Snakkend naar de quintessens; Roman over de bekering

De uitgever zal getwijfeld hebben. Is het een roman? Of toch een novelle? Het nieuwste boek van Hendrik van Teylingen, schrijver van twee verhalenbundels en een bundel gedichten, laat het in het midden. Op het omslag van Depot voor Discipline staat dat het om een roman gaat, de titelpagina houdt het echter op een novelle.

Van Teylingen beschrijft in het 179 pagina's tellende boek een crisisperiode in het leven van de eigenwijze domineeszoon Henk Bavink, 'tweeentwintig, maagd en agnosticus'.

Het verhaal speelt zich af tijdens het hoogtepunt of het dieptepunt van de Koude Oorlog: eind jaren vijftig, de tijd van Chroesjtsjov, Eisenhower en, in Nederland, de CHU-staatssecretaris van Defensie Calmeijer (door van Teylingen 'staatssecretaris van Oorlog Dalmeijer' genoemd). Henk Bavink is om een breuk met zijn autoritaire vader te vermijden in militaire dienst gegaan. Na een incident met een verkeerd gerichte bazooka waardoor een lotgenoot in vlammen opgaat, besluit hij alsnog 'op principiele gronden' dienst te weigeren. De brouille met zijn vader neemt de jonge Bavink op de koop toe. In het Depot van Discipline bij Nieuwersluis moet hij de beslissing afwachten over zijn dienstweigering. Het verhaal spitst zich toe op het maandenlange verblijf van de dienstweigeraar in het Depot. Zijn bezigheden als tuinknecht staan al gauw in het teken van een dolzinnige verliefdheid tussen hem en Desiree, de dochter van de kampcommandant. Uiteindelijk wordt Bavinks verzoek om dienstweigering afgewezen. Zijn vader draait bij en ontpopt zich zelfs als postillon d'amour tussen zijn gevangen zoon en diens onbereikbare geliefde. Tijdens de ontknoping van de geschiedenis bevindt de hoofdpersoon zich in een kring van legerpsychiaters wanhopig zoekend naar het evenwicht der dingen.

Binnen het werk van Van Teylingen is de hoofdpersoon Henk Bavink geen onbekende. Ook de verhalen in de bundel Zorgvlied uit 1987 draaien om de Weltschmerz van dit spitsvondig domineeskind. De onbereikbare vader met de blauwe ogen achter dik brilleglas, met het stompje inktpotlood waarmee hij theologische dissertaties van uitroeptekens en vraagtekens voorziet, is ook in die verhalen de tegenpool. En zelfs naar verhaalmotieven en anekdotes uit die verhalen wordt in Depot voor Discipline verwezen.

Over Zorgvlied is wel opgemerkt dat de verhalen van Hendrik van Teylingen hoogstwaarschijnlijk voor een groot deel autobiografisch zijn. Zo was Van Teylingen senior net als de vader van de romanfiguur Henk Bavink gereformeerd predikant. In verband met deze nieuwe novelle werpt het autobiografische gegeven dat de auteur als vertaler gewerkt heeft voor de Krishna-beweging enig licht op 'Oosterse' passages in zijn boek. De preoccupatie van Henk Bavink met de Oosterse Upanishads moet niet opgevat worden als een oppervlakkige flirt met de tijdgeest, maar bevat de kern van het verhaal. De domineeszoon die aanvankelijk als waanwijs agnosticus de wereld inkijkt, snakt aan het eind van het verhaal nederig naar 'de quintessens der essenties' besloten in het luide zingen van de lettergreep 'OM'. Zo is Depot voor Discipline ook nog de geschiedenis van een bekering. Van Teylingen zelf is waarschijnlijk domineeszoon genoeg dat hij die boodschap kwijt wil in zijn relaas.

Ironie

Uit dit alles blijkt dat Van Teylingen er niet voor is teruggeschrokken te kiezen voor de meest uitgemolken thematiek die er in de Nederlandse letteren voorhanden is. Andere schrijvers hebben immers al vele malen eerder en beter in geschrifte geworsteld met hun gereformeerde jeugd. Daarbij zijn de problemen die zich voordoen rond en brandende maar onmogelijke liefde sinds Pyramus en Thisbe vaker vertoond. En ook het kader van atavistisch militarisme waarbinnen dit alles zich afspeelt is niet erg origineel.

Toch heeft Van Teylingen met Depot voor Discipine zeker een leesbaar boek geschreven. Het loodzware vader-zoon conflict, de onbereikbare liefde en de strijd tegen het militarisme, al deze zaken worden met distantie beschreven. De ironie komt af en toe wel gevaarlijk dicht in de buurt van lolbroekerij, maar nergens glijdt Van Teylingen echt uit. Zijn beschrijvingen van krijgstucht leunen zwaar op het Handboek soldaat, en de stijl en woordkeus van de drie hoofdpersonen, Henk, Vader en Desiree, wisselt met degeen die (indirect) aan het woord is. De slapstick-achtige situaties waarmee het boek is doorspekt zorgen er voor dat het geheel uiteindelijk licht verteerbaar blijft.