Drs. J. F. R. M. Veling; Koele diplomaat

DEN HAAG, 14 sept. Mensen die hem kennen, beschrijven drs. J. F. R. M. (Joop) Veling als een man die tegen een stootje kan, die niet makkelijk van zijn stuk te brengen is. Wat dat betreft is hij als de Nederlandse ambassadeur in Koeweit op dit moment de juiste man op de juiste plaats. Hij heeft besloten in Koeweit-stad te blijven, ook als vandaag of morgen alle andere 37 Nederlanders op aanraden van Buitenlandse Zaken naar Bagdad rijden omdat de veiligheidssituatie daar beter is dan in het bezette Koeweit.

Zijn vrouw Hanneke, die hem voor het laatst op 2 augustus telefonisch heeft gesproken, vindt het typisch iets voor haar man om niet weg te gaan. 'Hij kan erg goed tegen alleen zijn, dat heeft hij al bewezen toen hij als jong bestuursambtenaar in Nieuw-Guinea soms maandenlang alleen was en hij twee dagen moest lopen om weer eens met wat mensen te kunnen praten', zegt ze vanuit haar verblijfplaats bij Arabische vrienden in Londen. 'Een flinke vent', zegt Buitenlandse Zaken. Het departement zegt veel vertrouwen in hem te hebben.

Veling (53, geboren in Amsterdam) is een carriere-diplomaat, die na zijn terugkeer uit Nieuw-Guinea eerst aan de universiteit van Leiden niet-westerse sociologie studeerde en vervolgens met zeven anderen uit een aanbod van vijfhonderd mensen werd gekozen voor het 'klasje' van Buitenlandse Zaken. Zijn eerste standplaats als derde secretaris was Kinshasa in 1968, waar hij naar toe trok met zijn jonge vrouw, Hanneke Koetsier.

Na Kinshasa volgden Boekarest (waar hij Ceausescu nog uitgeleide moest doen voor diens staatsbezoek aan Nederland) en Jakarta. Hij had in Nieuw-Guinea grote belangstelling voor Indonesie ontwikkeld, mede als gevolg waarvan hij deze standplaats als zijn prettigste ervoer. Voor zijn vrouw was dat eigenlijk Koeweit, waar het echtpaar voor het eerst zonder kinderen naar toe ging. Ze hebben er zeer vele Koeweitse vrienden, van wie slechts een deel het land heeft weten uit te komen.

Van 1977 tot 1982 zat het gezin in Nederland, waar Veling op de directie Afrika en Midden-Oosten van het departement werkte. In 1982 werd hij tweede man in Bangkok en sinds 1986 vervult hij zijn eerste ambassadeurspost, in Koeweit. Dat hij daar terecht kwam was toeval; hij had er niet speciaal om gevraagd. Wat hem wel interesseerde was het feit dat Koeweit vooral voor de economische contacten voor Nederland van betekenis was. Binnen het diplomatieke werk was zijn interesse voor de economie altijd groot. 'Als hij kon bijdragen aan het binnenhalen van een mooie order voor Nederland, zou hij dat nooit nalaten', zegt zijn vrouw. In Koeweit kreeg hij uiteraard ook te maken met de affaire Hollandia-Kloos, het bedrijf van de broer van premier Lubbers dat grote vorderingen op het land heeft in verband met de bouw van een vliegtuighangar.

Op 1 augustus zouden Veling en zijn vrouw voor een vakantie naar Nederland vliegen. Alles stond al ingepakt. Enkele uren voor hun vertrek besloot Veling te blijven; er hing een bepaalde spanning in de lucht die hij niet vertrouwde. Zijn vrouw vloog toen alleen met de KLM naar Nederland. Eeen etmaal later viel Irak het land binnen. 'Als hij toch was meegegaan, had hij zichzelf dat nooit vergeven', zegt zijn vrouw.

    • Rob Meines