Uitbundig

PREMIER LUBBERS is niet alleen bezorgd over lage boetes, hij deelt ook de zorg over de voorlichtingspraktijken van het Openbaar Ministerie. Althans, dat verklaarde hij vorig jaar in de Tweede Kamer. Er werd toen geklaagd over een 'uitbundige cultuur' van de staande magistratuur. Het mag toch niet zo zijn dat de aanklager in de publiciteit een voorschotje neemt op de rechter.

Het vervolg is bekend: de afgelopen zomer maakte het OM nieuwe richtlijnen bekend voor de voorlichting aan de media. Deze bedoelen onder meer een nieuw accent te leggen op de privacy van verdachten onder versterkte regie van het Openbaar Ministerie. De richtlijnen belemmeren de media in hun werk maar staan niet in de weg aan ouderwetse uitbundigheid van het OM. Dit blijkt in het geval van een grote makelaar, die verwikkeld is in een belastingfraudezaak. Met naam en toenaam staat hij in de krant terwijl zijn advocaten nog onderhandelen over een eventuele schikking om een rechtszaak te voorkomen.

PUBLICITEIT vormt onderdeel van de onderhandelingsstrategie, zo geeft een woordvoerder van het OM toe. Dat geldt zeker in grote economische strafzaken waarin vaak voor astronomische bedragen wordt geschikt zonder dat er een rechter aan te pas komt. Dit is een van de ontwikkelingen die bijdragen tot een situatie waartegen wordt gewaarschuwd in de jongste aflevering van het tijdschrift voor strafrecht: het OM krijgt een steeds sterkere feitelijke greep op de straftoemeting ten koste van het rechterlijke element. Het is niet zonder bedenkingen wanneer een ambtelijke organisatie kan fungeren als hoofd van de opsporing, aanklager en rechter tegelijk. Hoe springt het OM met die speelruimte om? De publiciteit in het geval van de makelaar zal op sommigen overkomen als een oneigenlijk pressiemiddel. Of mogelijk is dit een pr-stunt om de marktwaarde van het OM wat te vergroten; want de avantgarde bij Justitie is tegenwoordig niet zozeer gepreoccupeerd met het recht als wel met 'de markt van misdaad en straf'.

ELEMENTAIR vergelijkingsmateriaal ontbreekt want verdachten die een schikking zijn aangegaan met de belofte van geheimhouding zullen de laatsten zijn hun mond open te doen, ook al hebben zij op zichzelf wellicht reden tot klagen over de behandeling. Dit is niet de minste prijs die de samenleving betaalt voor de nieuwe richtlijnen: ze helpen het Openbaar Ministerie te maken tot een ondoorzichtig ministerie. En dus oncontroleerbaar.