De hemel op aarde

Een pianostemmer, geconcentreerd aan het werk op een verlaten podium, is een heel volwassen voorstelling. Een spannende onderneming, vooral door de onverwachte melodieuze ontladingen wanneer hij zelden een vrouw de staccato aanslag van een enkele toets onderbreekt voor een fragment gespeeld met tien vingers en met de soepelheid van een professionele concertpianist. Een dezer dagen zag en hoorde ik een pianostemmer optreden in het op 30 augustus officieel geopende theater De Maagd in Bergen op Zoom.

Het theater heet De Maagd omdat het is gebouwd in de voormalige Heilige Maagd Kerk een van de 2200 kerkgebouwen in ons land die (van de in totaal 3800 kerken) op de lijst staan van beschermde monumenten op een mooie, iets terugwijkende plaats gelegen aan de Grote Markt, een plein met een verrassende schoonheid. Maar ook hier weer bederft die fantasieloze, stompzinnige anti-auto-paaltjes terreur een deel van het genoegen. Voor dit vraagstuk is toch niet slechts een zaligmakende oplossing te bedenken? In nabije en verre buitenlanden zie je dat er steeds een keuze wordt gemaakt uit een rijk arsenaal van straatmeubilair en verscheidene toepassingen van, met een lelijk woord, omgevingsvormgeving. Bomen, verhoogde of verdiepte pleingedeelten, stoepen met een trede, banken, balustraden, hekken, lantaarnpalen, maar dan niet zulke beeld-verwoestende lantaarnpalen als op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Uit deze verzameling van geraffineerde barricaden behoort de creatieve directeur stadsinrichting een evenwichtig boeket te schikken, inplaats van de gevoelige binnensteden, met de ogen dicht, vol te planten met een collectie karakterloze standaardstelen.

Het opwindende optreden van de pianostemmer zag en vooral hoorde ik de akoestiek is goed, de galmtijd blijft binnen de 1,2 seconden vanaf het tweede balkon waar de architect van het theater, Onno Greiner, me naartoe had geleid om de moderne schouwburgzaal zaal met 650 effen rode zitplaatsen, te overzien.

Letterlijke peilers van de zaal in de 'waterstaatskerk' uit 1829, zijn de acht massale, in kerkgrijs geschilderde Ionische zuilen met weelderige kapitelen en gedeeltelijk opnieuw aangebrachte decoratiebanden om de schachten. Aan de kolommen hangen twee hoefijzervormige balkonverdiepingen met glooiende balustraden die aan de voorzijden een reeks lampentoefjes dragen. De armaturen, drie steeltjes met drie peertjes per stuk, zijn door Greiner zelf ontworpen en doen helaas, zeker als de lampjes branden, een aanslag op het verder zo geciviliseerde karakter van het transparante interieur. Wat is theaterverlichting toch moeilijk. Het lijkt wel of de ontwerpers wachten met het aanbrengen van een kennelijk noodzakelijk gevonden 'feestelijk tintje', tot ze bij de verlichting zijn aangekomen. En dan kiezen ze in de meeste gevallen voor het verkeerde feest. De breedte tussen de kolommen is elf meter en de lengte van het middenschip achttien meter. Greiner op het tweede balkon: 'Herhaaldelijk werd me gezegd dat dit oppervlak te klein is voor een theater voor 650 toeschouwers. Maar ik wist dat het kon, vooral met behulp van de hoogte, die kaal zeventien meter is. Ik heb de kamertheaters in Leningrad gezien. En kijk naar het Teatro Olimpico van Palladio in Vicenza, dat is toch ook een ruimte van bijna niets.'

Lijsttoneel

Met het kerktheater De Maagd heeft Greiner, samen met de medewerkende architect B. Mispelblom Beyer, inderdaad op een geraffineerde manier bewezen dat het middenschip voldoende ruimte biedt voor een intieme, traditionele schouwburgzaal met lijsttoneel en balkons, in de traditie van het klassieke Teatro Olimpico en van de kamertheaters in, onder andere, Leningrad. Bovendien is het monument, met een subtiel voorplein ontworpen door de beeldend kunstenaar Andre Volten, in volle glorie bewaard gebleven. Dat die glorie, volle roomse glorie betekent, zal de theaterbezoeker op vrijwel geen plaats in het doorschijnende interieur ontgaan. Door grote, helder gerestaureerde glas-in-lood vensters uit de jaren dertig, in de gevels van de zijbeuken, plenzen de zoete roomse taferelen met de Maagd Maria in de hoofdrol, met kleurrijke kracht naar binnen. Daar moet je als bezoeker van het profane theater wel tegen bestand zijn.

Heel anders is dit bij de ook onlangs geheel gerestaureerde Amstelkerk op het Amstelveld in Amsterdam. Kleur is in dit serene, houten gebouw geheel afwezig. Alles is wit, of heel lichtgrijs in de door Daniel Stalpaert in 1670 ontworpen 'Predikschuur', die nooit was bedoeld voor de eeuwigheid. Zuivere schoonheid heeft deze noodkerk het leven gered. Verantwoordelijk voor de hernieuwde gedaante en dus het behoud van dit kostbare monument, dat in zeer slechte staat verkeerde, is de Amsterdamse architect Gerard Prins. De heldere architectuur van de kerk berust op een vierkant van precies honderd bij honderd Rijnlandse voet, de lengtemaat die Nerderlandse houthandelaren vroeger gebruikten. Twaalf houten kolommen, in carre geplaatst, houden het middengebouw omhoog dat weer door een vierkante, iets lagere ombouw is omgeven. De helling van de karakteristieke schuine pannendaken van de beide bouwdelen, is gelijk en dat is ook een van de geheimen van de architectonische schoonheid. In deze kerk geen theater, maar kantoorruimten voor de NV Stadsherstel. De belangrijkste ingreep die Prins heeft gedaan om de kantoren op de juiste manier te laten aansluiten op de hooggeplaatste ramen, is de aanleg van een tussenverdieping in de ombouw. Glazen boogpuien schutten de kantorenruimten af van het middengebouw, dat geheel vrij bleef. Het vierkante middenterrein dat met baksteentjes is belegd, fungeert als een verdiept podium waar van alles op mogelijk is. Tussen de kantoren van Stadsherstel worden ook weer kerkdiensten gehouden. In het souterrain is een modieus vormgegeven cafe-restaurant met terras onder de dramatische vleugelnotenbomen ingericht. Met de restauratie van de Amstelkerk heeft het centrum van Amsterdam er een levend, ongewoon zuiver monument bijgekregen. Hoe graag zou ik dit vaker willen schrijven.