Globe

Er was een grote steen op Slang gevallen. Het dier kon geen kant meer op, hoe hij zijn spieren ook spande. Een passerende jager hoorde hem kermen, hij rolde een steen weg en Slang richtte zich op om hen te bijten. 'Ondank is 'swerelds loon, ' zei de jager, 'ik help je en jij wil me bijten. Dat is niet eerlijk. Laten we naar een wijze gaan en vragen of dat mag.' Ze klopten aan bij Hyena. Het water liep hem al uit de mond bij de gedachte aan een hap mens. 'Een slang moet bijten, ' zei Hyena, 'daartoe is hij voorbestemd. Bijten is zijn lot.'

Slang sperde zijn bek al wijd open, klaar voor de hap. 'Laten we naar nog een wijze gaan, ' zei de jager, 'ik wil weten of dat klopt.' Ze zochten Jakhals op en de jager stelde hem dezelfde vraag: 'Ik heb Slang het leven gered door hem onder een zware steen weg te halen. Mag hij mij nu bijten?' 'Ik kan het me niet voorstellen, ' zei Jakhals. 'Kan Slang echt niet zelf onder een steen uit komen? Breng me naar de steen. Ik geloof het pas als ik het met mijn eigen ogen zie.' Ze liepen gedrieen naar de steen. Jakhals zei: 'Slang, ga liggen en laat je bedekken.'

Slang gehoorzaamde en de jager legde de steen op zijn rug. Hij kronkelde, wrong zich in alle bochten, maar kwam er niet onder uit. Toen de jager Slang weer wilde bevrijden zei Jakhals: 'Nee laat liggen. Hij wilde je bijten, laat hem nu zelf de steen van zich af wentelen. Dat is zijn lot.' Jakhals en de jager gingen ieder hun eigen weg. Slang stierf onder de steen.