Ministerie stopt 'pesten van Westen'

NIJMEGEN, 14 sept. Wat voor zin heeft regionaal economisch beleid als in het Noorden, ondanks honderden miljoen guldens rijkssteun, niet gebeurt wat in Amsterdam Zuid-Oost spontaan wel gebeurt? Staatssecretaris drs. P. Bukman van Economische Zaken gaf gisteren in Nijmegen ruiterlijk toe dat het 'oude' regionale beleid de illusie koesterde dat de overheid er met behulp van heffingen en premies (SIR, regionale toeslagen in de WIR, IPR) voor zou kunnen zorgen dat alle regio's er economisch even goed voor komen te staan. 'Dat ingewikkelde systeem, dat je negatief zou kunnen omschrijven als 'het Westen pesten', leidde nauwelijks tot verbetering van de situatie in andere landsdelen, terwijl ook de congestie in het Westen er niet mee werd opgelost', aldus Bukman.

Deze ervaring, zo vertelde de staatssecretaris, noopt niet tot afschaffing maar tot vernieuwing van het regionaal economisch beleid, zoals verwoord in de nota 'Regio's zonder grenzen', die kort voor het zomerreces aan de Tweede Kamer is aangeboden en daar voor de jaarwisseling wordt besproken. In deze nota wordt voorgesteld de steun aan het Noorden vooralsnog te handhaven, maar het regionaal economische beleid voor de rest van het land te veranderen. In plaats van versterking van zwakke regio's als Zuid-Limburg, Midden-Gelderland en Twente zal het accent worden gelegd op stimulering van sterke regio's.

Bukman sprak op het eerste lustrumcongres van het onderzoeks- en adviesbureau Buck Consultants International (BCI) over 'De toekomst van het regionaal economisch beleid'. Voor het nieuwe beleid heeft het kabinet 400 miljoen gulden per jaar uitgetrokken. Een deel daarvan, oplopend van 25 miljoen volgend jaar tot 100 miljoen in 1994, is bestemd voor verbetering van de 'bedrijfsomgeving'. Op dit fonds kunnen gemeenten en regio's een beroep doen om 'fysieke voorwaarden voor een internationaal concurrerend vestigingsmilieu te creeren'.

De staatssecretaris zag het al helemaal voor zich: 'Economische Zaken zal samen met de lagere overheden en het bedrijfsleven inventariseren wat de economisch meest kansrijke en dus waardevolle projecten zijn'.

Voor de geselecteerde projecten ligt dan een bescheiden startsubsidie in het verschiet.

BCI-directeur drs. R. Buck zag de brievenbus van het departement al uitpuilen met tientallen projecten voor het revitaliseren van oude bedrijfsterreinen, het opkalefateren van stationslocaties, de aanleg van internationale distributieknooppunten of themaparken van Europese allure. Buck verweet Economische Zaken valse verwachtingen te wekken. Het staat volgens hem op voorhand vrijwel vast dat projecten buiten de Randstad kansloos zijn, omdat daarvan veel moeilijker zal zijn aan te tonen dat ze leiden tot verbetering van het internationale vestigingklimaat.

Buck werd hierin bijgevallen door prof. drs. P. P. Kohnstamm, directeur van Wilma Vastgoed en hoogleraar vastgoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam. 'Het probleemgebied in Nederland is de Randstad. Als er een ongeluk op de A16 van Rotterdam richting Breda gebeurt, ligt de afvoer van goederen uit de wereldhaven urenlang plat. Dat kunnen we gewoon niet hebben.'

Hij bepleitte besteding van de schaarse middelen in verbetering van de Randstedelijke infrastructuur.

Staatssecretaris Bukman raakte echter niet onder de indruk. Ook projecten buiten de Randstad kunnen volgens hem in de prijzen vallen. 'De suggestie dat met het nieuwe instrument uitsluitend een dienst aan de Randstad zou worden bewezen, wijs ik categorisch van de hand.' Buck en Kohnstamm maakten zich ook zorgen over de strengere regels die het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (VROM) in voorbereiding heeft voor de vestiging van bedrijven. Dit zogenoemde lokatiebeleid vormt, aldus Kohnstamm, 'een ernstige aantasting van het investeringsklimaat'.

Maar volgens drs. R. den Dunnen, directeur-generaal op VROM, is er voor het bedrijfsleven geen enkele reden zich ongerust te maken. Het is volgens hem niet meer dan logisch bepaalde lokaties te reserveren voor bedrijven die in hun functioneren afhankelijk zijn van een goede bereikbaarheid met de auto.

De bedoeling is op deze terreinen bedrijven te weren waar veel mensen werken of die veel bezoekers trekken. 'Ieder weldenkend mens kan begrijpen dat deze maatregel absoluut noodzakelijk is om de groei van het niet-zakelijk autoverkeer af te remmen. Dat is geen kwestie van autootje pesten, het is een puur economische noodzaak', aldus de topambtenaar.

Wie internationale toplokaties wil hebben, moet schaarste creeren, predikte Den Dunnen. 'Verhoging van de rendementen van de beleggers is hard nodig om Nederland voor investeringen in onroerend goed aantrekkelijker te maken. Bestrijding van congestie en aan banden leggen van wildgroei op de kantorenmarkt dragen daartoe bij. Dat impliceert dat je op sommige plaatsen de deur dicht moet doen voor de vestiging van bepaalde bedrijven.' De Utrechtse hoogleraar toegepaste geografie en planologie, dr. M. de Smidt, wees erop dat de arbeidsmarkt grenzen stelt aan de regionale slagkracht. Verder verbaasde hij zich erover dat in de nota van Economische Zaken geen aandacht werd besteed aan de wijze waarop in het buitenland regionaal economisch beleid wordt gevoerd. 'Je wilt toch weten hoe ze dat in Zweden of Baden-Wurttemberg voor elkaar hebben gekregen en in welke divisie de verschillende regio's binnen de Europese competitie zullen spelen. Maar daarvoor had EZ kennelijk geen reisgeld.'

    • Joop Meijnen