NOS krijgt van de scheidsrechter een gele kaart

Het uitzenden van sportevenementen kost geld. De bedragen die over de tafel gaan om de exclusieve uitzendrechten te verwerven, zijn tot astronomische hoogten gestegen. En de omroepbedrijven zijn altijd bereid geweest die bedragen te betalen. Ze waren zelfs bereid nog dieper in de beurs te tasten als ze daarmee de concurrentie voorbleven. Een wereldwijde ontwikkeling met het karakter van een wervelstorm.

Nederland wordt meegesleurd in deze internationale prijzenslag. We zijn nu eenmaal een onderdeel van de grote televisiewereld, waar grenzen niet tellen en afstanden per satelliet in enkele seconden worden overbrugd. Dat wij een dorp zijn waar reclame op zondag verboden is, doet er niet toe. Ons dorp ligt binnen het bereik van de orkaan en we kunnen natuurlijk hopen en bidden dat deze beker aan ons voorbij zal gaan, helpen doet het niet.

Overal ter wereld verdienen de omroepbedrijven hun investering in sportevenementen via reclame terug. De sport bereikt een groot publiek en de adverteerder betaalt, hoe meer publiek hoe hoger de prijzen, hoe exclusiever de rechten, hoe meer de adverteerder dokt. Overheden en rechters proberen het wetmatige karakter van deze prijsspiraal te doorbreken, vooral in Europa. Ze verplichten de opkoper van het exclusive uitzendrecht het materiaal door te verkopen. Ze schrijven in de wet dat iedereen nieuws mag vergaren binnen het wegens exclusieve uitverkoop gesloten stadionhek. Ze verzinnen van alles om de pluriformiteit van de pers te bewaken, maar echt helpen doet het niet. Het publiek wil een complete wedstrijd en geen drie-minuten-flits. En dus betalen de omroepen en verdienen het met reclame terug.

Zo niet in Nederland. De NOS verwierf het alleenrecht op de eredivisie van de KNVB en heeft de clubs laten weten dat regionale-, lokale, zieken- en andere omroepen het veld niet op mogen. Nederland loopt op dit punt een stapje achter, maar daar gaat het hier niet om. Tussen Nederland en de rest van de Westerse wereld gaapt een ander groot gat dat zondagsrust heet. Als gevolg van die diep gewortelde traditie zendt Hilversum noch Veronique op de zondag reclame uit, met als zure consequentie dat de investering in de voetbalcompetitie op de nationale rustdag, niet te gelde kan worden gemaakt. Wegens de zondagsheiliging, die vroeger inhield dat je na de kerkgang geen ijsje mocht en nu dat de STER de uitzendrechten voor de voetbalcompetetie niet terugverdient.

De KNVB incasseert net als elders het uitzendrecht. Ze verkoopt net als andere minder koninklijke sportbonden de eredevisie aan een sponsor die miljoenen stort in ruil voor reclame. Maar de NOS zit op de bank en wacht. Ze is en blijft volgens de wet een amateur die, voor niks en niemendal, een stukje van de wedstrijd mee mag spelen. Op de condities van de KNVB die heel goed weet dat de door principes en wetsvoorschriften geknevelde NOS allicht als eerste struikelt als er een nieuwe spelregel wordt ingevoerd.

PTT-Telecompetitie, zelfs een normaal mens stottert als-ie het zeggen moet. De NOS kreeg van de scheidsrechter een gele kaart, alsof de directie van deze omroep wat over de regels te zeggen heeft.