Kat is slechter dan konijn; Vladimir Vojnovitsj over de Russische schrijversbond

De Schrijversbond is ongetwijfeld een van de verworvenheden van het socialisme in de Sovjet-Unie. Een bond die niet alleen zorgt voor publikatie en honoraria van de bij haar aangesloten schrijvers, maar ook voor huisvesting, medische verzorging, vakanties, auto's, abonnementen op buitenlandse bladen, schrijfmachines, linten, papier, carbon, kunstgebitten en zelfs voor kleding. Het systeem van de allesbestierende bond is er de oorzaak van dat de Russische schrijvers met zijn allen bij elkaar in een flatgebouw wonen en elkaar voortdurend ontmoeten op de binnenplaats, in de schrijverspolikliniek, of op de bondsburelen waar ze bij de secretaresses bedelen om geimporteerde kantoorartikelen, zich in de hal door de bondskleermaker een nieuw kostuum laten aanmeten, zich in de kelder vervoegen bij de klusjesman die zulke goede kunstgebitten kan maken of in de rij staan voor wat er maar verder wordt uitgedeeld.

De schrijversbond als winkel van Sinkel, maar dan gerund door een bende klassieke KGB'ers, is de plaats van handeling van Vladimir Vojnovitsj' nieuwste novelle De bontmuts. Het verhaal is gauw verteld. Jefim Rachlin, lid van de bond en woonachtig temidden van zijn collega's in een schrijversflat, is een minder dan middelmatige schrijver van verhalen over poolexpedities, olieboringen en dergelijke mannenavonturen. Typisch Sovjet is dat hij 'alleen over goede mensen schrijft', over mensen die een bovenmenselijke, en meestal ook volstrekt absurde, opofferingsgezindheid tonen. Hij heeft dan ook nooit problemen met de censuur en krijgt altijd goede recensies, hoewel hij door niemand serieus wordt genomen. Wanneer hem ter ore komt dat er op de schrijversbond bontmutsen worden verstrekt, besluit hij er ook een aan te vragen, hoewel hij al een goede muts heeft.

Rendierkalf

En dan komt de klap. De Sovjet-Unie is een sterk hierarchische maatschappij, en ook de schrijversbond kent zijn rangen en standen. Niet iedereen krijgt natuurlijk dezelfde soort muts. De gradaties lopen van rendierkalf, via muskusrat tot gewoon konijn. Rachlin heeft zich, als bescheiden schrijver zonder invloedrijke positie, geestelijk reeds ingesteld op konijn, hoewel hij in zijn hart op iets beters hoopt. Maar de ex-KGB'er die de aanvragen afhandelt deelt hem onbewogen mee dat hij slechts in aanmerking komt voor een muts van 'huiskat, medium dons'.

'Is kat beter of slechter dan konijn?' vraagt hij nog hoopvol, maar het antwoord laat geen plaats voor hoop: 'Slechter, denk ik', veronderstelde de directeur onverschillig. 'Konijnen moet je fokken, en katten groeien vanzelf op!' Dit voorval doet Rachlin de schellen van de ogen vallen. Elf boeken geschreven, drie onderscheidingen en dan zoiets. Datgene waar hij altijd virtuoos de ogen voor gesloten had, namelijk dat zijn werk zelfs door zijn beste vrienden, dus laat staan door de autoriteiten, niet serieus genomen wordt, wordt hem nu maar al te duidelijk. De bontmuts wordt het symbool voor de erkenning die hij denkt te verdienen. Zo begint een waanzinnige tocht langs invloedrijke medeschrijvers en bondsbonzen ter verkrijging van erkenning in de vorm van een passende bontmuts, waarbij de lezer kennis maakt met het totaal verziekte wereldje van de Sovjet-letterkunde. Dit alles nog aangezwengeld door de buitenlandse radiostations die Rachlin meteen tot dissident gebombardeerd hebben. Pas na een hartaanval krijgt hij op zijn sterfbed en ook dit alleen nog maar door toedoen van de invloedrijke minnaar van zijn vrouw gerechtigheid in de vorm van een muts van rendierkalf.

Dit alles wordt verteld in de stijl die we inmiddels van Vojnovitsj gewend zijn: ironisch en venijnig tegelijkertijd en zeer prettig leesbaar.

Grillen

De bontmuts is vermakelijke lectuur die een instructief beeld geeft van het buitengewoon merkwaardige schrijverswereldje in de Sovjet-Unie, waar de oplage niet afhangt van de vraag van het publiek, maar van de grillen van de autoriteiten. Waar schrijvers niet betaald worden naar het aantal in de winkel verkochte boeken, maar naar de invloed die ze in de bond hebben. Waar volstrekte literaire non-valeurs lange buitenlandse reizen maken om de Sovjetliteratuur en de vrede (die twee hadden iets met elkaar) over de hele aardbol te propageren. Waar iemand als onze Jefim Rachlin jarenlang zijn boeken uitgegeven krijgt en zelfs in betrekkelijke welstand leeft, hoewel niemand hem serieus neemt, alleen maar omdat hij zo middelmatig is dat hij voor niemand een gevaar betekent. Waar het anderzijds echter toch chiquer is om moeilijkheden met de autoriteiten te hebben gehad en in het buitenland te zijn gepubliceerd.

Toch is De bontmuts niet Vojnovitsj' beste werk. Daarvoor is het mij net niet scherp, niet geestig genoeg. De tragikomische scenes, zoals Rachlins gesprekken met de verschillende, altijd uit de KGB afkomstige, officials van de bond, missen een beetje het element van verrassing. Vojnovitsj weet zoiets erg leuk neer te zetten, maar de peper ontbreekt. (Hoewel het feit dat een van deze KGB'ers, voordat Rachlin komt klagen, snel zijn dure jas en bontmuts van de kapstok in zijn kamer haalt en er een oude regenjas plus alpinopet voor in de plaats hangt, weer een detail is dat alleen Vojnovitsj kan bedenken.) Laat dit trouwens niemand weerhouden om het boek te gaan lezen, ook een iets mindere Vojnovitsj is nog leuk genoeg.

De vertaling is uitstekend. Vojnovitsj' soepele spreektaal is ook in het Nederlands soepele spreektaal, waarbij het trefzekere gebruik opvalt van woorden als 'pipa', 'oen' en 'klojo', woorden die men in vertalingen nog te zelden tegenkomt.

    • Arthur Langeveld Vladimir Vojnovitsj
    • de Bontmuts. Vert. Marja Wiebes. Uitg. Meulenhoff