezoek dat deze aan Ankara had gebracht, naar de post Habur aan de grens met Irak gereisd. Daar hebben zij de situatie waarin duizenden evacues uit Bangladesh verkeren in ogenschouw genomen. Verreweg de meeste van de 40.000 vreemdelingen die sinds 2 augustus de Iraaks-Turkse grens zijn overgekomen zijn intussen naar hun landen doorgereisd. Circa 7.000 berooide Bengalen echter zijn onder auspicien van de Turkse Rode Halve Maan (pendant van het Rode Kruis) ondergebracht in een tentenkamp op drie kilometer van de grens, doorgaans gebruikt voor Turkse pelgrims die op weg zijn naar Mekka. Er is medische zorg, elektriciteit en genoeg water maar het kamp is nu schromelijk overbevolkt: ten minste vijf mensen in een tent. De tijdelijke bewoners klagen dat zij er niet uit mogen, zelfs niet om sigaretten te kopen in het naburige stadje Silopi, en dat ze spaghetti krijgen in plaats van hun gewone voedsel, rijst. Sinds kort worden door de Iraakse autoriteiten nog slechts 300 personen per dag doorgelaten. Aan de Iraakse kant wachten nog naar schatting 30.000 Bengalen en Pakistani's. Enkele honderden Bengalen konden de laatste dagen vanuit Dyarbakir per vliegtuig naar hun land terugkeren, maar de serie van 25 vluchten die is geprojecteerd zal niet toereikend zijn voor allen die nog worden verwacht.

    • Juurd Eijsvoogel