Ik blijf in bed want ik barst van de gedachten; Gesprek met de Russische schrijver Venedikt Jerofejev (1938-1990)

Op 10 mei van dit jaar overleed de Russische schrijver Venedikt Jerofejev. 'Een groot Russisch drinker is gisteren in Moskou begraven, ' zo begon het herdenkingsartikel in deze krant. Een paar maanden daarvoor had Jerofejev in het Westen grote bekendheid gekregen dank zij een documentaire van de BBC. Jerofejev maakte tot nu toe vooral naam met een boek: Moskva-Petoesjki, een verslag van een steeds weerkerende 'treinreis-onder-de-olie', in Nederland verschenen onder de titel Moskou op sterk water. Een jaar voor Jerofejevs dood had de Russische journalist Leonid Proedovski een gesprek met de schrijver dat hier voor het eerst wordt gepubliceerd: 'Ik behoor tot de hufters die hun ziel nooit verkopen.'

'Ik ben geboren op 26 oktober 1938. Mijn ouders waren een droevig moedertje en een vrolijk vadertje. Hij was stationsmeester en deed niets dan achter de wijven aanzitten. En mijn moedertje leed daaronder. Reken maar, kolere. 'Mijn vader maar rokkenjagen, rokkenjagen, rokkenjagen, totdat ze hem aangaven. In 1938, toen ik geboren werd, zagen we hem voor het laatst. We zagen hem pas in 1954 weer terug. Artikel 58 natuurlijk (contrarevolutionaire activiteiten noot vert.). De aangevers hadden hem eraan herinnerd dat hij in dronkenschap het Sovjet-regime had vervloekt, waarbij hij met de vuist op tafel had geslagen.' Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk te geloven dat er in die tijd mensen waren die het Sovjet-regime in het openbaar verwensten. 'Waarom niet? Het was maar een klein stationnetje en hij was onder de olie. Het was station Pojakonda bij de poolcirkel.' Waarheen werd hij verbannen, vanaf de poolcirkel? 'Naar de Krim natuurlijk!' Echt waar? 'Grapje. Ze stuurden hem maar 10 of 12.000 km verderop naar het oosten.' Je bent dus zonder vader opgegroeid? Woonde je met je moeder op dat piepkleine stationnetje? 'Nee, ze schopten mij naar het kindertehuis in de stad Kirovsk, in de provincie Moermansk, en daar zat ik te niksen.' Waar bleef je moeder? 'Moeder smeerde 'm naar Moskou.' Wat zijn je eerste herinneringen? 'Mijn allereerste herinneringen zijn droevig. Wijlen mijn moeder zei tegen al mijn oudere broers en zusters: ga naar zijn bedje om afscheid van hem te nemen. Van hem, dat wil zeggen van mij.' Waarom? 'Het was de schuld van de dokter.

Die had gezegd: kassie wijlen. Het was een heel verstandige arts. Het was in 1941, ik was tweeeneenhalf. Een heel verstandige arts.' Je zat dus in het kindertehuis op school, daar heb je natuurlijk de meest prettige herinneringen aan. 'In het geheel niet. Het was een grote smoelenklopperij, een cultus van fysiek geweld. Meer niet. Trouwens, het waren vreselijke jaren, de jaren '46, '47. In 1947 circuleerden er geruchten dat er in Moermansk op de markt vlees werd verkocht, waar mensennagels in zaten. Ik herinner me ook, maar dat was in de jaren vijftig in Moskou, de geruchten dat er van kinderen zeep gekookt werd.' Herinner je je de amnestie van 1953? 'Nou en of. Ik zat toen in de achtste klas. Het hele Kola-schiereiland bestond uit strafkampen. Wij zagen meer prikkeldraad dan wat dan ook. En plotseling lieten ze die mensen vrij. Het nare, domme volk bracht toen die geruchten in omloop. Inderdaad gedroegen die vrijgelatenen, of bandieten zoals ze genoemd werden, zich niet zoals het hoort.' Hoorde je in het kindertehuis bij hen die sloegen of bij hen die geslagen werden? 'Ik was neutraal en observeerde alles nauwkeurig.' Wanneer begon je te schrijven? 'Ik ben nog voor ik op school zat begonnen.' Wat schreef je dan op die tere kinderleeftijd? 'Notities van een krankzinnige.' Wie was er krankzinnig? 'Ik natuurlijk.' Op je zesde jaar? 'Gekte is niet aan leeftijd gebonden.' Hoe voelt dat om je op je zesde krankzinnig te voelen? 'Heel interessant.' Voelde je je echt gek of had je slechts zo'n masker op? 'Natuurlijk was het een masker. Helaas bewaren die domme moedertjes nooit iets. Mijn jonge zusje Tamara Vasiljevna heeft al mijn brieven bewaard van 1955 tot 1988. Dat is me er eentje. Maar mijn eerste schoonmoeder bijvoorbeeld zette altijd koekepannen met allerlei smeerpijperij op mijn handschriften.'

Veeleisende leraar

Wanneer ging je naar een gewone school? 'Van de achtste tot de tiende klas.' Was dat een groot verschil? 'Heel groot. Maar ik heb dat overwonnen. We hadden een heleboel tiende klassen, maar ik was de enige uit al die tiende klassen die een gouden medaille kreeg. We hadden een veeleisende leraar. Ze werden daar kennelijk met geweld heen gejaagd, maar zij zeiden dat ze de stem van hun hart volgden. Die smeerlappen persten alles uit ons wat maar mogelijk was.'

'Ik heb mijn klasgenoten geobserveerd. Die hielden niet van lezen. Zo zijn er ook mensen die niet van drinken houden. Daarom was het niet zo moeilijk daarin uit te blinken. Het waren allemaal klootzakken, eigenlijk nog een pietsje lager, maar ik wil niemand beledigen.' Hoe moet je in Rusland leven met verstand en talent? 'Dat kan best, als je er moeite voor doet. Dat wil zeggen, zo weinig mogelijk van je verstand en zo weinig mogelijk van je talent laten zien, dan kun je uitstekend overleven. Ik heb dat aan mezelf gezien en niet alleen aan mezelf.' Voor zover ik weet heb jij je ziel nooit verkocht. 'Natuurlijk niet!' Waren er verleidingen? 'Geen een. Bij mij is dat niet voorgekomen. Ik behoor juist tot de hufters, die niet te verleiden zijn en niet zijn verleid.' Maar ze hebben je wel schrik aangejaagd. 'Dat was in de lente van '62. Er komt een man die zegt: bent u Jerofejev? Ja. Hebt u pistolen nodig? Stel je voor, dat was in de stad Vladimir. Ik lig met een kater. Ik moet koste wat kost wat te drinken hebben en die hufter vraagt: hebt u pistolen nodig? Ik zeg: wat moet ik met pistolen! Geeft u me 50 gram wodka om bij te komen, daarna praten we verder over pistolen. Maar hij laat niet af: bent u Venja Jerofejev? Ja, Jerofejev, klerelijer! Aha, dan hebt u pistolen nodig.' Hoe ben je op de universiteit beland? 'Toen ik tien klassen had doorlopen en ik een gouden medaille had gekregen, ben ik voor het eerst de poolcirkel overgestoken. Op mijn zeventiende zag ik voor het eerst hoge bomen en koeien... ' Wat hadden jullie daar dan behalve gevangenen? 'Behalve gevangenen niks... Maar toen zag ik een koe, en ik werd helemaal week van binnen.

Ik zag een hoge den en mijn hele hart ging open. Het was 1955.' Op de universiteit begon je echt te schrijven? 'Ja, en heel goede dingen.' Ben je er daarom af getrapt? 'Nee nee, daar zat geen vuiligheid bij, geen politiek.' Waarom hebben ze je er dan af getrapt? 'Ik ging niet meer naar de colleges en de werkgroepen. Het was saai en leidde nergens toe. Ik stond 's ochtends op en dacht: zal ik gaan, en dan dacht ik, het kan me gestolen worden en ik stond niet op en ging de deur niet uit.' Stond je niet op omdat je jezelf oververmoeid had of vanwege je laatste borrel? 'Hoezo laatste borrel! Ik stond gewoon niet op omdat er al veel te veel wel opstonden en dat zinde me niet. Gaan jullie maar, zakkenwassers, dacht ik maar ik blijf liggen omdat ik barst van de gedachten.' Daarom ben je er natuurlijk uitgesmeten. Hoe lang kun je doorgaan met niet opstaan? 'Ik ben eruitgegooid vanwege de militaire afdeling. Er was een klootzak van een majoor, die, wanneer we min of meer in het gelid stonden, liep te eikelen dat een stramme houding het allerbelangrijkste is voor een mens. Toen zei ik: dat zei Herman Goering ook al, het belangrijkste in de mens is een stramme houding. En hem hebben ze in '46 opgehangen.'

Eer en geweten

Hoe groot was je populariteit onder het volk toen ze je eruit smeten? 'Die beperkte zich op dat moment tot twee, drie kamers. Bepaald niet tot 19 staten.'

(Jerofejev is in 19 talen vertaald - noot vert.)Was dat een beetje fatsoenlijk publiek? 'Ja. Het had wel wat van Tsarskoje Selo (Tsarendorp, nu Poesjkin geheten, in de buurt van Petersburg, waar de dichter Poesjkin op het lyceum heeft gezeten noot vert.), van Kuchelbecker, een tikje lager misschien. Ik zelf was daar een soort baron Delvig.'

(Kuchelbecker en Delvig waren dichters en vrienden van Poesjkin noot vert.)Was je net zo dik? 'Nee, dik was ik niet, maar voor de rest. ..' We zuchten nu steeds dat iedereen de begrippen eer en geweten vergeten is. Kenden jullie die begrippen? 'Dat is het hem nu juist. Men verachtte ons omdat wij die begrippen levend hielden. Men keek naar ons als naar kinderen met de builenpest. ' Hoe werd er gereageerd op het verwijderen van de in kleine kring algemeen bekende schrijver van de universiteit? 'In het geheel niet. Ik ben er stilletjes tussenuit geknepen, zonder effectbejag.'

Wat deed je toen ze je uit het studentenhuis hadden gegooid? 'Ik heb wel twaalf verschillende beroepen gehad.' Waar woonde je? 'O jezus, ik heb in Tambov gewoond, in Jelets, in Brjansk.' Ben je meteen uit Moskou weggegaan? 'Natuurlijk. Ik had langzaam in de Oekraine kunnen uitbloeien als een bezopen vriend me niet had voorgesteld: hier heb je de aardbol, draai hem rond, Jerofejev, knijp je ogen dicht, draai en wijs met je vinger. Ik nam de aardbol, draaide hem rond, kneep mijn ogen dicht en prikte met mijn vinger op Petoesjki. Dat was in 1959. Ik keek of er daar in de buurt geen instituut was en dat was het pedagogisch instituut van Vladimir.' En ze namen je zo aan? 'Wat dacht je, met een gouden medaille!' Hoe heb je het pedagogisch instituut van Vladimir zo snel gedemoraliseerd dat zelfs je naam verboden werd? 'Iedereen die met mij contact onderhield, mij bijvoorbeeld vroeg waar kan ik wodka krijgen, die liep het gevaar van het instituut gesmeten te worden. Zo gevaarlijk was ik nu, maar in feite praatte ik alleen over wodka, 't is net een parodie op Moskva-Petoesjki. Wat hadden ze tegen dat boek? Waarom werd het bij elke huiszoeking afgenomen? Krankzinnige mensen, die bolsjewieken. 'Nu bieden ze hun verontschuldigingen aan. Om je dood te lachen wanneer de Vonk van de Komsomol nu over mij wat onduidelijke biografische gegevens publiceert, terwijl diezelfde krant in de lente van 1962 eiste dat ik uit de stad Vladimir en de provincie Vladimir verwijderd zou worden!' Waar heb je ze toch zo bang mee gemaakt? 'Geen idee. Ik lag maar zoetjes wat te drinken. En het volk kwam op me af. Tenslotte raakte het hele instituut in twee kampen verdeeld, het splitste zich op in popes en komsomollers. Ik was het hoofd van de popes. Het kwam tot woordenwisselingen, maar we hadden afgesproken dat er geen handgemeen zou zijn. Ik stelde voor aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. We gingen zitten en dronken eerst 100 gram, daarna 50 gram, daarna 150 en zo steeds meer.' Wat dronken jullie dan? 'Weet ik niet meer, hoofdpijnwijn. Zo werkten we een soort gemeenschappelijke modus vivendi uit. De popes en de komsomollers gingen rustig zitten en ik voelde me als iemand die een bloedbad had voorkomen.'

Ibsen

Schreef je in Vladimir? 'En hoe. Toen ik aankwam op het pedagogisch instituut zeiden ze tegen me: Venedikt Vasiljevitsj, als u niets hebt om van te leven stellen we u graag de bladzijden van ons wetenschappelijk tijdschrift ter beschikking. Maar zodra ik ze voor hun bladzijden twee artikelen over Henrik Ibsen toestopte zeiden ze dat ze methodologisch van geen kant deugden. 'Dat zijn mijn landgenoten. Henrik Ibsen, Knut Hamsun. Ik houd eigenlijk ook alleen maar van de muziek van Grieg en Jean Sibelius. Daar is al niets meer aan te doen. 'In de winter van 1970, toen wij klappertandden in de treinwagons, vatte ik weer eens het plan op om naar Petoesjki te gaan. De baas had het verboden, dus ik wou niets liever dan daarheen. Zo ben ik aan Moskou-Petoesjki begonnen. Ik ben begonnen in de laatste dagen van januari en op twee, drie maart was het af.' Was er nog wat tussen '63 en '70? 'Nee, toen was er een groot gat. Ik heb toen geleefd: de bios, vrouwvolk etcetera.' Moskva-Petoesjki is voor het eerst uitgegeven door de Israelische uitgeverij Ami. Wist je daarvan? 'Moeravjov zei tegen me in 1974: weet je wel Jerofejev, dat je in Israel bent uitgegeven? Ik dacht dat dat weer een van zijn grapjes was en antwoordde niets. Een paar maanden later hoorde ik dat het inderdaad in Israel was uitgegeven.' Hoe zijn je financiele verhoudingen met je buitenlandse uitgevers? 'Dat is een pijnlijk punt. Engeland en twee uitgeverijen in Amerika hebben me nooit een cent betaald, omdat ze de rechten allemaal van elkaar hebben afgekocht. Niemand was iemand wat schuldig en mij al helemaal niet.' Voel je jezelf een groot schrijver? 'Zeer zeker. Ik voel me een literator die aan tafel moet zitten schrijven. En alles wat ik daarvoor gedaan heb is min of meer rotzooi.'

Autobiografisch

Hoe autobiografisch zijn je schrijfsels? 'Bijna helemaal.' Kon je echt het Rode Plein niet vinden en kwam je echt altijd op het Koersk-station uit? 'Ja, ja, ja. Men vraagt mij vaak naar die scene met die domme kaartjescontroleur in de trein. Dat is waar gebeurd. Het was immers winter, ik klappertandde van de kou, ik had in mijn binnenzak zo'n flesje, je weet wel, 0,8 liter alcohol. En die controleur vroeg: uw kaartje. Ik zei ik heb geen kaartje. Hij bekeek me van top tot teen en ik was zo onvoorzichtig om hem mijn flesje te laten zien. Wat heb je daar? Ik zeg: niets bijzonders, zomaar wat. Hoezo zomaar wat? Laat eens zien. Ik trok het uit mijn binnenzak en hij deed meteen: gloe-gloe-gloe-gloe-gloe. Hij stak het me toe en zei: rij maar verder, jongeman. Waarom begrijpen de mensen toch niet hoe literatuur ontstaat! Ik zeg u: uit zulke kleinigheden.' Ik weet dat je een van je onsterfelijke verhalen in de trein verloren hebt. Wat was dat voor werk? 'Ik hou niet van genres. Het heette Sjostakovitsj.' Een biografisch essay? 'Welnee. Sjostakovitsj kwam er slechts zijdelings in voor. Zodra mijn helden zich onbehoorlijk beginnen te gedragen, dan komen de gegevens over Sjostakovitsj.

Wanneer hij geboren is, kandidaat zus en me zo, lid van dit en dat, lid van de academie van wetenschap, erelid, erecommandant van het legioen. En wanneer aan de onfatsoenlijkheden een einde komt, komt er ook een einde aan Sjostakovitsj en vervolg ik een zacht en min of meer sentimenteel gesprek. Maar zodra bij hen weer opflakkert wat er nu eenmaal opflakkeren moet dan ga ik weer door: erelid... Italiaanse academie van Sinte Caecilia etcetera etcetera. Het heeft allemaal niets met Sjostakovitsj te maken.' Hoe heb je het verloren? 'Het zat in een netje. Het was de hete zomer van 1972, in de buurt van Moskou. Toen ik mijn verlies ontdekte wierp ik me in het gras en heb daar liggen slapen. Stel je maar eens voor wat dat voor zomer was als je in ons gras kon slapen. Het netje was niet van mij, maar van een kennis uit Pavlovo-Posad. Bovendien zaten er twee flessen in, wat zijn aantrekkingskracht uitoefende. Dat heeft degenen verleid, die er een aanslag op gedaan hebben. In hun plaats zou ik me humaner hebben gedragen.' Heb je het in de trein laten liggen? 'Jezus hoe moet ik dat nou weten? Ik werd wakker in een trein waarin het stikdonker was. Ik zat alleen in de wagon en hij stond op een dood spoor.' Wat had je gedronken dat je er zo aan toe was? Cognac? 'Wat dacht je! En zoebrovka. En Sint Janskruidenbitter, en jagerscocktail, en alsembalsem, en oranjebitter, en korianderdrank, de hele nostalgische collectie. Ik vind het heel jammer van Sjostakovitsj. Toen ik het aan het schrijven, was vroeg mijn buurman: Jerofejev, wat heb je nu weer voor hoer meegebracht? Ik zei hoezo dan? Nou, ik heb je de hele nacht horen lachen! Ik zei: hoezo, ik lachte gewoon zomaar wat..Kom kom, zei hij, ik ben niet van gisteren. Zeker weer een of andere hoer.' Waar woonde je toen? 'Op station Elektrokool.'

Nek omdraaien

Ging je eigen Sovjet-regime van je houden toen je wereldberoemd werd? 'Het heeft aan mij nooit enige aandacht geschonken. Ik houd van mijn regime.' Omdat het je met rust liet en niet in de gevangenis stopte? 'Daarom wel heel in het bijzonder. Ik ben bereid mijn regime om alles lief te hebben.' Wie van de leden van de bolsjewistische regering zou je niet de nek om draaien? 'Waarschijnlijk Andropov.' De killer van de dissidenten? 'Nee, hij was een fatsoenlijk mens.' Vind je dat niet vreemd dat de enige fatsoenlijke na zeventig jaar de chef van de geheime dienst is? 'Helemaal niet. Integendeel. Hij was een goed mens. Ik geloofde hem zelfs. Bovendien heeft hij de prijs van de wodka verlaagd naar vier roebel 70. Stel je voor, tanks in Afghanistan... ' Nou, het was anders Brezjnev die de tanks naar Afghanistan heeft gestuurd. 'Mij een zorg wie ze waarheen heeft gestuurd. Dat is het volk allang vergeten. Maar dat de wodka goedkoper werd... .' (vertaling Laura Starink)

    • Leonid Proedovski