Opinie

    • Youp van 't Hek

Een SM-ritueel

De clown zonder club is Rene van der Gijp. Hij loopt met zijn ziel onder zijn arm door Rotterdam. Een clubje of zeven heeft hij erop zitten en nu, een Porsche en een paar Mercedessen later, wil niemand hem meer. En wie kan je ziel onder je arm vandaan toveren? Precies! Ted Troost, de medicijnman van de Nederlandse topsport en de onderkoning van AC Milan. De verslaggever Hugo Borst mag mee de behandelkamer in en hij doet er verslag van in Voetbal International van deze week. Er volgt een indrukwekkend relaas. Van der Gijp wordt ontvangen door Naaktgeboren, de rechterhand van Ted. Terwijl hij de enkel losmaakt, raakt Ted Rene aan en zegt: 'Wat ben je nat.'

De clown zegt dat het warm is en dit wordt door Ted tegengesproken. Wij lezers voelen nu al waar Ted heen wil. Hij prikt in de bovenbenen en buik van de paljas, geeft hem opdracht op handen en voeten op de behandeltafel te gaan zitten (de traditionele dog-position!) en dan gebeurt het: de onderbenen van Van der Gijp steken door de benen van Naaktgeboren. Ted Troost completeert het supertrio door weer achter zijn rechter hand te gaan staan met het linker onderbeen van Van der Gijp.

Troost vloekt dat Van der Gijp wel een aal lijkt, een handdoek dient als handvat voor meer grip, er wordt een kopje van een kuitbeen achter een bandje weggerukt met een drietal hoge knakken, de clown moet in een ander standje, wordt letterlijk afgedroogd en vervolgens begint de hapto als een bezetene op zijn rug te slaan. De clown zonder club mag best zeggen dat het pijn doet. Dan neemt Troost de huidplooien hard onder handen, daalt af naar de billen van Rene, doet het broekje omlaag, pakt de billen tussen duim en wijsvinger en plet het vet een stuk of tien keer tot Rene-tje 'au' roept. Daarna moet Rene van Ted 'doorvoelen', wordt wat minder hard betast en op het moment dat hij tevreden lijkt krijgt Rene nog een paar flinke rammen op zijn rug. Volgens de noom klinkt Rene holler omdat de 'existentionele angst' uit de voetballer is en er wordt uitgelegd dat het lichaam van het lijdend voorwerp zich niet meteen overgaf maar nog boos, geirriteerd en wantrouwend was. Hij kwam overigens voor een lek enkeltje. Nu wordt de lezer er in de rest van het VI-artikel op geattendeerd dat Rene veel gevoel voor humor heeft en dat lijkt me ook de enige manier om zo'n aanslag te overleven. Uit het verhaal blijkt ook dat je een zonnige kijk op het bestaan moet hebben als je de rekening van deze martelpartij ontvangt. Net nadat ik het interview gelezen heb vraagt mijn vrouw of ik aan tafel kom. Ik trek grijs en grauw weg, kan een lichte anti-peristaltische beweging van de slokdarm ternauwernood onderdrukken en wens de familie een smakelijk eten, zonder mij. Ik sluip naar mijn werkkamer, bestel een fruitmand voor de onfortuinlijke voetballer en draai 'de eenzame fietser' van Boudewijn de Groot. (Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien half dood). Zelf heb ik al moeite om mijn huisarts een griepje uit te leggen en vraag zelfs bij mijn tandarts of de assistente in verband met mijn privacy even de spreekkamer verlaat als ik mijn gaatje laat zien. En als ik dan dit schaamteloze, geurige en kleurige SM-ritueel van een vreemde moet lezen, ben ik dagen van de leg. 'Welk liedje fluit je toch steeds?', vraagt mijn vrouw. 'Oh, een ouwe hit van Boudewijn de Groot', zeg ik luchtig. Het valt haar nog niet op dat ik het lied uitsluitend fluit in de buurt van het wiegje van mijn pasgeboren zoon.

    • Youp van 't Hek