'Teveel taken bij hulp aan Derde wereld'

DEN HAAG, 14 sept. Minder versnippering van inspanning en gelden en meer samenwerking met andere hulpverstrekkers. Zo moet de regering het probleem te lijf dat de overheid bij ontwikkelingssamenwerking te veel taken op zich heeft genomen.

Dat is de aanbeveling van de Teldersstichting, het wetenschappelijke bureau dat banden onderhoudt met de VVD, in een vandaag verschenen rapport: 'De markt helpt mee' en met als ondertitel: ontwikkelingssamenwerking in de jaren negentig. In het rapport wordt het kabinet opgeroepen het ontwikkelingsbeleid meer te richten op de markt en de private sector en een strategie ter liberalisatie van het handels- en kapitaalsverkeer te bevorderen.

Het aantal landen waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie onderhoudt moet volgens het advies worden beperkt. De Nederlandse hulpverlening dient zoveel mogelijk te worden gekanaliseerd via multilaterale programma's. Hulp die toch bilateraal wordt verstrekt moet sterker worden gecoordineerd waarbij de Europese Gemeenschap het meest aangewezen kader is. Gepleit wordt om uiteindelijk een substantieel deel van de ontwikkelingshulp via de EG te laten lopen.

De Teldersstichting wil ook een stok achter de deur: 'bij het niet voldoen aan de beleidsvoorwaarden dient de hulp te worden gekort of te worden ingetrokken. De regering van het ontvangende land moet bereid zijn de markt in toenemende mate vrijelijk te laten functioneren, het protectionisme te verminderen, een efficient en rechtvaardig belastingstelsel te creeren en corruptie en kapitaalvlucht tegen te gaan.' De liberale experts, onder leiding van prof. dr. C. Oordt, zijn van mening dat militaire uitgaven die niet kunnen worden gerechtvaardigd op louter defensieve gronden, door regeringen van ontwikkelingslanden geschrapt dienen te worden. De ontvangende landen moeten paal en perk stellen aan milieuvervuiling en de elementaire klassieke mensenrechten respecteren.