IN DE MARGE; Wachten op de zalm

Het Duitse chemieconcern BASF laat per ongeluk 300 ton nitrobenzeen in de Rijn vloeien. Bij een aanvaring ter hoogte van Dusseldorf komt nog eens 170.000 liter dieselolie in de rivier terecht. Twee incidenten uit een lange, treurige reeks en dat zijn nog alleen de affaires die in de openbaarheid kwamen.

Ongelukken zijn natuurlijk nooit te voorkomen, maar het moet met alle technische middelen waarover industrie en overheid beschikken, wel mogelijk zijn de Rijn van een zieke in een redelijk gezonde stroom te veranderen. Maar ook daar lijkt het voorlopig niet op. Er bestaat zoiets als een Rijnactieprogramma, een ambitieus plan van de gezamenlijke oeverstaten tot versnelde sanering van de rivier. In het jaar 2000 moet de zalm hier op eigen kracht zijn teruggekeerd en mag de Rijn als bron van drinkwater voor twintig miljoen mensen niet langer in gevaar komen. Fraaie doelstellingen, maar recente berichten omtrent de patient geven weinig hoop op een spoedig herstel. Sinds een jaar of vijf zou de grote schoonmaak eerder stagneren dan vooruitgaan, zodat algehele genezing nog een vrome wens blijft.

Minister Maij-Weggen zei het kort geleden ten overvloede: om de ontelbare lozingen te stoppen dan wel tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen, is zo'n dertig miljard gulden aan investeringen nodig. Een indrukwekkende som, maar de betrokken (chemische) industrieen en landen (Nederland, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland) zijn bepaald niet armlastig. Ze liggen niet in de Derde Wereld en evenmin in Oost-Europa. Nog maar negen jaar plus drieenhalve maand en het is 2000.