Details zijn kracht en zwakte Londo-stelsel

ROTTERDAM, 14 sept. Londo is het in 1986 met terugwerkende kracht tot 1 augustus 1985 ingevoerde vergoedingenstelsel voor het basisonderwijs. Het stelsel is genoemd naar G. Londo, de voorzitter van een werkgroep die tien jaar aan de totstandkoming heeft gewerkt. Het nieuwe vergoedingenstelsel voor materiele zaken als huisvesting, meubilair en lesboeken moest het oude, veel gekritiseerde declaratiestelsel vervangen. Hierbij kwamen veel schoolbesturen er aan het eind van het jaar achter dat het subsidiebedrag was overschreden en dienden zij nog allerlei rekeningen bij het ministerie in.

Het Londo-stelsel is een twee boekwerken dikke opsomming van vergoedingen. Aan de hand van normbedragen kunnen scholen het bedrag uitrekenen waar zij recht op hebben. De gedetailleerdheid waar de organisatiebureas nu over vallen, moest de kracht van het stelsel worden. Zo werd de financiering van onderhoud bijvoorbeeld onder meer afhankelijk van een hellend of een plat dak en de hoeveelheid te beschilderen gevel. Na een ingewikkelde rekensom krijgt de school een 'genormeerd bedrag', dat vervolgens naar eigen inzicht mag worden besteed. Bedoeling is dat scholen met dit geld een eigen beleid gaan voeren.

Tot nu toe kwam het Londo-stelsel vooral in het nieuws doordat het ministerie op de normbedragen beknibbelde en schoolbesturen hierdoor naar eigen zeggen in de problemen kwamen. Bekend zijn de bezuinigingen op de vergoedingen voor schoonmaken (sinds 1985 met 13 procent gedaald), waartegen ouders van cara-patientjes herhaaldelijk in verzet zijn gekomen. Volgens veel schoolbesturen laat Londo geen ruimte meer voor eigen beleid. Sinds 1985 is er circa 300 miljoen gulden op de Londo-bedragen bezuinigd.

Voor het voortgezet onderwijs wordt momenteel eenzelfde vergoedingenstelsel ontwikkeld als voor het basisonderwijs, het zogenoemde Kolthof-stelsel. Vanuit het buitenland bestaat veel belangstelling voor de beide stelsels, die als bijzonder rechtvaardig worden gezien.