Temperamentvol spel van tenorsaxofonist Johnny Griffin; Rustis verveling en stilte is dood

Rhythm-a-ning riep iemand uit de zaal, en hup, daar ging turbo-tenorist Johnny Griffin gisteravond in tachtig maten per minuut. Dat prompt hierop een andere compositie van Thelonious Monk werd ingezet, was passend omdat vooral deze componist heeft bijgedragen tot de verbreiding van Griffins naam. De in 1958 met Monk gemaakte clubopnamen werden legendarisch, waarna Griffin op eigen gelegenheid door kon stomen met als resultaat een lange serie snel gemaakte lp's waaraan pas een eind kwam toen hij in 1963 naar Europa verhuisde.

Dat aan zijn stijl sindsdien nauwelijks iets is veranderd, heeft, behalve met een gebrek aan concurrentie, vooral aan Griffin's temperament te maken. Johnny Griffin is meer een danser dan een denker en huldigt de daarbij passende filosofie: rust is verveling en stilte is dood. Om vast te stellen dat bij deze driftkop alles om motoriek draait, hoeft men slechts op het benenwerk te letten. Bij hoge tempi tappen de voeten vrolijk over het podium, bij de inzet van een flageolet knijpen de knieen bij elkaar alsof daarmee kracht naar boven kan worden geperst. Dat het colbert al spoedig wordt vervangen door een over de schouder gedrapeerde zweetlap past in dit sportieve beeld. Hoewel Griffin met het oog op zijn leeftijd (62) soms ook iets langzaams moet spelen, gaat het duidelijk niet van harte: fraaie thema's als These foolish things en Body and Soul worden nonchalant afgeraffeld, en als het even kan gooit hij er in zijn uitwerking toch nog wat sprintjes tussendoor. Misschien heeft het allemaal te maken met Griffins lengte: een jazzsaxofonist die met de bijnaam 'the little giant' door het leven moet gaan, heeft natuurlijk heel wat te bewijzen.

    • Amsterdam. Verder te Horen
    • Frans van Leeuwenconcert
    • Met Gastvocaliste Deborah Brown