'Foute' zegels in Nederland achter tralies

Behalve onvoldoende frankeren kon men in bezet Nederland een brief ook 'fout' frankeren door er een legioenzegel of volksdienstzegel op te plakken. Met de publicatie vandaag van het boekje Achtergronden van de Nederlandse postzegelproduktie tijdens de Duitse bezetting is het historisch onderzoek naar Nederland in de Tweede Wereldoorlog voltooid. De pen kan neergelegd worden; we weten nu alles.

Het boekje verschijnt ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan van de 'Philatelistenclub Rotterdam', tegelijk met een korte tentoonstelling in het Historisch Museum in Rotterdam. Alleen morgen en overmorgen is de complete collectie Nederlandse postzegels uit de Tweede Wereldoorlog te bezichtigen: de uitgifte 'Germaanse symbolen', de Zeehelden-serie, de traliezegels, de legioenzegels. Ook is er een aantal nooit uitgegeven frankeerzegels: de postzegels voor de arbeidsdienst, de frontzorg, de luchtbescherming en de jeugdherbergen. Vanaf 1 oktober wijdt het PTT-museum in Den Haag eveneens een kleine expositie aan dit thema. Het boekje bevat behalve een groot aantal reproducties ook 25 originele zegels. Omdat er in de oorlog op grote schaal mee is gespeculeerd, waren ze nog in voldoende oplage voorhanden als origineel illustratiemateriaal.

Bestemming

De auteurs G. Holstege en J. Vellekoop beschrijven hoe de Duitse bezetter vrijwel onmiddellijk na de inval verder gebruik van de zegels met de afbeelding van Wilhelmina verbood. De produktie van deze zegels, naar de ontwerper 'Konijnenburg-zegels' genoemd, werd door drukker Joh. Enschede meteen stopgezet. De gedeeltelijk nog niet geperforeerde voorraden werden geleverd aan de PTT, die ze in afwachting van betere tijden maar opsloeg. Maar anderhalf jaar later had de bezetter er een bestemming voor bedacht. De zegels, in de waarden van 5 tot 40 cent, werden in oktober 1941 in beslag genomen. Nog in dezelfde maand werd de Haagse postzegelhandelaar R. Boekema verzocht de zegels door te verkopen aan een handelaar in Buenos Aires, voor vier Zwitserse frank per serie. Volgens Boekema ging het hier om een plan van Goring om de vliegtuigproduktie te financieren. De Buenos Aires-route zou zijn gekozen om de PTT niet voor het hoofd te stoten. Het postbedrijf was toegezegd dat de zegels niet op de Nederlandse markt zouden komen. Boekema wist echter uit de grote partij een stel halve vellen (100 series) los te krijgen en hij bracht ze meteen via een grote advertentie op de binnenlandse markt. Voor iedere handelaar was het volgens hem zo meteen duidelijk dat er met deze 'zoojuist ontdekte, laatste ongetande koninginne-uitgifte', dit 'pracht beleggingsobject', iets loos was. De verkoop aan de buitenlandse handelaar ging dan ook niet door. Wel verdiende de Haagse handelaar er zelf enige duizenden guldens aan. Na de oorlog werden gedeelten van de oplage teruggevonden in Hamburg, Warschau en Berlijn. De Nederlandse PTT-ambtenaar A. C. van den Berg ging ze spoorslags ophalen. In de 'Fransche zone te Berlijn', haalde hij uit de kelder van een Duitse handelaar '27 kisten, 8 pakken, 7 rollen en 1 postzak'.

Bij de terugkeer van zijn tweede trip naar Hamburg kreeg hij aan de Nederlands-Duitse grens vertraging omdat een Duitse douanier de zending graag wilde natellen het ging om 260.000 zegels met een gezamenlijk gewicht van zo'n 120 kilo. De douanier zag er maar van af toen de PTT'er hem voorrekende dat hem dat twee weken zou kosten. In Nederland werden ze daarop weer aan de kantoren verstrekt. Maar een groot aantal bleef weg. Van de vijf-cent-zegel mist de PTT er nog altijd 47 miljoen. Het is niet uitgesloten dat deze nog voor een deel in particuliere handen zijn.

Om de lacune op te vullen, die in 1940 ontstond door de intrekking van de Koninginnezegels, moest de PTT een noodgreep doen. De drie-cent-zegel van de ontwerper Chris Lebeau uit 1924 werd voorzien van een zogenoemde guilloche-opdruk. Er werd een hoger frankeergetal overheen gedrukt tegen een achtergrond van gevlochten lijnen, om vervalsing te bemoeilijken. In de volksmond werden deze zegels 'Nederland achter de tralies' genoemd, of ronduit traliezegels. Medio 1943 waren er nieuwe zegels, vervaardigd door de kunstenaar Pijke Koch, in het boekje omschreven als 'deftig fout'. Hij ontwierp een serie Germaanse symbolen: 1 cent Waterpaard, 11/2 cent Driekronenbroom, 2 cent Zwanen, 21/2 cent Levensboom, 3 cent Slangenboom, 4 cent Ruiter te paard en 5 cent Saksische paardjes. Volgens de auteurs werd hiervoor op aandrang van de Algemeen Secretaris van de PTT Van Royen gekozen. De voorkeur van de Duitse bedrijfsleiding zou uitgegaan zijn naar een serie volkse beroepen zaaier, wever, ploeger, mijnwerker, zeeman en maaier. De serie met symbolen werd door Van Royen echter esthetisch beter verantwoord gevonden en toch in overeenstemming met de ideeen van de bezetter.

Zo kunnen in het zwanenpaar op de twee-cent-zegel de zonnevogels van Wodan gezien worden, of desgewenst een verbeelding van de runetekens. In de Ruiter te paard op de vier-cent-zegel een voorstelling van de Germaanse strijder op het paard van Wodan.

De zegels met afbeeldingen van onder meer De Ruyter, Tromp, Van Ghent, Evertsen, Witte de With en Piet Heyn, die kort erna uitkwamen, werden door sommigen beschouwd als een poging van de Duitsers om Nederlandse helden uit een vorige oorlog met Engeland naar voren te halen.

Maar de auteurs hebben daarvoor in geen enkel archief een bewijs kunnen vinden. Al in augustus 1940 werd het onderwerp Zeehelden bij de PTT gesuggereerd als mogelijke neutrale vervanging van Wilhelmina. Zowel de zeeheldenserie als de symbolenserie is door de bevolking geaccepteerd, menen zij.

Hamer en sikkel

Dat gold niet voor de legioenzegels, waarop een Nederlandse soldaat in Duits uniform is afgebeeld, met het NSB-insigne op de kraag. Eerdere ontwerpen, waarop een draak die aan een zwaard wordt gespiest en een zwaard dat hamer en sikkel verbrijzelt, keurde de bezetter af. Een medewerker van Seyss-Inquart liet directeur-generaal Van der Vegt weten dat hamer en sikkel in ere gehouden moesten worden aangezien 'de bolsjewisten zich hier ten onrechte van hebben meester gemaakt'.

De draak vond men een te oud symbool 'en bovendien nog te goed voor het bolsjewisme. Hier zou hoogstens een inktvisch kunnen dienen'. Alleen collaborateurs en NSB'ers kochten deze zegels, met als gevolg dat ze na de oorlog zeldzaam waren en de foute landgenoten een goede belegging bleken te hebben gedaan. Een verzoek aan de PTT om de persen nog even aan te zetten om de 'goede' filatelisten aan een complete verzameling te helpen en het bezit van de foute landgenoten in waarde te doen verminderen, werd afgewezen. Dat zou 'den goeden naam en de eer van het bedrijf afbreuk doen'. Nog eenmaal keerde de draak terug op een oorlogsontwerp. Begin 1945 begon een medewerker van Joh. Enschede aan een bevrijdingszegel, waarop de Nederlandse leeuw staat afgebeeld die een draak overwint. Om deze subversieve activiteit te camoufleren bracht Mechelse als motto op de drukproeven de tekst 'TBC Bestrijding' aan. Toen de bevrijding een feit was kon deze tekst gemakkelijk worden vervangen door 19-HERRIJZEND-45. Tentoonstelling za. 15 sept. van 10.00 tot 17.00 uur en zo. 16 sept. van 13.00 tot 17.00 uur, Historisch Museum Rotterdam, Schielandhuis, Korte Hoogstraat, ingang Bulgersteijn, vrij entree. Boekje a fl.30, - via postgiro 459373 t.n.v. Philatelistenclub Rotterdam, afd. Verkoop te Den Haag

    • Folkert Jensma