Ik was een dode schrijver; Gesprek met Henry Roth

De 84-jarige schrijver Henry Roth woont in een trailer in Albuquerque, waar hij als een bezetene werkt aan zijn geromantiseerde memoires. Roth is vooral bekend als de schrijver van een roman, Call It Sleep, uit 1934. De schrijver en zijn roman raakten in de vergetelheid en Roth bouwde een bestaan op als pluimveefokker in Maine. Begin jaren zestig werd zijn roman herontdekt. 'Toen mijn uitgever kwam vertellen dat het boek een bestseller werd, was ik daar niet erg blij mee.' Het is vreemd om nu met Henry Roth over zijn roman Call it sleep te praten. Sinds het is gepubliceerd heeft hij het niet meer ingekeken. 'Ik heb het nooit herlezen. Een keer moest ik de drukproeven doen maar ik merkte dat ik er geen zin in had. Ik kan het niet verklaren. Misschien had het ermee te maken dat ik wist hoe de hoofdpersoon en de andere personages in werkelijkheid waren. Af en toe lees ik wel eens een fragment in een recensie en dan ben ik er verbaasd over dat het zo goed geschreven is.' Henry Roth is de schrijver van een boek, dat zesenvijftig jaar geleden is verschenen. Het beschrijft het leven van joodse immigranten in New York. Ze spreken geen Engels en leren dat ook nauwelijks omdat ze alleen met andere Europese joden omgaan. Tegelijkertijd is het het verhaal van een opgroeiend jongetje en alle gebeurtenissen beleven we door zijn ogen.

Roth is niet de enige die tevreden is over het verhaal van David Schearl. Call It Sleep is over de hele wereld vertaald en nadat het boek opnieuw in de belangstelling was gekomen, beleefde het vele drukken, vooral in Amerika en Italie. De schrijver is nu 84 en woont in een trailer in de buurt van Albuquerque, New Mexico.

Toen het literaire blad American Scholar in 1955 de uitkomst van een symposium over 'The Most Neglected Books of The Past 25 Years' publiceerde noemden twee critici, Alfred Kazin en Leslie Fiedler, de roman Call It Sleep van Henry Roth uit 1934. Het boek leek op dat moment vergeten en het was niet meer verkrijgbaar. De schrijver publiceerde al jaren niet meer, zijn laatst bekende publikaties waren in de New Yorker en Commentary verschenen, maar dat was eind jaren dertig en begin veertig geweest. Was Roth dood? Niemand wist het. Eind jaren vijftig hield de schrijver Charles Angoff een lezing in de Bronx waarin hij zijn bewondering voor Henry Roth uitsprak. Ook zei hij dat Roth waarschijnlijk dood was want niemand wist waar hij zich bevond. In de zaal stond een dame op, die zich bekendmaakte als de zuster van Henry Roth. De schrijver was springlevend en woonde met vrouw en twee zonen in Augusta, Maine, zo vertelde ze.

De criticus Harold Ribalow hoorde hiervan, schreef Roth een brief en ging hem zelfs opzoeken. Roth zei dat de schrijver van Call It Sleep al lang geleden was opgehouden te bestaan. Er was nu een andere Henry Roth, die een eenden- en ganzenfokkerij had. Hij las geen boeken, nauwelijks kranten en zette zelden meer een letter op papier.

Call It Sleep had echter in kleine kring furore gemaakt, vooral sinds de enquete in American Scholar. Chip Chafetz en Sid Solomon van de Pageant Press, die ook een antiquariaat hadden in New York City, merkten dat er zoveel vraag was naar het boek dat zij zelf in 1960 een hardcover-editie uitbrachten. Het boek kreeg betrekkelijk weinig aandacht.

In oktober 1964 verscheen Call It Sleep als paperback bij Avon, dankzij de jonge redacteur Peter Mayer. Eind jaren vijftig had Mayer, die in New York als taxichauffeur werkte, van een collega gehoord dat hij Call It Sleep eens moest lezen. Hij was diep onder de indruk van de roman en toen hij de kans had bracht hij het boek opnieuw uit. Hoewel het een herdruk was van een dertig jaar oud boek, stuurde Mayer drukproeven rond en The New York Times Book Review opende ermee. Het boek werd een bestseller. Peter Mayer is inmiddels internationaal directeur van de Penguin Group.

Roth: 'Toen Peter Mayer mij in Maine opzocht om te vertellen hoe goed Call It Sleep het deed hij had me er al eerder over opgebeld was ik er niet erg blij mee. Ik was op dat moment pluimveefokker, eenden, ganzen, noem een dier, ik fokte het. En ik slachtte ze en verkocht ze. Het was wel aardig werk, ik hoefde eigenlijk alleen in de herfst en de vroege winter te werken. Verder kon ik wat tuinieren en trok ik veel op met mijn vrouw. Peter Mayer kwam toen langs met de New York Times Book Review. Hij was door het dolle heen, het boek zou een bestseller worden! Maar ik had het gevoel dat ik werd geleefd. Ik was tevreden met wat ik deed maar ik had nu het gevoel dat de grond onder mijn voeten verdween. Dat heb ik toen ook gezegd.' Roth ontvangt liever geen bezoek meer. Hij wil alleen maar instemmen met een telefonisch interview. 'Ze zijn allemaal al hier geweest: van de New York Times, van de Washington Post, noem maar op. Voor mij hoeft het niet zo nodig meer, maar vooruit.' Roth was in 1964 van de ene op de andere dag beroemd, of hij wilde of niet. Ieder blad wilde een interview met hem en Time stuurde een fotograaf naar Maine die een foto moest maken waarop Roth een gans slacht. De overbescheiden Roth voelde zich er ongemakkelijk onder en had geen zin in poppenkast. Hij was immers geen schrijver meer. 'Deze dode schrijver' zei hij als hij het over zichzelf had. Het had hem jaren gekost afstand te nemen van zijn mislukte ambities, hij had baantjes gehad als leraar, machinebankwerker, verpleger in een inrichting, bessenplukker en ganzenfokker. Hij ging gebukt onder het leven en was alleen door de steun van zijn vrouw niet geheel stuurloos.

Salon

Henry Roth is geboren in 1906 in Tysmenitz in Galicie, een streek die nu in de Sovjet-Unie ligt maar destijds deel was van Oostenrijk-Hongarije. Toen hij anderhalf was, emigreerde hij met zijn moeder naar Amerika, waar zijn vader al een jaar woonde. Hij groeide op in Brooklyn, en op Manhattan in de voornamelijk joodse Lower East Side en Harlem. Roth studeerde aan de New York City College. Hij maakte zich los van zijn vrij orthodox-joodse achtergrond en brak zelfs met thuis. Toen hij bijna was afgestudeerd kreeg hij een verhouding met de twaalf jaar oudere Eda Lou Walton, een docente Engels aan de universiteit, dichteres en gastvrouw van een literaire salon in Greenwich Village. Daar kwamen studenten en Newyorkse intellectuelen als Margaret Mead en Mark van Doren over de vloer. Voor Roth's vorming was het belangrijk omdat hij kennismaakte met het werk van James Joyce, T. S. Eliot en Ezra Pound. Mede dankzij Eda Lou Walton was Roth in staat de roman Call It Sleep te schrijven en hij droeg het in december 1934 gepubliceerde boek dan ook aan haar op.

Het boek kreeg veel recensies maar uitgerekend de communistische krant The New Masses was zeer kritisch. Call It Sleep zou te weinig proletarisch zijn. Roth was juist een jaar eerder lid geworden van de Communistische Partij, zoals veel Newyorkse intellectuelen destijds, en trok zich de kritiek erg aan. Een tweede roman, waarin hij ongelukkig genoeg tegemoet probeerde te komen aan zijn critici, legde hij een paar jaar later half voltooid terzijde. Roth: 'Ik had daar nog geen titel voor. 'If we had bacon' was de titel van het eerste deel maar ik heb het manuscript verbrand omdat ik geen schrijver meer was.'

Om voor zichzelf te bewijzen dat hij als schrijver de kost kon verdienen, publiceerde hij nog een paar verhalen in de New Yorker maar het schrijven ging moeizaam en hij had er geen plezier meer in. Het zou jaren duren voor Roth zijn dibboek, zoals hij zijn writer's bloc later noemde, weer de baas werd.

Deels uit vrees voor de consequenties van zijn partijlidmaatschap, deels uit de behoefte schoon schip te maken, verbrandde hij tijdens de koude oorlog al zijn dagboeken. Toevallig bleven de jaren 1937 tot 1939 behouden. Het waren belangrijke jaren voor Roth want in die periode brak hij met Eda Lou Walton en leerde hij zijn latere vrouw, de componiste Muriel Parker kennen. 'Ik was overtuigd lid van de Communistische Partij. Ik ben in de jaren dertig nog even eruitgestapt maar toen de oorlog kwam was de enige club die waarschuwde voor Hitler de Communistische Partij. Dus toen ben ik weer lid geworden, en mijn vrouw ook. We bleven lid ik werd machinebankwerker en ik was actief in de vakbond. Toen we naar Maine verhuisden liet ik mijn lidmaatschap verlopen.' Het is achteraf de vraag wat Roth in Maine het hardst probeerde te vergeten: zijn schrijverschap of zijn actieve communistische verleden. Eind jaren veertig begon in Amerika de vrees voor de communisten zelfs het dagelijks leven te beheersen. Dat zou tot in de jaren zestig voortduren. Roth: 'Op een dag kwam er iemand langs en die vroeg naar mijn sympathieen. Je wist destijds nooit of het iemand van de FBI zou zijn of een partijgenoot. Ik heb toen gezegd dat ik niet geloofde dat de Communistische Partij enige betekenis had in de Amerikaanse maatschappij, het was iets onbelangrijks.'

Gleufhoed

Werd u lastiggevallen vanwege uw lidmaatschap? 'Jazeker, door de FBI. Mijn arme vrouw zag ze in de achteruitkijkspiegel op weg naar huis. Ze hadden hun eigen soort uniformen: een gerande, vilten gleufhoed en trenchcoats. Ze ondervroegen me: of ik die-en-die kende. En of ik iets wist over zus-en-zo. Soms werd ik echt kwaad en dan zei ik: als jullie nu niet ophouden, bel ik de politie. Dat was heel grappig. Op een gegeven moment zei ik dat ze bij mij niets te zoeken hadden, ik was tenslotte titoist. ' Kenden ze het verschil? 'Ja hoor, zolang ik maar geen lid meer was van de Communistische Partij. Tito was in communistische ogen een dissident. Tot 1967, toen er in mij een vreemd soort ommekeer was door de Zesdaagse oorlog tussen Israel en de Arabische landen, was ik fellow traveller. Ik werd overvallen door schuldgevoel omdat ik niet goed meer wist waar ik me achter moest scharen. Volgens de communistische lijn waren de Arabieren de progressieve krachten en de joden waren slechts een verlengstuk van het Amerikaanse imperialisme. Maar het waren joden en dat was ik ook dus het was voor mijn gevoel onmogelijk om me daarvan los te maken. De holocaust had zes miljoen joden vernietigd en de Arabieren dreigden nu twee miljoen joden de zee in te drijven. Ze klonken erg vastberaden en het leek echt of er weer een massaslachting zou komen. Ik was enorm bezorgd en bang. Uiteindelijk merkte ik dat ik wilde dat de joden zouden winnen.'

Beschrijft u in Call It Sleep uw eigen jeugd in New York? 'Call It Sleep is geen autobiografie maar ik heb wel autobiografisch materiaal gebruikt. Mijn eigen leven heeft de functie van reisgids, van waaruit ik de roman in verschillende richtingen heb ontwikkeld. Het leven van David Schearl is niet hetzelfde als het leven van de jonge Henry Roth. David Schearl is een aardige jongen, ik was een vreselijk kind. 'In het boek portretteerde ik een geidealiseerde versie van mezelf. Mijn werkelijke ik komt naar voren in het werk dat postuum zal uitkomen en waarik nu een groot deel van klaar heb. Het heet Mercy of a Rude Stream. Genoemd naar een regel die Cardinal Wolsey uitspreekt in Henry VIII van Shakespeare. Het is nu ongeveer achtentwintighonderd pagina's en met de tussenstukken erbij wel drieduizend. Dan heb ik ook nog vijfhonderd pagina's in een ruwe versie. Die heb ik wel uit laten tikken maar ik weet niet of ik nog lang genoeg leef om dat te voltooien.' Spottend heeft de schrijver het werk omschreven als 'Portrait of the Artist as an Old Fiasco'. Op verzoek van Roth verschijnt het werk alleen in vertaalde vorm in het Italiaans, bij uitgeverij Garzanti in Milaan, onder de titel Alla Merce di una Brutale Corrente. Roth wil niet dat Mercy of a Rude Stream of delen daaruit in het Engels verschijnen, omdat in de niets en niemand ontziende roman over een creatieve maar ook geblokkeerde schrijver veel mensen voorkomen die nog in leven zijn.

Roth: 'Mario Materassi, mijn Italiaanse vertaler, en ik hebben een erg hechte band, hij is als een zoon voor mij. Hij kijkt wat er gepubliceerd kan worden. Italianen hebben een bepaalde affiniteit met mijn werk. Ik weet niet hoeveel joden er tot slaaf zijn gemaakt na de val van Jeruzalem in 70 n. Chr. maar ze werden weggevoerd naar Italie en daar bouwden ze de triomfbogen. De joden en de Italianen hebben zich vermengd dus misschien is dat de verklaring.'

Een andere verklaring die wel gegeven wordt is dat Roth de immigrantenroman bij uitstek heeft geschreven die in een periode speelt dat er ook enkele miljoenen Italianen naar de Verenigde Staten trokken.

Zijn moedertaal is Jiddisch. Engels is zijn tweede taal die hij van jongsaf aan leeftijd om zich heen hoorde maar die hij pas echt leerde toen hij naar school moest. 'De Lower East Side was een joodse staat in het klein en daar werd Jiddisch gesproken.'

Roth leerde als klein kind ook Pools. 'Ik was waarschijnlijk net begonnen het te leren want mijn moeder vertelde me dat ik in het Pools om melk riep, toen we de overtocht maakten. Ik ken geen woord Pools meer, alleen nog Jiddisch. Mijn ouders spraken thuis Jiddisch, Pools alleen als ze iets wilden verbergen.'

In Call It Sleep beschrijft Roth een gezin waarvan de vader en moeder nauwelijks Engels spreken. De woorden die ze kennen worden met een zwaar accent uitgesproken. Als de kleine David verdwaalt en op een politiebureau terechtkomt, begrijpen de agenten alleen met de grootste moeite wat het adres is dat hij noemt: Bahrdee Street, dat vervormd is tot Boddeh.

Waar is Boddeh Stritt of Bahrdee Street? 'Ik weet niet wat u bedoelt.' Die straat werd genoemd in Call It Sleep, daar woont de hoofdpersoon. 'Daar herinner ik me niets van. Wij woonden op de hoek van de 9de straat en Avenue D, op de noordwest hoek. Ik ben er laatst voor een documentaire wezen kijken maar het huis is weg. Toen ik acht en een half was zijn we naar Harlem verhuisd. Het was vooral mijn moeder die daarachter zat. In 1914, een maand voordat de oorlog uitbrak, kwamen mijn grootouders en een aantal familieleden over. Mijn ooms, van wie er ook al twee waren geemigreerd, vonden woonruimte voor hun familie in Harlem. En mijn moeder wilde graag in hun nabijheid zijn. Ze hield helemaal niet van de buurt waarin wij woonden. Uiteindelijk was toen het plan om te verhuizen naar een kleine joodse sectie van Harlem, ongeveer tussen de 112de en de 115de straat. Het werd echter de 119de straat, die midden in een andere buurt lag. Zo raakte dat kleine joodse jongetje verzeild in een omgeving van Ieren en Italianen. De Italiaanse immigranten waren wel tolerant, ze spraken zelf ook de taal niet maar de Ieren natuurlijk wel, die hadden dus een enorm voordeel. Ze zaten bij de politie en gingen in de politiek. Ze hadden de betere banen en ze gaven de bezem aan de Italianen.' Roth kwam terecht in een omgeving waarin hij zich een vreemde voelde. Zowel de volkomen andere achtergrond van de buurtbewoners als het taalverschil werkten desorienterend. Hij reageerde daarop door zich vrij eenzelvig te gedragen.

Later schreef hij daarover verhalen als 'Somebody always grabs the purple', 'Petey and Yotsee and Mario' en 'Nature's first green'. Laatstgenoemd verhaal kwam in 1979 uit als eerste afzonderlijke publikatie in boekvorm van Roth na Call It Sleep. Hij vertelt daarin over zijn baantje als assistent-operateur in de buurtbioscoop op veertienjarige leeftijd. Hij rende met filmblikken door de stad, verwisselde films en plakte het celluloid aan elkaar als de film was geknapt. De onhandige, teruggetrokken joodse jongen was onder leeftijdgenoten opeens de held van de buurt. Niet alleen die ervaring maar ook de publikatie van het verhaal erover was een belangrijk moment voor Roth. Vanaf dat moment begon hij te schrijven aan zijn memoires-roman. Mensen die over Call It Sleep schrijven wijzen altijd naar James Joyce als uw grote voorbeeld. Wat vindt u daarvan? 'Joyce heeft laten zien dat je ook op een prachtige, literaire manier over de smerigste, armoedigste dingen kunt schrijven. Dat was wat hij mij leerde. Toen ik destijds Ulysses las, begreep ik nog niet eens de helft van zijn toespelingen. Ieder hoofdstuk heeft bijvoorbeeld een overheersende kleur en in ieder hoofdstuk zit ook weer een gebeurtenis die naar de Odyssee verwijst en meer van die dingen. Dat is allemaal heel gekunsteld en daar had ik eigenlijk een hekel aan. Maar zijn observaties en het vuur waarmee hij schreef, die hadden een blijvende invloed op me. Bij Joyce zijn echter in zijn latere werk de gebeurtenissen verwaarloosbaar geworden. Het medium maakt hij tot onderwerp. Zoals in Finnegan's Wake, dat is onleesbaar, daar ging Joyce volkomen over de schreef.' 'Voor mij was The Love Song of J. Alfred Prufrock van T. S. Eliot, een belangrijk werk, belangrijker nog dan het altijd geprezen The Waste Land. Het dwong de lezer zijn eigen verbeelding te gebruiken. Later bewonderde ik Ezra Pound, hoewel die ook een antisemiet was. Maar hij was tenminste eerlijk en Eliot niet. Eliot probeerde zich onder zijn vroegere antisemitisme uit te werken. Hij sloot zich op latere leeftijd aan bij de Anglicaanse kerk. Over zijn antisemitisme zei hij opeens dat voor hem de jood alleen een symbool was van wat het kapitalisme inhoudt. Allemaal onzin! Ezra Pound zag op het eind van zijn leven in dat hij dom was geweest.

Het is moeilijk om dat voor jezelf te erkennen. 'Ken je de musical Cats? Ik heb de weduwe van Eliot voorgesteld om de opbrengsten daarvan te besteden aan de joden die onder Hitler hebben geleden. Vrij veel tekst van Eliot is immers in die musical terechtgekomen. Zij heeft mijn advies niet overgenomen maar ik had ook niet anders verwacht.' Sinds de Zesdaagse Oorlog is Roth overtuigd zionist. Hij heeft overwogen naar Israel te emigreren maar voelde zich daar na een verblijf op proef niet thuis. Uiteindelijk was hij niet alleen jood maar ook en misschien wel vooral Amerikaan. Hoewel Roth maar een roman schreef, hoort hij beslist thuis in de rij van grote joods-Amerikaanse schrijvers, zoals Saul Bellow en Isaac Bashevis Singer. Sinds halverwege de jaren zestig is er een Roth-revival. Kunt u zich voorstellen dat die revival er niet was geweest?

'Ja, hoor. Ik denk dat mijn vrouw en ik toch wel naar een warmer klimaat hadden gezocht, alleen zouden we allebei langer zijn doorgegaan met werken. Ook weet ik niet waar we dan terecht zouden zijn gekomen. Want we kwamen hierheen omdat ik een D. H. Lawrence Fellowship aangeboden kreeg door de University of New Mexico in Taos, waar Lawrence heel kort heeft gewoond met zijn vrouw Frida. Lawrence en zijn vrouw hebben hun huis nagelaten aan de Universiteit van New Mexico en ik kon daar als gast een zomer zitten. Dat was een goede gelegenheid voor mijn vrouw en mij om eens rond te kijken. Wij hadden allebei geen zin in de streek waar iedereen heengaat, Florida. Dit hier zag er veel beter uit.' Drie jaar geleden verscheen een door Mario Materassi ingeleide en samengestelde bundel met stukken die Roth tussen 1927 en 1987 schreef, Shifting Landscape, met toelichtingen in de vorm van citaten uit brieven en interviews. De bescheiden Roth zei over het boek dat het meer van Materassi was dan van hemzelf, omdat de Italiaan er zoveel werk aan had gehad. Materassi, zijn Italiaanse vertaler, is Roth's grote vertrouweling. Hij is hoogleraar Amerikaanse literatuur in Florence. Dankzij hem verschijnen er nu toch al delen uit Mercy of a Rude Stream, al moet men er wel Italiaans voor kennen. Materassi is juist op bezoek om zijn vertaling door te nemen. Roth: 'Mag ik u heel hartelijk danken dat u niet bent langsgekomen. Dat scheelt mij een hoop tijd. Dan kan ik nu weer gauw aan het werk.' Henry Roth: Call It Sleep. Uitg. Penguin, 447 blz. Prijs fl.24,75.: Call It Sleep. Uitg. Avon Books, 447 blz. Prijs fl.20,50.: Noem het slaap. Vert. door Beccy de Vries. Uitg. De Bezige Bij, 472 blz. Prijs fl.42,50.: Shifting Landscape. A composite, 1925-1987. Edited with an introduction by Mario Materassi. Uitg. The Jewish Publication Society, 301 blz. Prijs fl.45,90.

    • Lucas Ligtenberg