Rijk gaf vorig jaar 500 miljoen ten onrechte uit

DEN HAAG, 14 sept. Het Rijk heeft vorig jaar ongeveer 500 miljoen gulden ten onrechte uitgegeven. Ten aanzien van ruim eenvijfde van de rijksuitgaven bestaat twijfel of die betalingen wel volgens de wettelijke regels zijn gedaan. Dit blijkt aan de vooravond van Prinsjesdag uit een brief van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer.

De Rekenkamer controleert de overheidsuitgaven en -inkomsten op doelmatigheid en rechtmatigheid. In 1989 hebben de ministeries in totaal voor bijna 170 miljard gulden uitgegeven; van 21,5 procent van deze uitgaven is niet zeker of ze rechtmatig zijn gedaan. In 1988 bedroeg dat percentage nog 30,1. Het bedrag van 500 miljoen gulden aan uitgaven die in strijd met de voorschriften zijn gedaan, is opgebouwd uit onder meer 220 miljoen gulden aan teveel betaalde studietoelagen ('de oorzaken liggen ondermeer in de ingewikkelde regelgeving', schrijft de Rekenkamer) en 220 miljoen gulden die zijn uitgegeven voor de arbeidsvoorziening door het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid.

Bij de inkomsten van het Rijk is het voor ongeveer zestig procent niet zeker of wel aan de wettelijke regels is voldaan; een verbetering van ongeveer een procent-punt ten opzichte van 1988. De Rekenkamer komt tot een positieve beoordeling over het financieel beheer op Defensie, Economische Zaken en Landbouw. Bij Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken, Verkeer en Waterstaat en Sociale Zaken is de administratieve organisatie en de interne controle ontoereikend. Dit geldt ook voor de directoraten-generaal van Volkshuisvestiging en Miliebeheer van het ministerie van Vrom en de Belastingdienst van het ministerie van Financien. De tekortkomingen bij de Belastingdienst hebben tot gevolg dat de Rekenkamer ook geen zekerheid heeft over de rechtmatigheid van de bijna 3,3 miljard gulden WIR-uitgaven in 1989. De Rekenkamer stelt vast dat het Rijk er niet in zal slagen om dit jaar bij alle departementen de administratie volgens de plannen van de minister van financien te hebben verbeterd. Vier jaar geleden is hiervoor de operatie 'comptabel bestel' in gang gezet. Dat de plannen vruchten beginnen af te werpen, blijkt volgens de Rekenkamer uit het feit dat over 1989 bij nog maar twee van de zestien begrotingshoofdstukken (te weten Buitenlandse zaken en Financien) een accountantsverklaring ontbtreekt. In 1988 ging het nog om vijf begrotingshoofdstukken.

De manier waarop de ministeries voorschotten (op bijvoorbeeld subsidies) vastleggen en uiteindelijk afrekenen, vindt de Rekenkamer 'zorgwekkend'.

Verschillende departmenten hebben op centraal niveau onvoldoende inzicht in aantal, omvang, looptijd, en afwikkeling van de verstrekte voorschotten.

De dossiervorming blijkt vaak zeer gebrekkig en er staan veel oude voorschotten open die al lang hadden kunnen zijn afgewikkeld.