Geen zin in succes; Tweede deel van Juan Goytisolo's memoires

Juan Goytisolo (1931) werd in de jaren vijftig bekend met vier romans waarvan vooral De trek (La resaca) in Nederland succes had. De trek beschrijft de verhuizing van arme Andalusiers en Murcianen naar de grote stad (Barcelona), waar zij gedoemd zijn te leven in krottenwijken. Het boek is geschreven als een reportage, met veel dialoog, niet simplistisch en niet zwart-wit.

Toch zijn Goytisolo's essayistische boeken geslaagder. In Eigen terrein beschrijft hij zijn jeugd in Spanje, en het zojuist in vertaling verschenen Verscheurde koninkrijken, gaat over zijn Parijse periode. Juan Goytisolo groeide op onder het dictatoriale bewind van Franco, waartegen hij zich later verzette. Zijn directe omgeving was niet zozeer bewust dan wel fatsoenshalve pro-Franco. Vader Goytisolo had het er moeilijk mee toen zijn beide schrijvende zoons, Luis en Juan, acties organiseerden tegen het in Spanje heersende bewind, vooral toen Luis gevangen werd genomen. Hij schaamde zich bijna letterlijk dood. Na het succes van zijn eerste romans ontvlucht Juan Spanje en verhuist hij naar Parijs, waar hij direct aansluiting vindt bij de Franse en Spaanse intellectuele enclave.

Het belangrijkste thema in Goytisolo's memoires is het zoeken naar zoiets als een kern. Hij tobt daarover, vele bladzijden lang, dwingend en meeslepend.

Waarom tobt een schrijver? Of hij is een tobber, of hij wil het onderwerp van zijn getob definieren om uiteindelijk van het tobben af te komen. Voor Goytisolo geldt het laatste. Zijn schrijfwijze is volledig door het tobben bepaald en zou onherkenbaar zijn wanneer hij in schijn of in werkelijkheid zijn getob overwonnen zou hebben. Gelukkig zijn de memoires zo goed geschreven dat ze niet alleen als therapie maar ook literair van groot belang zijn. Vooral met zijn memoires bewijst Goytisolo dat hij op dit moment de interessantste schrijver van Spanje is. Nobelprijswinnaar Cela heeft zijn beste tijd gehad en de voornaamste vertegenwoordigers van een jongere generatie, Felix de Azua en Eduardo Mendoza, maken kwalitatief gezien zulk wisselend werk dat ze nog niet gecanoniseerd kunnen worden.

Vrijheidsdrang

Goytisolo heeft de behoefte zich als rationalist te manifesteren. Zo onderneemt hij soms voor de tweede maal een reis om eerder opgedane ervaringen te nuanceren en beentje te lichten. Een staaltje van dialectiek vormt de slotzin van Verscheurde koninkrijken: 'Leg je pen neer en breek het verhaal af om de schade zoveel mogelijk te beperken: alleen zwijgen zal een zuivere, steriele illusie van waarheid in stand houden.' Verscheurde koninkrijken is opgebouwd rond een klein aantal episodes dat bepalend is geweest voor zowel Goytisolo's persoonlijk wel en wee, als ook voor dat van de hele enclave politiek geinteresseerde, in Parijs woonachtige Spaanse en Franse schrijvers in 1955 en 1975. Het communisme was in die kring bijna vanzelfsprekend en het had maar een gezicht. Dramatisch zijn de momenten waarop dat ene gezicht barsten begint te vertonen en de gerieflijk gedeelde idealen gaan wankelen. Castro ondervindt alle denkbare goodwill. De geesten zijn verbroederd door dat symbool van hoop op een betere toekomst en er wordt met fiere geestdrift een tijdschrift opgericht. Alle belangrijke Latijnsamerikaanse prozaschrijvers die tot de Spaanstalige enclave in Parijs behoren, zoals Cortazar, Garcia Marquez en Vargas Llosa, doen mee aan de voorbereidingen evenals een aantal spraakmakende Franse schrijvers. Libre (Vrij) zal het tijdschrift heten dat een forum voor de gekoesterde hoop moet worden.

De ironie van het toeval wil dat vlak voor het eerste nummer verschijnt de Padilla-affaire plaatsvindt. De anti-Castro gezinde Cubaanse dichter Heberto Padilla levert in het openbaar kritiek op zijn eigen 'subversieve' gedrag als schrijver en als lid van de samenleving. Later blijkt dat zijn verklaring door Castro is afgedwongen. De linkse intelligentsia staat op haar kop. Slechts enkele Spaanstalige schrijvers rond Libre, Vargas Llosa en Goytisolo, getuigen van een vrijheidsdrang die zich door geen enkele vergoelijkende overweging laat sussen. Zij verbinden verregaande consequenties aan het incident. Het schisma dat uit dit conflict onstaat leidt tot de ondergang van het blad en van de eensgezindheid in de Parijse enclave. Zowel Vargas Llosa als Goytisolo zullen voortaan wars zijn van groepsideologieen. Goytisolo beschrijft deze periode met veel precisie in Verscheurde koninkrijken en de passage wordt daardoor een document van de eerste orde.

Fiasco

Historisch interessant zijn ook de persoonlijke ervaringen met Spanje die Goytisolo prijsgeeft. Goytisolo houdt niet van Spanje welke Spaanse schrijver houdt eigenlijk wel van Spanje? en hij is er weggegaan omdat hij het er niet uithield. Hij was anti-franquist, maar dat was niet de reden waarom hij uiteindelijk naar Parijs is verhuisd. Goytisolo voelde zich niet thuis in Spanje. Aanvankelijk ging hij nog wel eens terug, liefst in gezelschap van bevriende Franse schrijvers. In Almeria treft hij een brede waaier aan geuren, mensentypen, kleuren aan; het is er een beetje moors. Later vindt hij ook daar niet meer wat hij zoekt maar hij blijft Almeria in gedachten houden als hij zijn fiasco als Spanjaard en Parijzenaar erkent, en besluit in Marokko te gaan wonen.

Goytisolo is geobsedeerd door een schrijver als Jean Genet, die zeker geen tobber is, maar integendeel iemand die met zichzelf samenvalt. Genet is een van de beste vrienden van Goytisolo's vriendin. Goytisolo bewondert hem om de openlijke manifestatie van zijn homoseksualiteit. Zelf heeft hij vooralsnog niet de moed zijn ontluikende voorkeur in die richting te erkennen, laat staan te belijden. In Verscheurde koninkrijken schrijft Goytisolo over zijn eigen, via anderen gevoede schaamte over zijn seksualiteit. Hij moet een lange weg vol depressies gaan voor hij aan zijn verlangens durft toe te geven. Zijn eerste verliefdheid op een man is zowel een uiterst aangename als een uiterst onaangename ontdekking.

Een complicerende factor is zijn verhouding met schrijfster en Gallimard-redactrice Monique Lange, bij wie hij in 1956 voor onbepaalde tijd is ingetrokken. Zij draagt in hoge mate bij tot het soort leven dat hij leidt, dat van een succesvol schrijver die dagelijks eet, praat en drinkt met andere succesvolle of beroemde schrijvers. Monique Lange is voor veel belangrijke, ook buitenlandse schrijvers in die tijd een vertrouwenspersoon en bij haar aan huis komt de creme de la creme. Goytisolo voelt zich steeds meer misplaatst in die coterie. Weliswaar geniet hij van de ontmoetingen met schrijvers als Beckett en is hij trots op Monique's uitstekende verstandhouding met de door Goytisolo zeer bewonderde Faulkner, maar hij krijgt steeds sterker het gevoel dat hij een charlatan is. Die rol ligt hem absoluut niet. Bovendien vindt hij het werk dat hij tot dan toe heeft gepubliceerd en waar hij zijn roem aan te danken heeft, niet goed genoeg. Hij wil bij zichzelf te rade gaan en zich niet koesteren in alle welwillendheid die zijn deel is. Zijn succes ervaart hij als ongemak.

Wat Goytisolo wil is een romantisch kunstenaarschap. Alleen moet hij het doen, tot op het bot moet hij gaan. Verscheurde koninkrijken is het verslag van zijn breuk met zijn comfortabele positie.

In de memoires is de brief gepubliceerd die Goytisolo stuurde aan zijn vriendin met de openbaring van zijn homoseksualiteit. Ook haar korte antwoord staat erin. De betrekkingen blijven hierna gespannen, hun verhouding wankelt, maar ze blijven bij elkaar. Jaren later zal Juan Goytisolo met Monique Lange trouwen. Ook zij heeft dan haar comfortabele societyleven opgegeven voor haar schrijverschap.

Goytisolo streeft naar echtheid, hoe abstract dat woord op zichzelf ook is. Hij weigert de man te zijn die anderen in hem zien, of willen zien. Het is boeiend te lezen hoe Goytisolo op den duur rust vindt. Hij heeft geleerd op zijn best, in zijn geval op zijn tobberigst, te leven en te schrijven. Mij overtuigt hij.