Hanengedrag aan het touw in Slagharen

SLAGHAREN, 14 sept. Krachtig spuwen de acht mannen in de modder, grijpen het touw, hakken de rechter laars in de grond en wachten op het signaal van de scheidsrechter. In de ruim zes daarop volgende minuten wordt een uiterste krachtsinspanning begeleid door een reeks van bijna barbaarse geluiden. Acht vertrokken gezichten trachten het team aan de overzijde vier meter te verplaatsen, maar het mag niet baten. Liggend op de grond verbijten zij even later hun nederlaag, turend over het veld in Slagharen, waar dezer dagen de wereldkampioenschappen touwtrekken worden afgewerkt. 'Dit is nu toch pure sport', zegt Rikus Feijen, voorzitter van de Nederlandse Touwtrek Bond, met een tevreden blik aan de rand van het veld. 'Vroeger mocht ik het zelf ook graag doen. Na een weekje vergaderen is het heerlijk te hangen aan een touw om pure kracht te leveren tot je bij wijze van spreken enkele sterren ziet. Het is jammer dat de jeugd steeds minder interesse heeft voor touwtrekken. In de gymnastieklessen zou er veel meer aandacht aan moeten worden besteed.' Terwijl verschillende ploegen op het veld een waar pandemonium van dieren-in-nood creeren, kijkt Feijen aanvankelijk verbaasd op de vraag welke mensen nu nog worden geraakt door het touwtrekken, tot 1920 zelfs een onderdeel op de Olympische Spelen. 'Jawel, ik begrijp waar u naar toe wilt. Het is waar. Ik ben geen socioloog, maar het heeft toch te maken met hanengedrag. Wie is de sterkste van het dorp. Het komt ook nog veel voor dat kroegen teams samenstellen die tegen elkaar uitkomen. Het is altijd blijven hangen in de sfeer van het platteland. Overijssel en Drente vormen de bakermat. Andere provincies zijn er in de jaren zestig, zeventig ook bijgekomen. En zelfs de Randstad, al is het daar altijd beperkt gebleven tot de tuindersgebieden.'

Techniek

Een dergelijke achtergrond is voor Feijen evenwel geen reden het touwtrekken te vergelijken met Avro-vermaak als accu-tillen, telefoonboeken-scheuren dan wel vrachtwagen-trekken. 'Misschien gaat dat wel op voor enkele buurttoernooien, maar niet voor deze jongens. Zij trainen hier gemiddeld acht uur per week voor. Touwtrekken mag dan grotendeels zijn gebaseerd op kracht, op dit niveau komt er veel techniek en tactiek bij kijken. En dat wordt vaak onderschat, ik heb het in elk geval nooit goed onder de knie gekregen.' Kijkend naar de sporters krijgen de woorden van Feijen een komische klank. De deelnemers zijn de archetypen van boerenzonen en dito dochters; sportief naar voren gekamd haar, een in alle opzichten groot en hoekig lichaam met een getekend gezicht. Een uitspraak in boers dialect wordt kracht bijgezet door fors op de grond te spuwen, genuttigde blikjes bier verdwijnen totaal verkreukeld in een afvalbak. De vrouwen dragen geen make-up, alleen geblondeerd haar met daarin een permanent lijkt in zwang. De touwtrekkers bewegen zich voort op soldatenkistjes met onder de hak een volgens de reglementen toegestane plak ijzer. Sloffend begeven zij zich van touw naar touw.

Landsaard

Tijdens de wedstrijd blijkt wel degelijk sprake van een tactiek. In Slagharen zijn 2500 touwtrekkers aanwezig uit zeventien verschillende landen, waaronder ook Australie en de indoortrekkers uit Japan. De Engelsen putten eerst de tegenstander uit en na enkele plaagstoten slaan zij toe. Deelnemers van een meer zuidelijke landsaard gaan onmiddellijk in de aanval en rusten niet voordat de tegenstander vier meter vooruit is getrokken. Coaches rennen voortdurend ter aanmoediging om de ploegen heen en bepalen het moment waarop de concurrent dient te worden verrast. Rikus Feijen beziet het strijdtoneel van een afstand. 'Het is een simpele, maar eerlijke bezigheid. Elke sport heeft zijn attributen. Met een bal kan je bijvoorbeeld enorm veel kanten op. Je kan lang om een touw heenlopen, maar eigenlijk leent het zich maar voor een bezigheid: aan weerskanten trekken.'