Ministers loodsen de milieuplannen soepel door Kamer

DEN HAAG, 14 sept. Een PvdA- en drie CDA-ministers slaagden gisteren waar de vorige coalitie bakzeil moest halen. Soepel en vastberaden sleepten zij de hoofdlijnen van een beleid dat maar met mate op ieders instemming kon rekenen door de Tweede Kamer: het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) en het NMP-plus.

Het kabinet van CDA en VVD sneuvelde vorig jaar bij voorbaat op een onderdeel van het NMP: de afschaffing van het reiskostenforfait. De afschaffing is een 'aftopping' geworden en bijna niemand had het er nog over, de afgelopen twee dagen in de Kamer.

Een opvallend zelfbewuste minister van milieubeheer, Alders, liet zien dat een parlementaire ervaring van acht jaar niet zonder vrucht is gebleven. Met een bevlogen betoog verdedigde hij de beleidsplannen, onder de erkenning dat ze natuurlijk niet volmaakt waren, met de bereidheid hier en daar een consessie aan de Kamer te doen en intussen de winst incasserend: een zeer ruime steun voor de kabinetsplannen op hoofdlijnen. Ook een ethisch-religieus getinte discussie met de vertegenwoordigers van klein rechts ging de sociaal-democraat met verve aan.

Het was wel een aardig gezicht, die ene PvdA-minister als belangrijkste regeringsvertegenwoordiger te midden van drie CDA-ministers, met wie hij vooraf menig compromis had moeten sluiten om een plus aan het NMP te kunnen toevoegen.

Verschillen in woord, gebaar en houding tussen vooral de bewindslieden van milieu en van economische zaken maakten andermaal duidelijk hoezeer het NMP-plus in het kabinet Lubbers/Kok een kwestie van geven en nemen is geweest. Tegenover de erkenning van Alders dat ook dit plan uiteindelijk niet meer dan een tussenstap is naar maatregelen die werkelijk bijdragen aan een duurzame samenleving, stond menige verzuchting van minister Andriessen. 'Ik weet misschien een kwart over het milieu van wat de heer Willems ervan weet' dit Kamerlid van Groen Links stond toevallig bij de microfoon 'en misschien een tiende van wat minister Alders weet, maar als ik het allemaal hoor, denk ik: tjongejonge, hoe moet ik het aan de bedrijven uitleggen.' De minister van economische zaken maakte gewag van de grote onzekerheid die er bij 'tienduizenden, nee honderdduizenden' werkgevers bestaat over de gevolgen van het milieubeleid. Natuurlijk stond hij achter 'de mitrailleur aan maatregelen' die het NMP aankondigde, maar alstublieft, laat het daar voorlopig bij blijven. Dit alles werd gesproken op een toon of het 's ministers persoonlijke taak was al die bedrijven stuk voor stuk af te gaan. Regeren is moeilijk, had hij al eens in interviews uitgelegd.

Zijn partijgenoot, de minister van verkeer en waterstaat Maij-Weggen, leek het wat luchtiger op te nemen. Zij heeft dan ook eerder deze week de Nederlandse Vereniging van Wegenbouwers geadviseerd de naam te wijzigen in Nederlandse Vereniging van Infrastructuurbouwers. Een kwestie van omscholing dus: van asfalt naar rails. En ook een kwestie van goed ondernemerschap, vond Maij-Weggen.

De minister van landbouw en visserij, Braks, de vierde ondertekenaar van het NMP, leek er intussen met zijn hoofd niet helemaal bij en riep de gedachte op aan een vergelijking met een vis die al aan een haakje zit, maar nog in het water spartelt.

Dat een zeer ruime meerderheid in de Tweede Kamer op hoofdlijnen instemt met het meest verregaande milieuplan dat ooit in het parlement is behandeld, is een politiek feit van betekenis. De komende jaren moet blijken wat dit daadwerkelijk inhoudt, als in de praktijk onplezierige maatregelen worden voorgesteld. De aarzeling in de Kamer om in te stemmen met een verhoging van de benzine-accijns zegt daar misschien iets over. Het CDA-heeft de hogere aardgasopbrengsten dank zij de duurder geworden olie al op het oog als alternatieve financiering van het openbaar vervoer. Het kabinet verzet zich daartegen. Bij de begrotingsbehandeling na Prinsjesdag wordt deze strijd uitgevochten. Het ligt voor de hand dat de minister van financien de 'meevaller' die aan de crisis in het Midden-Oosten is toe te schrijven, ten minste gedeeltelijk aan vermindering van het financieringstekort wenst te besteden.

De discrepantie tussen globale instemming en feitelijke besluiten bleek eerder deze week toen landbouwspecialisten van CDA en VVD het anti-verzuringsbeleid van Braks en Alders wilden bemoeilijken door via een motie toch ruimere termijnen vast te stellen voor het uitrijden van mest. De regering spreekt officieel met een mond. Dat is staatkundig geen vereiste voor fracties, maar lijkt praktisch soms wel wenselijk. Geconfronteerd met de motie van zijn fractiegenoot Van Noord moest de milieuwoordvoerder van het CDA, Lansink, vaststellen dat de afstemming binnen zijn fractie wel eens te wensen over liet. VVD-woordvoerder Te Veldhuis hield het erop dat hij niet bij het mestdebat was geweest en ook de motie, ondertekend door zijn partijgenoot Blauw, niet kende.

Te verwachten valt dat dit soort, al dan niet via een 'bedrijfsongeval' veroorzaakte tegenstellingen tussen schone theorie en harde praktijk de komende jaren meer de kop zullen opsteken. Inclusief botsingen tussen ministers onderling, tussen regering en parlement, tussen coalitiepartners en in de fracties onderling. Vragen om een veel forsere vermindering van de CO-uitstoot, zoals een groot deel van de Kamer deed, is nog weer heel wat anders dan de ingrijpende gevolgen die dat voor het energieverbruik en de economie betekent, voor lief nemen. Om maar een voorbeeld te noemen.

    • John Kroon