Onderonsje

Over kunstwerken is van alles te zeggen zolang je maar kunt zien wat je zegt. Anders is het onzin. Van die eenvoudige benadering ben ik een overtuigd aanhanger. Ik zou willen dat er meer medestanders waren. In deze complexe en volgens sommigen chaotische tijd is het van het grootste belang om precies te beschrijven hoe de dingen eruit zien en om ze uit te graven van onder de onoverzienbare woordenvloed en het geleuter waaronder ze bedolven zijn. Dit is ook een aanmoediging aan de kunstcritici die nogal eens ertoe neigen zaken te beschrijven die ze niet zien en om die dan als een manco in het kunstwerk aan te wijzen. Zelfs als kunstwerken onvolkomen zijn, wat waarschijnlijk vaak het geval is, is het toch beter zorgvuldig te beschrijven wat hun gedaante is. Ik heb dat geleerd van mijn leermeester, de Leidse hoogleraar H. van de Waal, die in het museum wel eens op het bordje moest kijken of het schilderij werkelijk van Titiaan was (misschien ook koketterie) maar ons studenten dan loepzuiver liet zien waarvan we niet zeker waren dat we het zagen. Zijn meesterstuk was de analyse van de Staalmeesters van Rembrandt. In de anekdotische benadering van de negentiende eeuw was dat schilderij beschreven als een tafereel tijdens een vergadering van het lakengilde. Of zulke vergaderingen in de zeventiende eeuw gehouden werden (nee, dus), onderzocht niemand. Het schilderij stelde het bestuur voor dat geirriteerd werd door een vraag uit de (onzichtbare) zaal. Een bestuurder komt getergd uit zijn stoel omhoog. De heer naast hem slaat met open hand op de stukken als om te zeggen: hier staat toch wat wij beweren. In een prachtig artikel heeft Van de Waal aangetoond dat dit allemaal onzin is. Het enige wat je zag, zei hij en hij citeerde de laconieke beschrijving van het schilderij door een belastinginspecteur in dienst, geloof ik, van Lodewijk Napoleon: 'Heren, allen in het zwart, die daar zitten om geportretteerd te worden.'

Zelfs dat gaat eigenlijk nog te ver, want Rembrandt heeft het schilderij gewoon in elkaar gezet, helemaal alleen en daarom is het zo'n prachtig kunstwerk.

Ik kom hierop door een foto van Guus Dubbelman in de Volkskrant (5-9-90) die er precies uitziet als een fragment van de Staalmeesters. We zien Ter Beek en Van den Broek, de ministers, tijdens de kamerzitting over de Golfcrisis. Beiden stemmig in donker pak. Van den Broek, rechts en breed van gestalte, buigt iets naar links naar Ter Beek die, met een handgebaar en een beetje onderdanig, hem iets in het oor fluistert. Op de voorgrond een kopje thee.

Maar met de foto is precies het omgekeerde als met het schilderij aan de hand. Het is geen kunstwerk dus het gaat om de suggestie. Het is een onderonsje. Ter Beek, met dat handgebaar, vraagt aan Van den Broek: zullen we het ze zeggen of niet? Maar Van den Broek is nog niet zeker. Hij denkt nog na. Misschien, denkt hij, moet ik het eerst met de Europese partners bespreken.