Stadsbestuur geplaagd door 'Stopera-effect'

Het begrip 'Stopera-effect' horen de magistraten in het Eindhovense stadhuis niet graag, maar de kostenoverschrijding van het in deze stad te bouwen Muziekcentrum begint er toch trekjes van te vertonen. Waar twee jaar geleden nog werd uitgegaan van 31,5 miljoen gulden, zit men nu al op ruim het dubbele, 64,5 miljoen.

Kan dat worden opgebracht? De verantwoordelijke wethouder B. van Veelen: 'Oje ja, al zouden we er twee keer zoveel voor moeten dokken.'

En ter geruststelling: 'Het wordt nu echt niet nog duurder, tenzij de gemeenteraad voor grootschalige evenementen als popconcerten nog meer voorzieningen wil.' De bouw van het Muziekcentrum, onderdeel van het nieuwe stadshart Heuvel, houdt de gemoederen bezig. Dat er vergelijkingen worden getrokken met de Amsterdamse Stopera zint de wethouder allerminst. 'In Amsterdam begon men er volgens mijn informatie aan zonder dat men precies wist wat men wilde.'

De Stopera bleek uiteindelijk 467 miljoen gulden te kosten, terwijl er 306 miljoen voor was uitgetrokken. Vorige week nog probeerde de oppositie in de Eindhovense gemeenteraad met een motie van afkeuring het college van B en W beentje te lichten, maar dat mislukte. 'De basis van alle problemen', aldus Van Veelen, 'is dat er aan het begin van de rit geen goede begroting is gemaakt. Ik denk dat B en W daar inderdaad volledig voor verantwoordelijk moeten worden gesteld.' Het Muziekcentrum in Eindhoven kent een lange lijdensweg. Toen dit voorjaar de bouw officieel van start ging, zei ir. F. Philips met zijn krakende stem: 'Het lampengat (zoals Eindhoven wel wordt genoemd) mag geen centengat worden.'

Toen al was bekend dat het Muziekcentrum veel duurder zou uitvallen dan 31,5 miljoen. 'Dat bedrag', aldus Van Veelen, die toen nog niet het Muziekcentrum in zijn portefeuille had, 'was samengesteld uit 19 miljoen voor de gemeente en 12,5 miljoen op te brengen door sponsors. Maar het was op een arbitraire manier tot stand gekomen. Laten we zeggen: het kwam uit de duimen.' Intussen waren er contracten gesloten met Meijer Aannemingsbedrijven in Den Haag (de MAB). Die wordt eigenaar van het Muziekcentrum. Complicerende factor werd dat het centrum moest worden geintegreerd in het plan Heuvel, waar het aanvankelijk buiten was gehouden. Afgesproken werd dat de MAB 33 miljoen gulden zou betalen voor de bouw van het Muziekcentrum. Nog steeds werd er in dat rekenmodel vanuit gegaan dat de sponsors 12,5 miljoen gulden zouden bijdragen, maar nu de zaak veel duurder uitvalt wordt hun gevraagd er nog eens 2,5 miljoen bovenop te doen. Komt uit op 45,5 miljoen. 'Maar', aldus Van Veelen, 'tussen dat bedrag en de reele kosten bestond geen enkele relatie, omdat er nog een heleboel cijferwerk moest worden gedaan. Dat had inderdaad niet mogen gebeuren. Pas eind 1989, toen we wisten welk deel van het Muziekcentrum onderdeel zou worden van het plan Heuvel, konden we gaan calculeren. Toen kwamen we er achter dat de kosten aanzienlijk hoger zouden uitvallen. Daardoor waren we pijnlijk verrast. ' Dat B en W ondanks het ontbreken van het zogenoemde programma van eisen toch opdracht gaf met de bouw te beginnen, ligt volgens Van Veelen 'in de lange voorgeschiedenis'.

De Heuvel, waar vroeger een ziekenhuis stond, lag al 20 jaar braak en werd een broedplaats voor criminaliteit en drugsgebruikers. De middenstand klaagde steen en been. 'Er was een gevoel van malaise, die we moesten doorbreken. De straf die we er voor hebben opgelopen is dat we de calculatieslag te laat zijn begonnen en voor pijnlijke verrassingen zijn komen te staan. De enige verzachtende omstandigheid die we als college kunnen aanvoeren', aldus Van Veelen, 'is dat ook de gemeenteraad er met open ogen heeft bijgezeten'.