Deetman gaf Kamer onjuiste cijfers

DEN HAAG, 14 sept. Oud-minister van onderwijs W. Deetman heeft de Tweede Kamer in 1988 onjuiste gegevens verstrekt over de uitgaven voor het basisonderwijs. Dit blijkt uit een onderzoek van de organisatiebureaus Berenschot en Moret, Ernst en Young naar de overschrijdingen van de kosten voor materiaal en gebouwen in het basisonderwijs. Het rapport is gisteren naar de Kamer gestuurd.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van minister Ritzen, die dit jaar te maken kreeg met een overschrijding van 350 miljoen bij de uitgaven voor het basisonderwijs. De organisatiebureaus schrijven dat de relevante bestanden van het basisonderwijs aangaven dat 9,2 miljoen vierkante meter in gebruik was. Hoewel het ministerie deze gegevens kende, werd een lager getal 7,9 miljoen vierkante meter in de begroting over 1985 en 1986 opgenomen, aldus het rapport. Een extern onderzoek in 1988 leerde dat in werkelijkheid de scholen zelfs nog iets meer ruimte in gebruik hadden dan de 9,2 miljoen vierkante meter die al bekend had moeten zijn, in totaal 9,5 miljoen vierkante meter. 'Naar onze mening had derhalve in 1988 kunnen worden vastgesteld dat over de jaren 1985 tot en met 1987 de werkelijke vergoedingsbedragen aanmerkelijk hoger zouden zijn dan de in de betreffende begrotingen opgenomen bedragen'.

De hogere uitgaven die uit deze bijstelling voortvloeiden werden echter pas in juni 1989 aan de Tweede Kamer gemeld, aldus het rapport.

In een begeleidende brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Wallage over het beleid tussen 1985 en 1989: 'Het is naar mijn opvatting niet aan mij over het in die periode gevoerde beleid een oordeel te geven.'

PvdA- Kamerlid De Cloe noemt de inhoud van het rapport echter 'buitengewoon ernstig'.

/Londo-stelsel 'Er is met zeer veel verkeerde gegevens gewerkt, nieuwe gegevens zijn niet in de geautomatiseerde bestanden verwerkt.'

De Cloe overweegt een nader onderzoek te vragen door de Tweede Kamer of door de Algemene Rekenkamer.

CDA-woordvoerder Van Leijenhorst heeft het rapport nog niet gelezen, maar houdt het voorlopig op 'technische invoeringsproblemen' van het systeem dat in 1985 werd ingevoerd. 'Het was al langer bekend dat daarmee grote problemen waren.' De organisatiebureaus uiten in hun rapport ook grote twijfels over de waarde van de gegevens waarop de huidige bewindslieden hun inmiddels bijgestelde begroting hebben gebaseerd. 'Het staat niet vast dat de gegevens volledig en juist zijn, in het bijzonder betreffende de opgave van de leegstand'.

De bureaus houden er daarom ernstig rekening mee dat ook in de toekomst het systeem nieuwe overschrijdingen zal opleveren. Wallage heeft inmiddels een advies van de bureaus overgenomen om een steekproef te houden onder scholen om over de juistheid van de gegevens te kunnen oordelen.

Ook de grote ingewikkeldheid van de vele regels in het zogenoemde Londo-systeem maakt het volgens de bureaus vrijwel onmogelijk de uitgaven voor het basisonderwijs goed te beheersen. Volgens het rapport is het systeem onder meer door bezuinigingen, wijzigingen in de wet- en regelgeving veel complexer geworden dan oorspronkelijk bedoeld.